Category Archives: Uncategorized

Gezicht

Gezicht, in de verste verte geen voltooid van zien,
want zien doe je alleen met beide ogen.
Het gezicht vermag meer, met zintuigen die alles mogen
en soms te ver gaan, over de grens misschien.

Het zijn instrumenten waarvan ik mij bedien
voor een helder beeld, meestal vrolijk, maar ook bewogen.
Dan verstart de blik en moeten tranen drogen.
Prijs die ik betaal voor de gevoelens die ik dien.

Het gezicht verwordt tot een vlekkerig lijnenspel
met diepe rimpels door het leven meegegeven
en trillende mond waarmee ik al het zonnige nog doorvertel.

De oren reeds stil, de reuk al lang weggedreven,
het zijn mijn handen waarmee ik navertel,
en hoop alles te hebben opgeschreven.

Cees Sleven © februari 2019

Advertisements

#Birdbox challenge

Belevingstheater, opdracht:

Ga op klaarlichte dag ergens in de/het stad/dorp zitten op een trap, bankje of rand. Kijk hoe lang je het durft om je ogen te sluiten. Maar let op de geluiden die je hoort. Val niet in slaap, maar stop als je aangesproken wordt. Hoe is dit om te doen en wat gaat er door je heen? Wat hoor je eigenlijk allemaal? Probeer jezelf uit te dagen door een plek te zoeken waar redelijk wat andere mensen langs komen. #Birdbox challenge

Doesburg, zaterdag 19 januari 2019.

“#Birdbox challenge” staat er als samenvatting onder mijn opdracht geschreven. Dat belooft niet veel goeds. Iets met een blinddoek of zo? Het zou toch een onvergetelijke ervaring in POSITIEVE zin worden? Op het ergste voorbereid en goed ingepakt zoek ik het bankje op dat staat op de kruising van de Markt en de Kerkstraat in Doesburg. Als ik ga zitten, geeft het bankje mij een koude begroeting. Op mijn beurt begroet ik de Vietnamese meneer in het loempia tentje, want die staat in mijn zichtlijn richting kerk. Gehoorzaam aan de opdracht sluit ik de ogen, maar niet voor lang uit angst aangesproken te worden in de trant van “is alles wel goed met u meneer, kan ik iets voor u doen?” Mijn leeftijd, de plek en de situatie zouden daartoe te veel uitnodigen, dus ik besluit om mij met open vizier te richten op mijn omgeving en mijn overige zintuigen het werk te laten doen. Als een godsgeschenk slaat de Martinitoren 12 slagen en wanneer het 12e uur langzaam versterft tussen de oude geveltjes, rest mij als bonus orgelspel dat uit de kerk tot mij komt en zich vermengd met de geur van vers gebakken loempia’s. Mijn blik glijdt naar het glazen vredesmonument van Jan Wolkers dat prachtig uitgelicht wordt door zonlicht dat tussen de huizen door valt. “Toen de klok zweeg verschenen de vogels van de vrijheid” luidt de tekst, doelend op de nadering van geallieerde vliegtuigen toen de Duitsers in 1945 op het laatste moment nog even de toren opbliezen. Achter de silhouet van de herbouwde toren trekt een grote V-formatie ganzen richting zuiden. Hun gegak is duidelijk hoorbaar in de ijle winterlucht. Je kunt de naderende kou maar beter voor zijn.
Ik heb de ogen open, dus ik word NIET aangesproken. Gewoon een oudere man op een bankje, genietend van het moment. Op weg terug naar huis zie ik wat oudere mannen druk converserend in een bushokje zitten. Ik ken dat hokje, die mannen zitten er altijd. Oude mannen in een bushokje met altijd weer dezelfde verhalen. Laat mij mijn geluksmomenten nog maar even alleen beleven. Ook al is het met de ogen open…

Cees Sleven © januari 2019

Goede voornemens

Boven de altijd wat rommelige boekenkasten bij de kringloopwinkel hangt in een scheef lijstje een opmerkelijke spreuk van de dichter Goethe:

“Het moet een goed voornemen zijn om iedere dag naar een mooi muziekstuk te luisteren, een goed gedicht te lezen of een fraai schilderij te bekijken. En… een paar ware woorden te spreken!”

