Nachttrein naar Toscane

De trein

citynightlinetrain

Zijn opdracht was duidelijk: “haal twee koppen sterke koffie en neem wat lekkers mee. Zullen ze vast wel hebben”. Met enige tegenzin stond hij op van zijn plek aan het raam en manoeuvreerde zich naar het middenpad van de hevig schuddende trein. De exacte plaats van het restauratierijtuig was hem onbekend, maar gevoelsmatig koos hij de weg naar voren, richting locomotief. Dit had hij afgemeten naar de positie van zijn eigen rijtuig in de trein en zijn drang om eerder op de eindbestemming aan te komen dan ieder ander. Na de eerste scheidingsdeur met het volgende rijtuig, die met een simpele druk op een geelverlichte knop te openen was, veranderde het looppad van richting en liep langs compartimenten waarvan van velen de wat smoezelige gordijntjes reeds gesloten waren. Wat zich daarachter afspeelde kon hij slechts raden. Het volgende rijtuig was moeilijker te betreden. Met flinke kracht moest hij twee deurhendels uit elkaar drukken om een open ruimte te kunnen betreden waarin zich in het midden een donkerhouten tafel bevond die door artdeco-lampen flauw verlicht werd. Terwijl hij zich nog zorgen maakte over hoe hij straks op de terugweg, met in beide handen dampende koffie, deze hendels uit elkaar zou krijgen, viel zijn oog op een viertal zwaar bebaarde mannen die onder het gedempte licht op fluisterende toon met elkaar spraken. Bij zijn binnenkomst viel onmiddellijk het gesprek stil alsof zij iets kwaads in de zin hadden en op heterdaad betrapt werden. Wie waren zij en wat deden zij hier? Hij gunde zich geen tijd voor de antwoorden op deze vragen en zich tegen de zijwand van het rijtuig drukkend passeerde hij voorzichtig dit tafereel, nagestaard door de baardmannen die hun gesprek pas voortzette toen hij achter de volgende scheidingsdeur was verdwenen. Hij stond nu tussen twee rijtuigen in op ijzeren platen waaronder de rails ratelend werd voorbij getrokken. Met enige tegenzin opende hij de volgende deur die in tegenstelling tot alle andere geblindeerd was. Na de druk op de knop opende deze zich langzaam en enigszins plechtig. Ook deze nieuwe ruimte was schaars verlicht, maar rijkelijk versierd met barokke ornamenten en vazen met de prachtigste bloemboeketten. Ook schitterde er overal kaarslichtjes die een dans tussen licht en schaduw op de wanden projecteerden. Tegen de achterwand van de wagon stond een beeld van een Madonna op de maansikkel. In al zijn eenvoud was dit misschien wel het meest imponerende dat hij tot nu toe was tegengekomen. De Madonna keek meewarig op hem neer. Altijd maar die kaarsjes, de vragen en smeekbeden aan haar adres. Wat zou zij toch graag haar maansikkel eens verlaten en zich mengen tussen de reizigers of plaatsnemen achter de ramen om in alle rust te bekijken wat wij van de wereld gemaakt hebben. Maar dat Kind. Nee, ze heeft nu eenmaal de zorg voor dat Kind op haar arm. En dat geniet van de vele kaarsjes om Hem heen. Terwijl hij zich met moeite op de been kon houden omdat de trein schuddend en bonkend over een spooremplacement denderde, maakte hij oogcontact met het Kind en meende dat het zachtjes naar hem lachte. Hij had hier graag nog even gebleven, maar wilde ook zijn opdracht -twee koffie met wat lekkers- niet verzaken, dus ging hij verder op zoek naar de restauratie. Het volgende rijtuig had twee gangpaden aan weerszijde van compartimenten in het midden van de ruimte. Hij koos het linker pad en kon zijn nieuwsgierigheid niet onderdrukken door een blik naar binnen te werpen. Het waren de kijkdozen uit zijn jeugd: zijn oude schoolklas met de vertrouwde platen aan de muur. Het uitzicht over de daken van de stad vanuit zijn jongenskamer. Het park waar hij zijn eerste meisje kuste, gadegeslagen door de eendjes in de vijver. Hij schuifelde van compartiment naar compartiment tot de beelden zich vervormden tot caleidoscopische proporties. Draaiend glas in honderdduizend kleuren, die in de laatste vitrine langzaam maar zeker uitdoofden tot slechts diep zwarte donkerte overbleef. Wat had dit te betekenen? Waarom moest hij dit zien? Bevatte het misschien een voorspellende boodschap? Nieuwsgierig naar antwoorden betrad hij de volgende wagon, een helemaal lege ruimte zonder ramen, met alleen in het midden op een sokkel geplaatst, een helder verlichte wereldbol. Voorzichtig liet hij deze ter oriëntatie om zijn as draaien, toen hij een rode stip met de tekst “U bevindt zich HIER” ontdekte, ergens middenin het water van de oceaan. Met een lichte aarzeling plantte hij zijn wijsvinger op de stip en vanaf dat moment kroop een onaangename vochtigheid vanaf zijn voeten naar omhoog. Eerst nog een dun laagje, maar al snel klotste het water van wand naar wand op het ritme van de schokkende wagon. Nu nam angst volledig bezit van hem en als in een paniekreactie probeerde hij half wadend de overliggende deur te bereiken. Toen het water hem tot borsthoogte was gestegen, kwam de wereldbol -waarvan het licht inmiddels gedoofd was- los van de sokkel en kwam hem al rollend over het water achterna. De deur was met geen mogelijkheid te openen en na het ondoorzichtige folie op de ruit eraf getrokken te hebben was daar… niets, geen locomotief, het einde… Slechts twee sporen die over oneindig water naar de horizon liepen. Op het moment dat de druk van de wereldbol op zijn rug het hevigst was, riep een stem: “Wat ben jij nou aan het doen?” Hij ontwaakte als uit een droom, maar de vochtigheid bleef. “Kijk nou wat je gedaan hebt! Je hele broek is nat!” Terug in de werkelijkheid realiseerde hij zich dat zijn waterflesje zich langzaam maar zeker, schuivend en schokkend, los had gemaakt van zijn raamtafeltje en op zijn schoot was gevallen. Vol schaamte keek hij naar zijn natte kruis en kon in zijn hulpeloosheid geen woord uitbrengen. “Zal ik dan maar even koffie halen? En dat lekkers kun je wat mij betreft wel vergeten!”…..

