Vader maakt brokken…

VLUU L100, M100  / Samsung L100, M100

De Brocken is met zijn 1141 meter het hoogste punt van het Nationale Park Hochharz in Duitsland, een uitverkoren plek om met een bezoekje te vereren op de vrije Hemelvaartsdag. Met duizenden trekt men op naar de top, te voet of per stampende stoomtrein, die vanuit Werningerode de tocht van bijna 60 kilometer in een kleine 2 uur aflegt. Het moet vandaag gebeuren, want het is boven zeldzaam helder. Wat opvalt tussen de vele toeristen zijn de groepjes mannen en jongens die luidruchtig plaatsnemen in de kleine, smalle wagonnetjes. En niet alleen lawaaiig zijn ze, maar ook vreemd uitgedost: met hoge hoeden en met worsten op de rug gebonden. En met plastic tasjes vol drank. Schnaps, bier en ongetwijfeld veel sterkere zaken. De jonge, blonde conductrice gaat tot onze grote verbazing rond met een mand vol likeurflesjes. Na gevlucht te zijn naar een stiller rijtuig begint het langzaam tot ons door te dringen: men viert vandaag ook ‘Vatertag’, op de 40e dag na Pasen en dat valt dus altijd samen met Hemelvaartsdag. Het christelijk gevoel dat deze dag zou moeten brengen wordt -voor wat betreft de heren- liederlijk om zeep geholpen op de tocht naar boven. Het is dan ook de dag dat de jongelingen worden ingewijd in de deugden en ondeugden van de mannelijkheid. In dit deel van Noord Duitsland draait alles op deze Vaderdag om de zogenaamde ‘Herrenpartie’ waarbij de deelnemers, mannen jong en oud, een gezamenlijk uitstapje maken waarop de alcohol doorgaans rijkelijk vloeit. Als doel kiest men vaak de toeristische plekjes en trekt daar naartoe van café naar café. Vandaag zijn we dus niet alleen. Dat is 2 rijtuigjes verderop goed te horen. De moedige conductrice barricadeert op het balkon de doorgang voor de feestvierders naar de rustiger gedeelten van het treintje, maar af en toe glipt er een tussendoor op zoek naar een wc. Grote pech, want die bevindt zich middenin onze coupé. Als ik de bevlekte broeken zie waarmee de mannen van het sanitair terugkomen, kost het mij weinig moeite mijn plas op te houden tot boven op de berg, bij de gedachte hoe het er in het rijdend toilet uit moet zien. Bij Drei Annen Hohne verlaten een aantal gezelschappen de trein en nestelen zich linea recta op het terras tegenover het stationsgebouw. Harde rockmuziek draagt tot ver in de dichte bossen op de hellingen van de Brocken.

De top van de Brocken ontvangt zijn gasten met alle egards en faciliteiten en wanneer het treintje leeg stroomt worden wij automatisch meegevoerd naar een van de vele eet- en drink- gelegenheden waar met moeite nog een vrij plekje te vinden is. Het is koud boven, zelfs op de terrassen in de zon zit men weggedoken in de jas met de kraag opgestoken. De deelnemers aan de ‘Herrenpartie’ deert het echter niet: de alcohol doet inmiddels zijn anti-vrieswerking. Ook het zelfbedieningsrestaurant hebben zij luidruchtig ingenomen. Van enige gereserveerdheid ten opzichte van de overige gasten is allang geen sprake meer. Gezelschappen klonteren samen, stoelen worden bijgeschoven. Wij vluchten naar buiten om -voor de terugreis- nog even te kunnen genieten van het fraaie uitzicht dat men van hier heeft over de Noord-Duitse laagvlakte. Je kunt vandaag kijken zover het oog reikt en dat is maar op 60 dagen per jaar het geval. Rumoerige groepen mannen, met de fles in de hand, trekken rondom de voormalige Russische afluisterpost die tot ver in het Westen elk gesprek en elke beweging kon volgen. Altijd, 365 dagen per jaar. Of de top nu wel of niet in nevelen gehuld was.