Als ik dit voornemen tot het mijne zou maken, dan zou ik nu, in de eerste dagen van het nieuwe jaar, al een eind op streek zijn. Zo ontdek via het prachtige orkestwerk ‘Grace’ de muziek van de Nederlandse componist Joep Franssens. Mystiek, spiritueel, klassiek, maar balancerend op de rand van de popmuziek. Ik dompel mij onder in het universele, in de op toon gezette wereld van schrijvers en filosofen. Zware, maar nieuwsgierig makende kost voor de nu nog lange avonden. Deze muziek vormt een passende omlijsting voor de dromerige, melancholische gedichten van Rainer Maria Rilke. Ik lees en herlees zijn prachtige gedicht ‘Herfstdag’ als ode aan het zinnen strelende jaargetijde waar ikzelf ook zo van hou:

Heer, het is tijd. Het was een grootse zomer.
Leg nu uw schaduw op de zonnewijzers
en laat de wind over de velden komen.

Gebied de vruchten vol te zijn,
verleen hun nog twee zuidelijke dagen,
stuw ze naar de voldragenheid
en jaag de laatste zoetheid in de zware wijn.

Wie nu geen huis heeft, bouwt het ook niet meer,
wie nu alleen is, zal het nog lang blijven,
zal waken, lezen, lange brieven schrijven
en rusteloos de lanen op en neer gaan
als de wind de blaren voort zal drijven.

(vertaling: Peter Verstegen)

Een muziekstuk geluisterd, een gedicht gelezen, rest mij nog een schilderij en wat ware woorden…

In het 1e decennium van de 20e eeuw was Rilke een welgeziene gast bij de ‘Familie’, de schildersgroep in het kunstenaarsdorp Worpswede bij Bremen. In dat landschap van bruin moeras met zijn littekens van de turfwinning, zwart-spiegelende kanalen, fluwelen wolkenluchten en de altijd aanwezige berkenbomen vonden zij hun hemel van machtige stapelwolken en onderdanig, drassig moerasland. Een landschap dat alleen nog een linnen doek zocht. “Weites Land” van Hans am Ende is zo’n schilderij dat op mijn netvlies gebrand staat en altijd weer direct oproepbaar is. Ik zit weer in bus 670 van Bremen terug naar Worpswede. Het landschap trekt aan mij voorbij. Het veenland met zijn witte berkenbosjes en zijn lage horizon En daarboven schildert zich een prachtige wolkenlucht. En weer word ik onweerstaanbaar in am Ende’s schilderij getrokken…

Dit goede voornemen is wel vol te houden denk ik, Goethe is immers niet de eerste de beste. En zo’n kringloopwinkel kan een ware goudmijn zijn. Ik duik dan ook wekelijks tussen de boeken of zoek tussen de platen en cd’s om mijn goede voornemen gestand te doen. Als ik mijn buit binnen heb en voor ik weer huiswaarts keer, hang ik uit dankbaarheid het lijstje met Goethe’s boodschap nog even recht aan de muur…

Cees Sleven © januari 2019

“Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?”

Hazenvenster – Dom, Paderborn

Over bieten, hazen en een oud klooster…
Donderdag 13 december 2018

Onaangekondigd en vast een beetje onverwacht is hier een reisverslag van een kleine zwerftocht door het Duitse Weserbergland. Tussen theater en kasteel kon ik nog 4 aaneengesloten dagen bij elkaar vegen om zo de donkere dagen voor kerstmis misschien wel in hun puurste vorm te kunnen beleven. Daarvoor ben ik naar het gebied ten zuidoosten van de Porta Westfalica getrokken, het heuvelland dat mij altijd al fascineerde wanneer ik dit punt met de trein passeerde. Vanaf de top van de Wittekindsberg kijkt de beeltenis van Kaiser Wilhelm neer op alle drukte onder zijn keizerlijke voeten waar autobahn, spoorlijn en het riviertje de Weser samenkomen om zich daarna onbelemmerd in de Noord-Duitse laagvlakte te verliezen. Ik heb de landelijke rust van dorpje Möllenbeck opgezocht, een verscholen plek tussen de bietenvelden met het reliëf van het bergland rondom. Ik logeer in een tot hotel verbouwde boerderij, pal gelegen naast een oud, middeleeuws klooster. De locatie is werkelijk inspirerend en voldoet helemaal aan het gestelde doel: grote kale bomen waarvan de glimmende takken druipen van de eerste natte sneeuw, de geur van rottend blad en de diepe stilte die slechts af en toe verbroken wordt door de klok van het klooster. Niet als verstoring, maar als accent om die stilte te benadrukken. Ik ben de enige gast hier en mocht de grootste en mooiste kamer uitzoeken. “Buiten het seizoen” zegt mijn gastvrouw, “U mag de familiekamer wel nemen, er zijn weinig families nu die een tussenstop willen maken op de Autobahn A2”. Zij verontschuldigt zich meer dan eens voor de triestigheid buiten en de volkomen rust in het hotel. Maar ik ben de koning te rijk met mijn mooie kamer en met mijn fijne schrijfplek. Alle hoge en lage ramen bieden uitzicht op het klooster dat nu, uitgelicht, zich aftekent tegen de zwarte avond. Het zal ongetwijfeld fluisteren rondom de zware stenen muren van het bouwwerk, over verhalen uit een ver verleden en terwijl ik de kamer helemaal donker maak, laat ik mij, staande voor het grote raam, door de binnenglurende schaduwen omarmen en meevoeren naar het wezen van de kersttijd.