© Cees Sleven / oktober 2015

Advertisements

Platenhoes


Platenhoes

12187963_842038959246530_853831323154685197_o

Ik vond vijf engeltjes vandaag
op een platenhoes bij de kringloopwinkel.
Bolle buikjes, volle dijtjes
met vleugeltjes zo zijdezacht.
Ingeklemd tussen BZN en Alle 13 goed
keken zij mij meewarig aan
daar in die doos, afgedankt
en van God en iedereen verlaten.

Ik heb ze mee naar huis genomen
hopend op een tweede, beter leven.
En ze strategisch neergezet.
Op mijn schouder om mij altijd te beschermen.
Op de werkbank om mijn twee linker handen.
Eén heeft bij hoge uitzondering
over mijn tong mogen piesen
want in dit het leven, mijn eerste leven
valt nog heel wat te genieten.

Ze dansen en springen weer
Spelen tikkertje, deze cherubijntjes van omhoog.
En maken de hele dag muziek
als stond de hemelpoort altijd open.
Ik heb hun namen even opgeschreven,
wees welkom Torelli, Manfredini,
Corelli, Albinoni en Locatelli
Vijf engeltjes voor vijftig eurocent
Wat je noemt een Hemels geschenk…

Cees Sleven © december 2015

Herfsttij (niet te keren…)

51ux6t9s-7L._SX466_

Herfsttij (niet te keren…)

Glimmend plaveisel,
neons vloeien tot mijn voeten uit.
De wind veegt regen in mijn gezicht.
Jagend blad, kringelend naar de horizon..

Ik schurk tegen de einder aan,
risico-bewust over de rand te kunnen vallen.
En de glijbaan van de tijd af te moeten dalen.
Eindigend in eeuwig zand, zonder enige verheffing.
Met de horizon ver onder mij…

© Cees Sleven / oktober 2015

DE KOP

DE KOP

…want er zullen koppen rollen,
dat is waar het hier om gaat.
Misschien te vroeg, zeker niet te laat,
het systeem is niet om mee te sollen.