Op de terugweg gaat het mis en maakt vader brokken. Achter mij op het balkon van het rijtuig slaat de vlam in de pan en begint men amok te maken met de overige passagiers. Wanneer een aanwezige Nederlander wordt uitgemaakt voor ‘kaasvreter’ heeft de door drank benevelde schreeuwlelijk de lachers in de coupé op zijn hand. Slechts een enkeling stoort zich aan het feit dat de blonde conductrice verbaal en fysiek wordt lastig gevallen. En we hebben het hier niet alleen over opgeschoten jongelui, maar over eerzame huisvader die -overmeesterd door de drank- nu legitiem alle ondeugden van hun mannelijkheid etaleren. “Jude, Jude” wordt op het balkon in koor aangeheven. Ongegeneerd en met volle overgave. Ik peil de reacties in de volle coupé: geen blikken van afkeuring, slechts instemmend gegniffel… Het rechts-extremistisch gevoel ligt in deze contreien blijkbaar nog heel dicht onder de oppervlakte. De heren met de hoge hoeden in de banken achter mij krijgen hier al lang niets meer van mee. Ze besproeien elkaar met bier of zitten doelloos voor zich uit te staren…

Bij Drei Annen Hohne loopt de trein leeg en gaat ieder zijn eigen weg. Naar de aansluitende treintjes verder de berg af of naar een volgende terras. Of terug te keren naar zijn eigen Anne die vandaag de hele dag buitenspel heeft gestaan, maar blij zal zijn dat zoonlief of manlief deze ‘Vatertag’ ongeschonden is doorgekomen. Want de statistieken liegen niet: een duidelijke piek in het aantal vechtpartijen op de Hemelvaartsdag en 3 keer zoveel auto ongelukken onder invloed van drank. Wij keren terug naar Werningerode en later terug naar Nederland. Met nog een Vaderdag op 19 juni in het verschiet. Tijd genoeg dus om mijn zegeningen te tellen en mij straks zeer deugdzaam voor te doen wanneer ik de douchefris en aftershave weer in ontvangst mag nemen. Grote kans dat de Brocken dan weer in nevelen gehuld zal zijn en het gebeurde op deze ‘Herrentag’ met de mantel der liefde heeft bedekt…

Advertisements

Marco Polo in glas

Eindelijk heb ik dan de grote reis aangevangen!
Waarheen deze mij uiteindelijk brengen zal weet ik niet,
maar ik kan mij er nu al op verheugen aanwezig te mogen zijn op plaatsen waar tijd en levenswegen elkaar kruisen, of juist de tijdloze verlatenheid te ervaren die de mens dichter bij zijn Schepper brengt.

canal

Met dit beeld voor ogen ben ik naar Venetië getrokken
en laat me direct per gondel naar de Rio Santa Marina brengen, een smal zijkanaal achter de paleizen van de rijke kooplieden en bankiers aan het Canale Grande. Hier heerst de geur van afvalwater en rottende vis. Koerende duiven benadrukken de stilte van het middaguur. Langzaam glijdt de gondel langs afbrokkelend metselwerk, langs vochtplekken boven het klotsende water, en dan ben ik er… Ik herken het ingemetselde wapen: Drie opgeheven, zwarte klauwen in de zilveren dwarsbalk van het hemelsblauwe schild. Casa Polo… het huis van Marco Polo. Begin- en eindpunt van een wereldreis… Een toepasselijker plek kan ik mij nauwelijks voorstellen. Van hier droomde ik mijn weg langs de verre Zijderoute, en maakte mij los van de sleur van alledag. Op die stille momenten leefde ik een avontuurlijker en romantischer leven. Ja goed, het waren andere tijden, maar het is misschien juist daarom dat ik weer het avontuur zoek, want de mens met al zijn mogelijkheden tot liefhebben en haten, tot vereren en verachten, tot scheppen en vernielen, is van alle tijden. Reiziger tussen verleden en toekomst, ik voel mij als Janus…

Ik wrik een stukje metselwerk los vlak boven de waterlijn,
wikkel het omzichtig in een papieren zakdoek en berg het op in mijn fototas. Uit een lenskoker haal ik -enigszins plechtig- een flesje van blauw Venetiaans glas, en haal de stop eraf. Dan verbreek ik de waterspiegel en vang het water van de Rio Santa Marina… De gevormde steen in mijn tas zal mij op deze lange reis vergezellen als symbool van beschaving, en het water als zinnebeeld van de vergankelijkheid hiervan… Ik zal je van mijn reizen verhalen als een ware Rustichiano, en misschien ontmoet ik je wel, ergens onderweg, het is eerder gebeurd! Ik richt nu mijn blik naar het oosten, daar waar de nieuwe dag begint. Vaarwel Venice, vaarwel mijn vriend, mijn reis begint nu echt! Ik laat van mij horen…