Eerder deze dag breng ik een bezoek aan de Hoher Dom in Paderborn, een godshuis uit de 13e eeuw dat nadrukkelijk de contouren van de stad bepaalt. Ik tref het niet: de fraaie toren staat helemaal in z’n winterjas en met de kerstmarkt aan zijn voet voldoet hij helemaal aan het winterse plaatje. Ik bewonder het paradijsportaal met de patroonheiligen van de dom en de heilige martelares Katharine van Alexandrië die de heidense keizer Maxentius onder haar voeten vermorzelt als symbool van de overwinning van het geloof op het heidendom. We hebben het hier over de 4e eeuw. Sinds die tijd is er dus maar bitter weinig veranderd als het om het geloof gaat…
De kerststal is bijzonder: allemaal figuren die weglopen van de stal met gulle gaven in hun handen. De stal die geen stal is maar een kerkje. Ja, de schaapjes zijn gebleven, maar daartussen staan moeders met boodschappen, mannen met pakketten en kinderen met kleinigheidjes. Een soldaat ziet erop toe dat alles ordelijk verloopt. Als deze houten figuren echt zouden kunnen bewegen dan liepen zij naar de bezoekers toe om hen voor te doen hoe je spullen kunt inzamelen voor de daklozen van de stad: een pak koffie voor een warme dronk, een slaapzak voor enige beschutting in de koude winternacht en kaartje met daarop wat troostende woorden die de daklozen zelf zullen voorlezen op hun kerstviering. Mijn ogen gingen over de opgeprikte kaartjes: heel veel geloof, hoop en liefde. En goed bedoelde suggesties voor een beter leven. Een kaartje in het Nederlands zal waarschijnlijk niet voorgelezen worden: “Ik heb niets te wensen, ik heb alles al. En daar ben ik dankbaar voor!”…
In de kruisgang bewonder ik het fascinerende “Hasenfenster”, een kunstig ontworpen maasvenster waarin drie hazen ieder twee oren hebben, maar het totaal toch maar drie oren telt. De Heilige Drie-eenheid op kunstige wijze gesymboliseerd in een cirkel van hazen. De cirkel als symbool ook voor de kringloop van het leven: groeien, afnemen, onzichtbaar zijn en weer opkomen. Van het wordende en het vergankelijke, maar ook van nieuw leven. Ik maak een foto van de hazen in hun venster en besluit deze kerst geen wild te eten…
Voor ik de gordijnen sluit zie ik dat de lucht is opengetrokken en hoe de kale takken nevelflarden vangen. Ik vermoed een heldere sterrenhemel. Misschien komt in deze koude winternacht het klooster wel tot leven, verschijnt er licht achter de hoge ramen. En wordt er door een zwanger stel met een ezeltje aangeklopt voor onderdak. En worden zij doorverwezen naar dit hotel. Plaats genoeg in deze herberg… En langzaam zal ik wegzinken in een diepe slaap en er geen weet van hebben…


Klooster Möllenbeck

“Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?”
Vrijdag 14 december 2018

De ochtend is helder en koud, maar de paar wolkjes die voorbij zeilen laten toch wat vlokjes los. De ochtendzon zet het klooster van Möllenbeck in een oranjegouden gloed die mij uitnodigt voor een vroege ontdekkingstocht in de omgeving. Het grote boerderijcomplex, de hoge bomen, zij vormen slechts de omlijsting van het 1111 jaar oude klooster. Ik maak een omtrekkende beweging en leg het geweldige kloostergebouw van alle kanten vast met mijn camera. Van de hooggotische kloosterkerk tot de romaanse torens uit de 10e eeuw. Dit staat hier zomaar in de oorverdovende stilte van de morgen, geen mens te zien, alleen de vogels vliegen hun rondjes, van de met klimop overwoekerde bomen, hoog om de torens en dan weer terug.