De weerstand moet worden gebroken
geen tegenspraak geduld.
Zelfs een laatste wens wordt niet vervuld.
Opgespoord, losgerukt, zinloos weggedoken.

Ze zullen komen, uit alle hoeken en uit alle gaten,
zich werpend op hun prooi.
Vernederd, monddood, geketend in een kooi,
van God en iedereen verlaten.

Dan volgt de slag waarmee hoofd en romp worden gescheiden.
De kop rolt nog wat, de ziel reeds dit bestaan verlaten.

………………………………..

Men heeft het hoofd daar zo gelaten,
om menig toerist mee te verblijden…

VLUU L100, M100 / Samsung L100, M100
De Kop – Pietrasanta / Toscane

Cees Sleven © 2015

Vader maakt brokken…

VLUU L100, M100  / Samsung L100, M100

De Brocken is met zijn 1141 meter het hoogste punt van het Nationale Park Hochharz in Duitsland, een uitverkoren plek om met een bezoekje te vereren op de vrije Hemelvaartsdag. Met duizenden trekt men op naar de top, te voet of per stampende stoomtrein, die vanuit Werningerode de tocht van bijna 60 kilometer in een kleine 2 uur aflegt. Het moet vandaag gebeuren, want het is boven zeldzaam helder. Wat opvalt tussen de vele toeristen zijn de groepjes mannen en jongens die luidruchtig plaatsnemen in de kleine, smalle wagonnetjes. En niet alleen lawaaiig zijn ze, maar ook vreemd uitgedost: met hoge hoeden en met worsten op de rug gebonden. En met plastic tasjes vol drank. Schnaps, bier en ongetwijfeld veel sterkere zaken. De jonge, blonde conductrice gaat tot onze grote verbazing rond met een mand vol likeurflesjes. Na gevlucht te zijn naar een stiller rijtuig begint het langzaam tot ons door te dringen: men viert vandaag ook ‘Vatertag’, op de 40e dag na Pasen en dat valt dus altijd samen met Hemelvaartsdag. Het christelijk gevoel dat deze dag zou moeten brengen wordt -voor wat betreft de heren- liederlijk om zeep geholpen op de tocht naar boven. Het is dan ook de dag dat de jongelingen worden ingewijd in de deugden en ondeugden van de mannelijkheid. In dit deel van Noord Duitsland draait alles op deze Vaderdag om de zogenaamde ‘Herrenpartie’ waarbij de deelnemers, mannen jong en oud, een gezamenlijk uitstapje maken waarop de alcohol doorgaans rijkelijk vloeit. Als doel kiest men vaak de toeristische plekjes en trekt daar naartoe van café naar café. Vandaag zijn we dus niet alleen. Dat is 2 rijtuigjes verderop goed te horen. De moedige conductrice barricadeert op het balkon de doorgang voor de feestvierders naar de rustiger gedeelten van het treintje, maar af en toe glipt er een tussendoor op zoek naar een wc. Grote pech, want die bevindt zich middenin onze coupé. Als ik de bevlekte broeken zie waarmee de mannen van het sanitair terugkomen, kost het mij weinig moeite mijn plas op te houden tot boven op de berg, bij de gedachte hoe het er in het rijdend toilet uit moet zien. Bij Drei Annen Hohne verlaten een aantal gezelschappen de trein en nestelen zich linea recta op het terras tegenover het stationsgebouw. Harde rockmuziek draagt tot ver in de dichte bossen op de hellingen van de Brocken.

De top van de Brocken ontvangt zijn gasten met alle egards en faciliteiten en wanneer het treintje leeg stroomt worden wij automatisch meegevoerd naar een van de vele eet- en drink- gelegenheden waar met moeite nog een vrij plekje te vinden is. Het is koud boven, zelfs op de terrassen in de zon zit men weggedoken in de jas met de kraag opgestoken. De deelnemers aan de ‘Herrenpartie’ deert het echter niet: de alcohol doet inmiddels zijn anti-vrieswerking. Ook het zelfbedieningsrestaurant hebben zij luidruchtig ingenomen. Van enige gereserveerdheid ten opzichte van de overige gasten is allang geen sprake meer. Gezelschappen klonteren samen, stoelen worden bijgeschoven. Wij vluchten naar buiten om -voor de terugreis- nog even te kunnen genieten van het fraaie uitzicht dat men van hier heeft over de Noord-Duitse laagvlakte. Je kunt vandaag kijken zover het oog reikt en dat is maar op 60 dagen per jaar het geval. Rumoerige groepen mannen, met de fles in de hand, trekken rondom de voormalige Russische afluisterpost die tot ver in het Westen elk gesprek en elke beweging kon volgen. Altijd, 365 dagen per jaar. Of de top nu wel of niet in nevelen gehuld was.