Cees Sleven

Painting: ‘Rio di San Polo’ – Watercolor by David Hume, 1995

Weerzien

Er zijn van die plekken op deze aarde, die je een warm hart toedraagt zonder dat je er ooit echt geweest bent. Of die je beter hebt leren kennen door er bijvoorbeeld langere tijd te verblijven. Plaatsen als een soort liefde op het eerste gezicht. Onaangekondigd omringen zij je en tonen zich van hun beste kant, maar laten je korte tijd later weer verward en met een leeg gevoel achter. Daarmee scharen zij zich in de rij van plaatsen waar je niet na een lange vermoeiende reis aankomt, maar waar je je bestemming verlegt, om daarmee je droombeeld steeds verder voor je uit te schuiven. Niet uit verveling waardoor je plotseling van koers verandert -in de hoop een eigen wereld te scheppen (overtuigd dat alles even fantastisch wordt)-, maar eerder uit berekening, in de wetenschap dat het op een goede dag ook eens verkeerd zou kunnen uitpakken… Met name dit besef houdt je alert en bepaalt mede de keuze van je bestemming… Mag je dit dualistisch noemen?
Sibiu, oftewel Hermannstadt in centraal Roemenië is zo’n keuze. Welvarende enclave in een overigens straatarm land. En vanuit hier schrijf ik dit bericht…

Stair

In de benedenstad heb ik een restaurant opgezocht waarvan de grandeur zwaar op mij rust. Echt tafelzilver en -linnen op de gedekte tafels staan in schril contrast met het aantal aanwezigen: buiten mijn plekje aan het raam zijn alle tafels leeg. De smerige steeg waarop ik uitkijk, met afvoeren die zo uit de gevels steken en waar leidingen kriskras de muren volgen, vertegenwoordigt eerder het Roemenië anno nu. Terwijl mij een bijna zwarte penssoep wordt voorgezet, stelt zich op het kleine podium in het midden van de zaal een klein orkest op. Naar uiterlijk zijn het duidelijk zigeuners, trots, maar met minzame en verwachtingsvolle blikken kijken zij mijn richting op. Als even later melancholische taragotklanken de hoge ruimte vullen, dwalen mijn gedachten onwillekeurig naar een jaar terug… Ik dans weer met Marilena op het slotfeest van de zomercursus. De zachtheid van haar lichaam en de honger in mijn ziel, de enige geheimen die ik ooit zal kennen… Haar schoonheid was onaards, ik danste met een engel… We spraken geen woord, slechts beweging was onze taal. Hier kruisten twee levenswegen elkaar, zij amper op weg, ik vermoeid op de terugweg. Onze richting was tegengesteld, maar wat bleef waren de taragotklanken die mij hier opnieuw naar toe brachten. Zij zitten vast in mij hoofd verankerd, wanneer ik later op de avond door schaars verlichte straten mijn hotel op zoek. De lucht is opengetrokken en een immense sterrenhemel wordt zichtbaar. een sterk gevoel van eenzaamheid overvalt mij plotseling.
Eenzaamheid die de romantiek van sterren doet verdwijnen en bars en nachtclubs doet vollopen. De avond duurt opeens tweemaal zo lang, ik vlucht naar bed en verberg het litteken van mijn eigen eenzaamheid…
Morgen trek ik verder, verlaat ik ommuurd Cibinium, mijn droombeeld achterna…

Cees Sleven

“Des Mädchens Klage” – Schiller als inspiratiebron voor de kunsten

cg_pro__Impromptus_05def.indd

In het Dordrechts Museum werd in de zaal “Weemoed en Verlangen” mijn aandacht getrokken door een schilderij van Ary Scheffer, getiteld: ‘Een meisje in tranen aan de oever van de zee’, in het verleden ook wel onjuist geduid als ‘De klacht van het meisje’. De schilder zou geïnspireerd zijn door Schiller’s gedicht ‘des Mädchens Klage’:

Der Eichwald brauset,
Die Wolken ziehn,
Das Mägdlein sitzet
An Ufers Grün,
Es bricht sich die Welle mit Macht, mit Macht,
Und sie seufzt hinaus in die finstre Nacht,
Das Auge vom Weinen getrübet.