Om klokslag 10 uur sta ik op het station van Rinteln te wachten op de trein naar Hameln, twee haltes verderop, een dieseltje van de NordWestBahn via enkelspoor. Heuvelrijen links en rechts en in het brede dal van de Weser zie ik overal de met zeilen bedekte bergen met bieten. Ook trekken duizenden ganzen in grote zwermen door dit dat dal naar het westen, op de vlucht voor de kou die ongetwijfeld komen zal.
Hameln is een prachtig stadje, economisch, cultureel en toeristisch centrum van het Weserbergland en wereldberoemd door de sage van de rattenvanger. Dankzij de gunstige ligging aan de Weser verwierf de stad grote rijkdom met de graanhandel en staat vol met prachtig versierde koopmanshuizen, juweeltjes van de Weserrenaissance. Ik maak in dit openluchtmuseum een stadswandeling langs al dit fraais, waarbij de kerstmarkt ook nog eens sfeerverhogend werkt. De hele dag door wordt er gegeten en gedronken, door jong en oud. Gesuikerde noren, champignons met knoflooksaus, halve meters (!) worst op een te klein broodje, met de uitpuilende delen als symbool van overvloed. Dat alles wordt weggespoeld met bier en glühwein. Leerkrachten loodsen als ware rattenvangers rijen met schoolkinderen behendig tussen de kramen door. Veel kramen met houtsnijwerk, sieraden en ratten, opvallend veel ratten, als snoep en als speeltje. Zelfs rattenpies en -bloed is verkrijgbaar… Ik hou het bij mijn Milchkaffee mit Käsetorte, de koffie feestelijk versierd met een kerstboom in het schuim. Ik vervolg mijn route en mijn blik speurt langs de fraaie gevels hoog boven het kerstgedruis. In de Bungelosenstraße word ik met mijn neus op de feiten gedrukt: een inscriptie aan de muur vertelt iets over de ontvoering van de kinderen, 130 in getal trokken zij door deze straat. Sindsdien zwijgt die Bunge, de trom die niet meer geslagen wordt. De straat blijft Bungeloos. Slechts twee kinderen keerden terug. Het ene was blind, waardoor het de plaats waar de kinderen waren verdwenen niet kon aanwijzen, het andere was stom, zodat het niet kon vertellen wat er was gebeurd. Eén jongetje ontsnapte de dans, omdat hij zijn jasje nog moest ophalen…
En liep ik de rattenvanger nog tegen het lijf? Ja inderdaad, op elke straathoek wel één! De mooiste echter vond ik in de Marktkirche, in een gebrandschilderd raam. Als jager met de vreemde, rode hoed. En terwijl hij de fluit beroert, begint het orgel te spelen ter begeleiding van een saxofoonspeler die de karakteristieke klanken van zijn instrument de kerkruimte in blaast. Wat een machtige combinatie is dit! Het rollende laag van het orgel dat omspeelt wordt door de enigszins weemoedige geluid van de saxofoon. Zie ik het goed, die wat verbaasde blik van de rattenvanger van onder zijn rode hoed? Zou hij misschien willen ruilen van instrument? En heel even maar…
In de trein terug zie ik de grijze contouren van de heuvels aan de horizon. Hoge wolken vangen nog het laatste zonlicht. De eerste lichtjes prikken in mijn blikveld wanneer ik weer uitstap in Rinteln. “Ausstieg links” met een grote stap op het perron. Ik voel mijn zere voeten en mijn volle hoofd. Gelukkig nog de hele avond te gaan om te herstellen…