Op de terugweg gaat het mis en maakt vader brokken. Achter mij op het balkon van het rijtuig slaat de vlam in de pan en begint men amok te maken met de overige passagiers. Wanneer een aanwezige Nederlander wordt uitgemaakt voor ‘kaasvreter’ heeft de door drank benevelde schreeuwlelijk de lachers in de coupé op zijn hand. Slechts een enkeling stoort zich aan het feit dat de blonde conductrice verbaal en fysiek wordt lastig gevallen. En we hebben het hier niet alleen over opgeschoten jongelui, maar over eerzame huisvader die -overmeesterd door de drank- nu legitiem alle ondeugden van hun mannelijkheid etaleren. “Jude, Jude” wordt op het balkon in koor aangeheven. Ongegeneerd en met volle overgave. Ik peil de reacties in de volle coupé: geen blikken van afkeuring, slechts instemmend gegniffel… Het rechts-extremistisch gevoel ligt in deze contreien blijkbaar nog heel dicht onder de oppervlakte. De heren met de hoge hoeden in de banken achter mij krijgen hier al lang niets meer van mee. Ze besproeien elkaar met bier of zitten doelloos voor zich uit te staren…

Bij Drei Annen Hohne loopt de trein leeg en gaat ieder zijn eigen weg. Naar de aansluitende treintjes verder de berg af of naar een volgende terras. Of terug te keren naar zijn eigen Anne die vandaag de hele dag buitenspel heeft gestaan, maar blij zal zijn dat zoonlief of manlief deze ‘Vatertag’ ongeschonden is doorgekomen. Want de statistieken liegen niet: een duidelijke piek in het aantal vechtpartijen op de Hemelvaartsdag en 3 keer zoveel auto ongelukken onder invloed van drank. Wij keren terug naar Werningerode en later terug naar Nederland. Met nog een Vaderdag op 19 juni in het verschiet. Tijd genoeg dus om mijn zegeningen te tellen en mij straks zeer deugdzaam voor te doen wanneer ik de douchefris en aftershave weer in ontvangst mag nemen. Grote kans dat de Brocken dan weer in nevelen gehuld zal zijn en het gebeurde op deze ‘Herrentag’ met de mantel der liefde heeft bedekt…

Marco Polo in glas

Eindelijk heb ik dan de grote reis aangevangen!
Waarheen deze mij uiteindelijk brengen zal weet ik niet,
maar ik kan mij er nu al op verheugen aanwezig te mogen zijn op plaatsen waar tijd en levenswegen elkaar kruisen, of juist de tijdloze verlatenheid te ervaren die de mens dichter bij zijn Schepper brengt.

canal

Met dit beeld voor ogen ben ik naar Venetië getrokken
en laat me direct per gondel naar de Rio Santa Marina brengen, een smal zijkanaal achter de paleizen van de rijke kooplieden en bankiers aan het Canale Grande. Hier heerst de geur van afvalwater en rottende vis. Koerende duiven benadrukken de stilte van het middaguur. Langzaam glijdt de gondel langs afbrokkelend metselwerk, langs vochtplekken boven het klotsende water, en dan ben ik er… Ik herken het ingemetselde wapen: Drie opgeheven, zwarte klauwen in de zilveren dwarsbalk van het hemelsblauwe schild. Casa Polo… het huis van Marco Polo. Begin- en eindpunt van een wereldreis… Een toepasselijker plek kan ik mij nauwelijks voorstellen. Van hier droomde ik mijn weg langs de verre Zijderoute, en maakte mij los van de sleur van alledag. Op die stille momenten leefde ik een avontuurlijker en romantischer leven. Ja goed, het waren andere tijden, maar het is misschien juist daarom dat ik weer het avontuur zoek, want de mens met al zijn mogelijkheden tot liefhebben en haten, tot vereren en verachten, tot scheppen en vernielen, is van alle tijden. Reiziger tussen verleden en toekomst, ik voel mij als Janus…