»Das Herz ist gestorben,
Die Welt ist leer,
Und weiter gibt sie
Dem Wunsche nichts mehr.
Du Heilige, rufe dein Kind zurück,
Ich habe genossen das irdische Glück,
Ich habe gelebt und geliebet!«

Es rinnet der Tränen
Vergeblicher Lauf,
Die Klage, sie wecket
Die Toten nicht auf,
Doch nenne, was tröstet und heilet die Brust
Nach der süßen Liebe verschwundener Lust,
Ich, die himmlische, wills nicht versagen.

»Laß rinnen der Tränen
Vergeblichen Lauf,
Es wecke die Klage
Den Toten nicht auf,
Das süßeste Glück für die traurende Brust,
Nach der schönen Liebe verschwundener Lust,
Sind der Liebe Schmerzen und Klagen.«

Maar niet alleen de Dordtse schilder Ary Scheffer liet zich door dit gedicht inspireren, eerder al was het Franz Schubert die dit gedicht van Schiller getoonzet heeft. Schubert componeerde de pianocyclus
Impromptus, met als leidmotief het onbeantwoord verlangen naar geluk en harmonie, in 1827. Gecomponeerd een jaar voor zijn dood, in de laatste maar uiterst creatieve levensfase van zijn leven,
behoren deze pianosonates tot de mooiste van de componist. Zij werden door hem opgevat als afzonderlijke stukken, die zowel alleenstaand als in een samenhang konden gespeeld worden. ‘des Mädchens Klage’ is één van hen…

Schubert_02

Choreografe Sasha Waltz liet haar keuze vallen op deze klassieker uit het romantische muziekrepertoire als uitgangspunt voor een intieme choreografie, vertolkt door zeven dansers. Het theatrale karakter van haar vorige producties treedt in ‘Impromptus’ naar de achtergrond en maakt plaats voor pure dans. De sfeer is ingetogen, romantisch en weemoedig. Esthetiek, eenvoud en abstractie overheersen. Drie intieme duetten contrasteren met dynamische groepschoreografieën, die af en toe ook begeleid worden door live gezongen liederen van Schubert. Het hele register van spontane gevoelens en wisselende stemmingen, van diepe melancholie tot zuivere vreugde komt aan bod.

101204-december-dance-SashaWaltz_C_Sebastian_Bolesch_HIRES

Het bovenstaande bewijst maar weer eens dat de universele waarden van de kunst vele uitingen kent, zoals hier het geval is met Schiller’s gedicht “Des Mädchens Klage”. Het diende zowel Ary Scheffer’s (“De klacht van het meisje”) als Franz Schubert (D191, nr. 3) ter inspiratie en recent nog Sasha Waltz voor haar dansvoorstelling “Impromptus”. Zo heeft ieder schilderij of kunstvoorwerp een eigen verhaal. Soms een verwarrend verhaal, dat wel. Waarbij ‘Een meisje in tranen aan de oever van de zee’ NIET ‘de Klacht van het Meisje’ blijkt te zijn, maar onderstaande tekenstudie van Ary Scheffer wel. De verblijfplaats van de grote geschilderde versie is echter onbekend. Dit alleen al te ontdekken is een kunst, waarbij ik drs. M.S. Paarlberg, conservator Oude Kunst van het Dordrechts Museum | Huis van Gijn
dank zeg voor zijn hulp.

S-T269
Ary Scheffer – tekenstudie
‘De klacht van het meisje’
(Dordrechts Museum)

Cees Sleven, 2012

“Silent Night”

xmas_pc_ger_l

Het kan niemand ontgaan zijn, maar we herdenken dit jaar het feit dat precies honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog begon. De oorlog die een eind moest maken aan alle oorlogen, maar die al spoedig vast liep in de Vlaamse modder. En met het front kwam ook de tijd tot stilstand. En de hoop en verwachting dat alles voor de kerst over zou zijn. We weten inmiddels beter: dat we over het onderwerp mogen schrijven in de verleden tijd, maar zeker niet in in voltooid verleden tijd. Want het begrip “tijd” is een subjectieve grootheid. Tijd is waar je uit kunt stappen, tijd kan eeuwig duren, ja kan zelfs op een bepaald moment tot stilstand komen. Intussen schrijdt de absolute tijd onverbiddelijk voort. Het heden opgeslokt door de geschiedenis…