Hamelen

“Christkind”
Zaterdag 15 december 2018

Vandaag maak ik een ritje door het Weserbergland in de warme beslotenheid van mijn auto, met mijn favoriete Spotify-playlist uit de speakers. Schubert’s “Winterreise” bepaalt mede de sfeer van het landschap rondom mij: somber en kleurloos tekenen de kale bomen zich af tegen de grijze heuvels, hun wortels bedekt door een vaalbruin bladerdek. De voorbije herfst wacht nog op de winter, de natuur staat stil in een ademloze pauze. Hier en daar liggen op de daken van de huizen langs de weg restjes sneeuw op de pannen en dringt de geur van kachelhout door tot in de auto. Kringelende rook uit schoorstenen verraadt warmte en gezelligheid binnenskamers. De weg volgt het riviertje in het dal, met beboste heuvels links en rechts. Dan weer hoog en dan weer laag, maar altijd bochtig, het vereist zeker wat stuurmanskunst. Best wel een mooi gebied dat Lipper Land met de vakwerkpareltjes Lemgo en Detmold. Omzoomd door de bossen van het Teutoburger Woud bepalen hun intieme kerstmarkten de juiste sfeer voor deze tijd van het jaar. De lichtjes zijn er, de geluiden en het gezang, alleen de sneeuw ontbreekt. Als ik uitzoom kijk ik recht in het kerstpanorama van Intratuin. Maar vandaag mijd ik de kerstmarkt en ben ik een beetje vakwerkmoe, zelfs de camera blijft in de tas.
In de Marktkirche kom ik bij de kerststal aan de praat met een vriendelijk dame over het “Christkind”, waarvan ik aannam dat zij de pasgeborene, het Jezuskind in de kribbe bedoelde. Maar niets is minder waar! Ja, het gaat wel om een hemels wezen waarmee Luther tijdens de reformatie St. Nicolaas bestreed, waarmee de nazi’s het misbruikte voor hun propaganda en het vandaag de dag juist in katholieke kring weer helemaal op handen gedragen wordt. St. Nicolaas werd door Luther afgedaan als “kinderlijk”, alleen Christus kon op 25 december goede gaven onder de, uiteraard protestante, kinderen uitdelen. En zo ontwikkelde zich het “Christkind”, een engelachtig wezentje dat nog wel heel veel gelijkenis vertoonde met het Jezuskind. Schattig ziet het meisje eruit met haar lange, blonde lokken, haar tere vleugels en haar witte gewaad. En toch heeft niemand haar ooit gezien. In de kerstnacht legt zij cadeautjes voor de ramen en deuren en slechts het geluid van belletjes verraadt haar aanwezigheid. Zij weet zich vergezeld door knecht Ruprecht, haar norse en angstaanjagende helper. Altijd in het zwart gekleed, draagt deze bebaarde figuur een roe aan zijn gordel en een korf met geschenken op zijn rug. Kinderen die hun cathachismus niet goed kenden konden een afstraffing met de roe verwachten of een enkele reis in de mand tegemoet zien…
Hier geen zwartepieten discussie, denk ik. Die Ruprecht daar valt niet mee te spotten! Ademloos luister ik naar het verhaal van de dame die in mij een gewillig oor vindt, waar anderen reeds zijn afgehaakt. In de 19e eeuw verbreidt Luthers idee van het “Christkind” zich ook in katholieke regionen en vandaag de dag bezoekt het engeltje nog bijna uitsluitend kinderen in katholieke streken. De protestanten hebben zich verbonden met de kerstman, vrolijk, gezet en een beetje oud. Als het mag kies ik voor het Christkind, al past het in de beschreven outfit, lang gewaad en en tere engelenvleugels, zeker niet in een kribbe. Ik dank de dame voor haar boeiende verhaal en werp een laatste blik in de kerststal. Daar ligt het Jezuskind, bijna naakt, tussen os en ezel…
Thuis gekomen doe ik een dutje, maar val ik in een diepe slaap waaruit ik ontwaak door het geluid van belletjes… Voor mijn deur zijn twee flesjes water neergezet… De klok van het klooster heeft zojuist 10 uur geslagen…

De aanbidding van het Kind –   Dom, Paderborn

Huiswaarts
Zondag 16 december 2018

Op de vroege zondagmorgen verlaat ik weer het Weserberland. Op de weg naar huis passeer ik het eerste sneeuwfront van deze winter. In korte tijd verandert het landschap in de zo gewenste kerstkaart. Helaas is het slechts van korte duur. Als de heuvels wijken en ik weer de vlakte inrij, laat ik dit sprookjesachtige stukje Duitsland in alle eenzaamheid achter. De magie is verbroken, De autobahn is weer kaarsrecht, Opstuivende regengordijnen reizen met mij mee huiswaarts…

Cees Sleven © december 2018

“Captain” Heddy

 

Vrijdag 15 augustus 1941. De Duitse spion Josef Jacobs wordt onder militaire escorte overgebracht naar de Tower of London.
Na aanvankelijk geweigerd te hebben, accepteert hij de medicijnen om rustig te worden. Hij wordt naar een kleine schietbaan geleid, gelegen tussen de binnen- en buitenmuur van de Tower. Ze zetten hem in een houten Winsor stoel, binden zijn polsen vast met touwen en trekken een zwarte kap over zijn gezicht. Het signaal om aan te leggen wordt gegeven. Zijn laatste woorden zijn gericht naar de soldaten van het vuurpeloton. “Schiet raak, Tommies”. De aanwezige commandant laat zich ontvallen dat Josef Jacobs een moedig man is geweest, als hij hoort hoe deze de dood tegemoet treedt.
Na de executie wordt Josefs lichaam overgebracht naar het mortuarium van de Tower Bridge en onderzocht door lijkschouwer William Reginald Huleatt Heddy die de dood constateert door kogels door het hart. Het lichaam van Josef wordt anoniem begraven op de rooms-katholieke begraafplaats van St. Mary.