Ik wrik een stukje metselwerk los vlak boven de waterlijn,
wikkel het omzichtig in een papieren zakdoek en berg het op in mijn fototas. Uit een lenskoker haal ik -enigszins plechtig- een flesje van blauw Venetiaans glas, en haal de stop eraf. Dan verbreek ik de waterspiegel en vang het water van de Rio Santa Marina… De gevormde steen in mijn tas zal mij op deze lange reis vergezellen als symbool van beschaving, en het water als zinnebeeld van de vergankelijkheid hiervan… Ik zal je van mijn reizen verhalen als een ware Rustichiano, en misschien ontmoet ik je wel, ergens onderweg, het is eerder gebeurd! Ik richt nu mijn blik naar het oosten, daar waar de nieuwe dag begint. Vaarwel Venice, vaarwel mijn vriend, mijn reis begint nu echt! Ik laat van mij horen…

Cees Sleven

Painting: ‘Rio di San Polo’ – Watercolor by David Hume, 1995

Weerzien

Er zijn van die plekken op deze aarde, die je een warm hart toedraagt zonder dat je er ooit echt geweest bent. Of die je beter hebt leren kennen door er bijvoorbeeld langere tijd te verblijven. Plaatsen als een soort liefde op het eerste gezicht. Onaangekondigd omringen zij je en tonen zich van hun beste kant, maar laten je korte tijd later weer verward en met een leeg gevoel achter. Daarmee scharen zij zich in de rij van plaatsen waar je niet na een lange vermoeiende reis aankomt, maar waar je je bestemming verlegt, om daarmee je droombeeld steeds verder voor je uit te schuiven. Niet uit verveling waardoor je plotseling van koers verandert -in de hoop een eigen wereld te scheppen (overtuigd dat alles even fantastisch wordt)-, maar eerder uit berekening, in de wetenschap dat het op een goede dag ook eens verkeerd zou kunnen uitpakken… Met name dit besef houdt je alert en bepaalt mede de keuze van je bestemming… Mag je dit dualistisch noemen?
Sibiu, oftewel Hermannstadt in centraal Roemenië is zo’n keuze. Welvarende enclave in een overigens straatarm land. En vanuit hier schrijf ik dit bericht…

Stair

In de benedenstad heb ik een restaurant opgezocht waarvan de grandeur zwaar op mij rust. Echt tafelzilver en -linnen op de gedekte tafels staan in schril contrast met het aantal aanwezigen: buiten mijn plekje aan het raam zijn alle tafels leeg. De smerige steeg waarop ik uitkijk, met afvoeren die zo uit de gevels steken en waar leidingen kriskras de muren volgen, vertegenwoordigt eerder het Roemenië anno nu. Terwijl mij een bijna zwarte penssoep wordt voorgezet, stelt zich op het kleine podium in het midden van de zaal een klein orkest op. Naar uiterlijk zijn het duidelijk zigeuners, trots, maar met minzame en verwachtingsvolle blikken kijken zij mijn richting op. Als even later melancholische taragotklanken de hoge ruimte vullen, dwalen mijn gedachten onwillekeurig naar een jaar terug… Ik dans weer met Marilena op het slotfeest van de zomercursus. De zachtheid van haar lichaam en de honger in mijn ziel, de enige geheimen die ik ooit zal kennen… Haar schoonheid was onaards, ik danste met een engel… We spraken geen woord, slechts beweging was onze taal. Hier kruisten twee levenswegen elkaar, zij amper op weg, ik vermoeid op de terugweg. Onze richting was tegengesteld, maar wat bleef waren de taragotklanken die mij hier opnieuw naar toe brachten. Zij zitten vast in mij hoofd verankerd, wanneer ik later op de avond door schaars verlichte straten mijn hotel op zoek. De lucht is opengetrokken en een immense sterrenhemel wordt zichtbaar. een sterk gevoel van eenzaamheid overvalt mij plotseling.
Eenzaamheid die de romantiek van sterren doet verdwijnen en bars en nachtclubs doet vollopen. De avond duurt opeens tweemaal zo lang, ik vlucht naar bed en verberg het litteken van mijn eigen eenzaamheid…
Morgen trek ik verder, verlaat ik ommuurd Cibinium, mijn droombeeld achterna…

Cees Sleven