Misschien heb ik de herinneringen aan die periode van de Grote Oorlog van 1914 – 1918, wel zo ervaren bij mijn bezoek aan de voormalige slagvelden in de Westhoek van Vlaanderen, als momenten in de tijd. Doorleefde tijd, waarbij het verleden voortschrijdt en de toekomst verslindt en alles wat voortgaat uitvergroot. Het verleden rust niet en neemt steeds groteskere vormen aan…

De avond voor kerst 1914. Gelegd langs de tijdlijn van de geschiedenis. Te midden van destructie en vuile handen. Degeneratie en bederf. In de Belgische loopgraven  heerst er desondanks een oorverdovende stilte. Plotseling klinkt er gezang vanuit de Franse en Schotse bunkers wanneer de soldaten er hun korte vakantie vieren. Duitse soldaten antwoorden met een kerstlied. Vanuit beide kampen komen aarzelend witte vlaggen tevoorschijn die een broze, maar tijdelijke wapenstilstand aankondigen. Tot uiteindelijk de generaals hun manschappen een halt toeroepen bij deze toenaderingspoging en bevel geven tot ontruiming van het slagveld. Een leeg niemandsland, langzaam toegedekt door de gestaag vallende sneeuw.

De Eerste Wereldoorlog viert dit jaar haar eigen feestje. Honderd jaar geleden begonnen op de Balkan door een laffe moordaanslag op aartshertog Franz Ferdinand, waarna het vuur van de totale oorlog snel om zich heen greep. De gebeurtenissen van toen staan centraal in de media en massa’s oorlogstoeristen zullen naar de voormalige slagvelden trekken. Voor hen is alles in gereedheid gebracht: De toegangswegen naar de monumenten en begraafplaatsen zijn opgeknapt. Faciliteiten werden voor hen ingericht. Het
verleden mag niet rusten, maar neemt steeds groteskere vormen aan…

Ik was er in de kilte van het vroege voorjaar. Bijna winter nog. De stilte was aangrijpend. Zelfs een eenzame roofvogel hing biddend in de lucht. Toen ik het grote grindveld overstak naar het herdenkingsmonument, schaamde ik mij voor mijn luidruchtige
voetstappen. Het “Silent Night” van die kerstavond weerkaatst nog altijd tussen de duizenden witte kruizen, beroert de verweerde muren van het soldatenkerkhof en slaat uiteen tegen het machtige herdenkingsmonument: “verspreid je, verspreid je…!”

Stars were burning, burning bright
And all along the Western Front
Guns were lying still and quiet.
Men lay dozing in the trenches,
In the cold and in the dark,
And far away behind the lines
A village dog began to bark.

Some lay thinking of their families,
Some sang songs while others were quiet
Rolling fags and playing brag
To while away that Christmas night.
But as they watched the German trenches
Something moved in No Man’s Land
And through the dark came a soldier

Carrying a white flag in his hand.

Then from both sides men came running,
Crossing into No Man’s Land,
Through the barbed-wire, mud and shell holes,
Shyly stood there shaking hands.

Fritz brought out cigars and brandy,
Tommy brought corned beef and fags,
Stood there talking, singing, laughing,
As the moon shone on No Man’s Land.
Christmas Day we all played football
In the mud of No Man’s Land;
Tommy brought some Christmas pudding,
Fritz brought out a German band.
When they beat us at football
We shared out all the grub and drink
And Fritz showed me a faded photo
Of a dark-haired girl back in Berlin.

For four days after no one fired,
Not one shot disturbed the night,
For old Fritz and Tommy Atkins
Both had lost the will to fight.
So they withdrew us from the trenches,
Sent us far behind the lines,
Sent fresh troops to take our places
And told the guns “Prepare to fire”.

And next night in 1914
Flares were burning, burning bright;
The message came along the trenches
Over the top we’re going tonight.
And the men stood waiting in the trenches,
Looking out across our football park,
And all along the Western Front
The Christian guns began to bark.