Donderdag 18 oktober 2018. Als verlate zomergasten slenteren wij door de smalle winkelstraatjes van de Engelse badplaats Hastings. Hiervoor hebben wij de smalle kilometer aan zee verlaten en zijn naar het oude centrum geklommen. Daar krijgt het seizoen nog een verlenging, wachtend op het moment dat het plots uit de zomerse droom zal ontwaken, als weer en wind de zuidkust zullen belagen. De winkeltjes bieden tot ver op de stoep hun koopwaar aan. In een uitdragerij -ik heb er geen ander woord voor- wordt mijn aandacht getrokken door een lijstje met daarin een foto waarop een soldaat poseert in Eerste Wereld Oorlog uniform. In sepia gekleurd kijkt hij fier via de lens zijn wereld in. Ruim 100 jaar later vang ik zijn blik en vraag me af wie hij was en wat van hem geworden is. Mijn fascinatie voor de Grote Oorlog speelt weer op en op de achterzijde van de foto ga ik op zoek naar aanwijzingen. Een naam met initialen: “W.R.H. Heddy”,  jaartallen: “1914, 1915”, iets vaags over een regiment en een paar nauwelijks te lezen letters: “R.A.M.C.” zouden het startpunt kunnen zijn voor een speurtocht naar deze soldaat. Ik heb het eerder gedaan!

Ruim een eeuw na deze soldaat Heddy staat ons het wereldwijde web ter beschikking en kan bijna niets voor ons verborgen blijven. Met de foto voor mij start ik mijn zoektocht en binnen slechts 20 minuten is het raak: William Reginald Huleatt Heddy, de “R.A.M.C.” staat voor “Royal Army Medical Corps” en het jaar 1915 verwijst naar het jaar waarin William is bevorderd in de rang van “Captain”. De fiere blik op de foto is er dus een van trots, letterlijk voor eeuwig vastgelegd tijdens een kort verlof in Engeland. Maar ik kom meer ter weten: William werd geboren op 30 december 1890 in Londen, op de foto is hij dus 24 jaar. Het gezin met nog 3 dochters woonde samen met de bedienden in Kensington en was in goede doen. Zijn vader was chirurg en de jonge William was voorbestemd in zijn vader’s voetsporen te treden. Hij gaat een medische studie volgen en klimt op tot chirurg in 1914. Dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit en wordt William uitgezonden naar het strijdtoneel in Noord-Frankrijk. Hij komt ongeschonden de oorlog door en op 13 juli 1920 neemt hij ontslag uit het Royal Army Medical Corps. Niet veel later begint hij een carrière als lijkschouwer die zijn naam zou verbinden aan de Duitse spion Josef Jacobs in 1941. Op bijna 82-jarige leeftijd komt William in maart 1972 in Ealing te overlijden.
Ik kijk nog eens goed naar zijn portret en stel mij William voor als oude man na een veel bewogen leven. Ik denk: altijd nog die trotse blik, maar met een zweem van verdriet. Verdriet om zijn nooit getrouwde, overleden zusters, waarvan alleen Jessie in 1972 nog in leven is. Kaarsjes met vlammetjes die kleiner en kleiner worden, langzaam uitdoven en tenslotte in rook opgaan.
De stoere soldaat Heddy staat nog altijd in die uitdragerij in Hastings. Ik maakte er slechts een foto van, want 5 Pond was me teveel om hem mee te nemen. 5 Pond voor een mensenleven. En de foto heb ik ook al gewist. Zo gaan die dingen in het digitale tijdperk…

Cees Sleven © december 2018

Mijn Indian Summer van 2018

 