Cees Sleven © 2013
Poem “The Christmas Truce of 1914” by Simon Rees

 

Continue reading “Silent Night”

That man from Kenmare

Moeran_pijp
Ernest John Moeran


Ernest John Moeran, Jack voor zijn familie en vrienden, werd in 1894 in het Engelse Norfolk geboren. Zijn moeder was afkomstig uit deze streek -zij zou hem overleven- en hij had een Ierse vader die  Anglicaans priester was. Hij zou voor altijd
beïnvloed blijven door het dorre landschap van zijn geboortestreek en zijn Ierse afkomst. In 1951 werd zijn dode lichaam gevonden in
Kenmare, Ierland, in de rivier waar hij of een fatale hersenbloeding kreeg of zich van het leven benam.
Hij leerde zichzelf piano spelen, ging op jonge leeftijd muziek studeren en trok naar de Royal College of Music, waar hij in aanraking kwam met de muziek van Elgar, en waar hij Delius ontmoette. Hij ging helemaal op in de muziek van zijn tijd. Hij deed dienst in de Eerste Wereldoorlog, waarin hij ernstig gewond werd door een granaatscherf en ten gevolge daarvan moest er een metalen plaat in zijn hoofd gezet worden. Dit soort verwondingen brengen enorme emotionele problemen
met zich mee, evenals overduidelijke lichamelijke belemmeringen. Voor de rest van zijn leven had hij op verschillende manieren te lijden van zijn verwondingen: Er wordt beweerd dat hij stevig alcohol gebruikte, hoewel een aantal van de daarbij behorende verschijnselen ook voorkomen bij hen die lijden aan ernstige verwondingen aan het hoofd, zoals problemen met het lopen en het praten met dubbele tong. Bovendien werd voor dit soort patiënten het drinken van alcohol juist aangeraden, in de wetenschap dat alcohol er voor kon zorgen de pijn en problemen te verzachten.

trince-2
Kenmare’s well-known inhabitants


Na de oorlog, terwijl hij voortdurend leed aan de gevolgen van dit ernstige trauma (wat trouwens voor iedereen gold die dit meegemaakt had, maar zeker voor kunstenaars), ging Moeran toch terug naar de Royal College of Music om zijn muzikale
studie weer op te pakken, zoals dat gebruikelijk was voor vele jongemannen van zijn leeftijd. Hij raakte bevriend met John Ireland, Arnold Bax, maar vooral met Peter Warlock, die zich bij het schrijven van muzikale kritieken van de naam Philip Heseltine bediende. Op het amoureuze pad ging het op en af, maar zijn grote liefde was toch de celliste Peers Coetmore, die hij voor zich wist te winnen met een prachtige Cello Concert, dat hij speciaal voor haar schreef. Dit Cello Concert, dat in haar uitvoering helaas geen recht werd gedaan, kent nu een opname door Raphael Wallfisch die naar boven brengt wat voor schitterend werk dit eigenlijk is. Moeran en Coetmore, de verkering was succesvol, het huwelijk allerminst.

Jack-and-Peers-wide-backgro
Jack and Peers

Op de helft van zijn leven keerde hij terug naar zijn Keltische roots, naar Ierland met zijn verrukkelijke bevolking en landschap. Hij zou er regelmatig terugkeren. Zijn symfonie is een werk dat de tweedeling weerspiegelt tussen zijn Engelse en zijn Ierse achtergrond.

Als hij vandaag de dag al genoemd wordt, dan wordt Moeran het meest vergeleken met Vaughan Williams en hij behoort inderdaad meer tot de Engelse pastorale muzikale school van de 20e eeuw dan tot de stadse, wellevende en gekunstelde stijl van Walton. Moeran echter, heeft zijn eigen stem, kenmerkend en liefelijk, en is niet de ‘lichtgewicht’ zoals sommige componisten, die materiaal uit de volksmuziek als bron van inspiratie gebruiken, maar al te vaak gekarakteriseerd worden.

Kenmare
Into Kenmare

Mijn eerste kennismaking met Moeran’s muziek was via het voormalige radioprogramma ‘Vincent na Middernacht’ (eertijds elke werkdag van 00.00 – 01.00 uur, Radio 4). Ik viel midden in het symfonische werk ‘Lonely Waters’ dat door zijn pastorale schildering voor mij model stond voor alles wat puur Engels is. De herkenning hiervan was huiveringwekkend en onontkoombaar…

“So I’ll go down to some lonely waters,
Go down where no one shall me find,
Where the pretty little small birds do change their voices,
And every moment blow blustering wild”

Ik was in Kenmare waar zijn leven eindigde, te midden van zijn ‘Mountain Country’, in eenzaam water… Helaas veel te vroeg, maar wat blijft is zijn kleine, maar prachtige oeuvre. Vincent bedankt!


(Bron voor de biografie: Jane Erb, Classical Net)

 

 

Een niet geheel toevallige ontmoeting

George-Butterworth
George Butterworth

In het “Musée Somme 1916” in Albert, dat zich bevindt in een 250 meter lange gang van een ondergrondse schuilkelder ontmoet ik een van mijn helden, de Engelse componist George Butterworth. In augustus 1914 voegt hij zich bij het Britse leger in antwoord op de oproep van Lord Kitchener om zich massaal vrijwillig aan te melden. Op 5 augustus 1916, tijdens gevechten in de loopgraven tussen Contalmaison en Pozières aan de Somme, krijgt Butterworth een fataal schot in het hoofd. Op 31-jarige leeftijd eindigt een veelbelovende muzikale carrière. Hij was erg kritisch op zijn werk,
want veel van zijn composities heeft hij voor de oorlog al vernietigd. Wat bleef is een klein, maar wonderschoon oeuvre en een filmpje in dit museum waarop ik hem zie volksdansen. Ik verlaat dit bijzondere museum aan de achterzijde, aan de kant van het stadspark, nu volop in de zon gelegen. Butterworth’s compositie “Loviest of Trees” naar de gedichtencyclus “A Shropshire Lad” van A.E Housman klinkt nog na in mijn oren wanneer ik de glanzend groengelakte muziektent passeer. En weer kan ik een geluksmoment aan mijn lange rij toevoegen… Ik rij naar Contalmaison en daar neem ik afscheid van mijn held. Het landschap om mij heen lijkt wel iets op het pastorale Engeland waar hij zo van hield…

George Sainton Kaye Butterworth, de Britse componist, muziekcriticus en verzamelaar van volksmuziek en -dans, diende bij het Britse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog, tot hij sneuvelde door een kogel van een sluipschutter in augustus 1916. Geboren op 12 juli 1885 in Londen uit een welgestelde gestelde familie, werd Butterworth grootgebracht in York voordat hij zijn eerste opleiding ontving in Eton. Daar begon hij zich voor muziek te interesseren en zijn belangstelling groeide gedurende zijn tijd aan Trinity College in Oxford. In deze periode ontmoette hij zowel Ralph Vaughan Williams als Cecil Sharp, ontmoetingen die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van zijn muzikale ambities. Na een jaar les te hebben gegeven aan Radley, ging Butterworth voor een korte periode studeren aan het Royal College of Music. Zijn interesse
voor het verzamelen van volksmuziek (samen met Sharp en Williams) stamt uit deze tijd. Muzikaal gezien staat Butterworth bekend als de componist van ‘The Banks of Green Willow’ (uit 1913) en het op muziek zetten van ‘A Shropshire Lad’ van Alfred Edward Housman in 1912. In deze tijd schreef hij ook kritieken voor de London Times.

Het uitbreken van de oorlog in Europa in augustus 1914 deed Butterworth zich aanmelden als luitenant bij het 13e Bataljon van de Durham Light Infantry. Voor zijn inscheping naar Frankrijk heeft Butterworth echter al zijn werk vernietigd dat zijn toets der kritiek niet kon weerstaan. Dat is de reden dat zijn muzikale output wat klein is. Gedurende twee jaar van zijn dienst was hij koerier en verdiende het Military Cross vanwege het succesvol verdedigen van een loopgraaf in Pozières van 17 tot 19 juli 1916. Als man met de reputatie moedig te zijn, werd Butterworth gedood terwijl hij een aanval leidde tijdens het Somme offensief in Pozières op 5 augustus 1916. Het lichaam van Butterworth is nooit gevonden, maar zijn naam staat vermeld onder de 73.357 vermisten op het Thiepval Memorial. Hij werd 31 jaar.

Cees Sleven © 2013