Seven Sisters from Seaford Head

Mijn Idian Summer van 2018 breng ik door aan de Engelse zuidkust samen met het gezin van mijn jongste dochter. Geen cultureel zwerven in mijn eentje dit keer, maar intens genieten van de nabijheid van deze levendige familie met twee opgroeiende meiden. Het is hun eerste keer Engeland en sinds de ontscheping in Dover is alles vreemd en fascinerend voor ze. Engeland is een eiland en dat benader je met respect. Alleen per boot onderga je het echte eilandgevoel en de aanblik van de uit zee oprijzende krijtrotsen geeft je het gevoel echt iets achter te laten. Met een week in het verschiet vol tegenstellingen en charmante tegendraadsheid. Een hele natie die links rijdt, omdat het naar die kant makkelijker afstappen was voor de schrijlings zittende amazone. Ik ontferm mij over de taak van het links rijden en onder het alles overspannende, fraaie najaarsweer volgen wij de kustweg naar Seaford, een slaperige badplaats aan de voet van de Seven Sisters. Hoewel het al ver buiten het seizoen is, krijgt de zomer een verlenging met zwemmers in zee en strandgangers badend in het zonlicht. Zilverglitter op de golven, met toegeknepen ogen turend naar de schepen in de verte. Later op de middag zet het warme najaarslicht de Seven Sisters in een geelrode gloed als afscheid van alweer een fraaie herfstdag. Langzaam zal de zon in zee zakken en zullen de vogels gaan slapen. Traag zullen zachte nevelflarden tevoorschijn kruipen en durft de adem van de avond het huiverende wateroppervlak nauwelijks te beroeren, bang om door een rimpeling te veroorzaken haar uit haar zomerse droom te ontwaken. Een avond zonder dauw op de velden met af en toe een lichte, droge wind die de eerste afgevallen bladeren in kleine cirkels op en neer laat draaien. Een perfecte halve maan hangt in een wolkeloze hemel boven dit schouwspel, waaraan de mens zich onttrekt en binnen de veilige muren van zijn onderkomen vermaak zoekt. De avond die aanbreekt met kindergelach en
-gejengel, bedpogingen en kinderangsten totdat ook binnen eindelijk een weldadige rust neerdaalt. De nacht trekt over deze plek die niet ons thuis is, maar waar wij ons toch thuis voelen. Tot aan de volgende ochtend die met een oranjerode zon de nieuwe dag aankondigt. Een dag van rollende heuvels die loodrecht in zee eindigen, de plek ook waar menig leven bewust beëindigd wordt, getuige de kruizen en gedenktekens die de rand markeren. Plastic bloemen en linten fladderend in de wind. Soms is de lokkende stem van het water niet te weerstaan en neemt de zee. En zwijgt deze verder dan het graf. Reddingsdiensten doen hier fabuleus goed werk en trachten, vaak met succes, de radelozen richting politie of geestelijke gezondheid te praten. In weer en wind patrouilleren deze helden langs de kust in hun feloranje rescue-outfit, schaduwen zij de eenzamen.
Voor ons is het ook de dag van scones bij de thee en het wachten op hoog water. Sneller dan verwacht komt de vloed opzetten en rollen schuimende golven zich uit over het kiezelstrand. Tot het strand geheel verdwenen is en de Seven Sisters met hun voeten in het water staan. Rozig van weer en wind eten we ‘s avonds in de pub en doet de cider zijn werk: uitgelaten lopen wij door het uitgestorven plaatsje huiswaarts.
Het blijft zomeren aan de zuidkust van Engeland. Badplaatsen als Brighton en Hastings leven weer op terwijl het omringende landschap nu pas langzaam begint te kleuren onder de nog altijd staalblauwe hemel. Attracties zijn nog in volbedrijf en ook de fish and chips zaakjes hebben over klandizie, ja ook de onze, niet te klagen. Een bonte stoet aan dagjesmensen trekt aan ons voorbij, velen van bovengemiddeld gewicht en leeftijd. Wij wuiven onze zonden vandaag weg met het gemak van de passant die beterschap belooft, thuis, met ingang van de nieuwe week. Wie straks blijven zijn de vele daklozen die nu in de najaarszon de vele bankjes op de boulevard bevolken. Uitzichtloosheid en welgesteld zijn gaan hier, op deze smalle kilometers aan zee, zij aan zij. De een zonder hoop op beter, de ander zich bewust van de onherroepelijke neergang, met een Brexit in het vooruitzicht. Maar Engeland zal altijd wel Engeland blijven, eiland losgeweekt van Europa. Waar de slechtste wegen de mooiste uitkijkjes bieden, maar waar de linksrijdende bestuurder dan weer het minst van kan genieten. Waar men de kunst verstaat de tijd stil te kunnen zetten, zodat zelfs de zomer eeuwig voort kan duren.
Wij moeten terug, verwisselen straks links weer voor rechts en stappen van de zomer de herfst binnen. Met dierbare herinneringen aan die bijzondere Indian Summer van 2018…

Cees Sleven © oktober 2018

Wat doet deze smaak me je?

Wat doet deze smaak met je?

Met een licht gevoel van schaamte omdat ik er toch weer tot op het laatste moment mee gewacht heb, maar ook met een verwachtingsvolle nieuwsgierigheid open ik de enveloppe die antwoord gaat geven op de vraag “Wat doet deze smaak met je?” Er rolt een snoepje uit met de afbeelding van een appel op de wikkel. Wat doet de smaak van appel dus met mij. Gelijk flitsen mij allerlei gedachten door het hoofd. De verste gaat terug naar het paradijs waar Eva de verleiding met een appel door de slang niet kon weerstaan en vervolgens de hele mensheid in duistere misère stortte.
Te zwaar onderwerp voor nu. Met de kennis van nu heb ik daar wel een mening over, maar om die hier te opperen is spitsroeden lopen met alleen maar dames aan deze tafel.
Hoewel de appel niet mijn favoriete stuk fruit is -dat heeft alles te maken met de aanwezige schil die er, hoe verleidelijk mooi getekend en gekleurd ook uitziet, van mij af moet- ben ik wel gevallen voor die heerlijke zoetzure smaak die steeds weer zo bepalend is voor het pure fruit, maar ook terugkomt in appelsap, appelmoes en appeltaart. Torenhoog mijn favoriet hierbij is de Normandische cidre of Engelse cider. Dat beetje alcohol en dat vleugje belletjes maakt dit drankje helemaal af en tovert beelden voor mijn ogen van rijke appelgaarden, gekoesterd door de zon en gelegen in de meest arcadische landschappen… Overtreffende trap is natuurlijk een glaasje Calvados, maar ik wil niet bij jullie als alcoholist te boek staan.
Ter inspiratie voor deze verhandeling heb ik een langspeelplaat opgezet van de Beatles (ja, ik was van de Beatles), zo’n glimmend-zwarte vinylschijf met een doorgesneden appel op het label. Apple, als exclusief platenmerk voor deze Britse formatie die zo’n stempel drukte op mijn jeugd. Het nummer “No reply” brengt mij mijn eerste jeugdliefde in herinnering, een periode van kalverliefde en ontluikende jaloezie. Ineke was haar naam en ze was het vriendinnetje van mijn zus. Zij 14, ik 17 en ik moest maar eens terugkomen als ik mijn school had afgemaakt volgens haar ouders. Ineke woonde bij ons in de buurt op de kade en het was een verwarrende tijd, een tijd van smachten en niet kunnen eten, en van heel veel de hond uitlaten om maar een glimp van haar op te kunnen vangen. Handje in handje lopen in de Kinkerstraat als hoogst haalbare, net buiten de veilige buurt waar ik opgroeide, maar ver genoeg weg van haar ouders en mijn zus. Maar er kwam een andere jongen in haar leven, Ineke gaf niet langer thuis. “‘Cause you walked hand in hand with another guy in my place” Ik kijk wat mistroostig naar de draaiende appel op mijn draaitafel. “No reply” als samenvatting van mijn eerste echte verliefdheid. Slechts 2:15…
Veel later trouwde ik met Annemieke, een collegaatje van mijn zus uit het bejaardentehuis waar ook mijn oma verbleef. Ook oma kreeg in die tijd meer dan gemiddeld bezoek van haar kleinzoon. Het verliefdheidsmechanisme bleek gelukkig nog steeds zo te werken. Zonder de tussenliggende 45 jaar samen te vatten, pluk ik met die Annemieke rijpe appels op de appelplukdag in het Gelderse Rha. De appels licht optillen, een kwart slag draaien en in de volle hand opvangen. Gevallen appels dienen ook geraapt te worden. Als het leven zelf, vallen en opstaan. In de steeds voller wordende plastic tas vang ik, heel even maar, een glimp op van een heel leven van zonnedagen, maar ook van verdriet dat is blijven hangen. En van alles dat geweest is, en gebeurd is, het licht en donker van een mensenleven, weerspiegeld in de glimmende huidjes van de Elstars en het gewicht van de tas. Tussen springkussen en wafeltent, onder vlaggen die klapperen in de warme najaarswind zit aan een houten picknicktafel een tienerstel verliefd te wezen. Te midden van de appels van Rha is dit voor hen een markering in de tijd op een ritme dat de weken door de zomer droeg. Op hun mobieltjes vegen zij zichzelf terug in de tijd. In een tijd van tweets en gehaaide one-liners worden oordelen gemakkelijk geveld. Een mening is rap gevormd en geventileerd. De waarheid is gelukkig genuanceerder. Hopelijk geen “No reply” voor dit stel. Met een gerust hart en met het oog van de kenner zie ik dat het geen Samsung is, maar een Apple…

Cees Sleven © september 2018