Een herfstreis door het Taunusgebergte

Vrijdag 29 oktober 2021, Biedenkopf
Op zoek naar Elisabeth

Ik maakte een tocht.
In de beslotenheid en het comfort van mijn auto. Het wilde buiten nog niet echt kleuren, hoewel ik juist deze week gekozen heb om de kleurenpracht van de natuur in optima forma te kunnen beleven.

Ik maak een zwerftocht, voor het eerst in 2 jaar, na een periode waaraan ook, bewust of onbewust, menig kleur onttrokken werd. De vrije blik, het ongetemde kunnen, heel veel vanzelfsprekendheid moest worden heroverwogen langs momenten die in verdriet gedrenkt waren. Mijn doorsteek van het Sauerland, van noord naar zuid, brengt kleur en optimisme. Hier brandt de herfst in het mooiste kleurenpalet. Alsof de natuur iets goed te maken heeft. Goud tegen blauw, rood tegen groen en alles aan bruin en geel wat daar tussen ligt. Het warme najaarslicht wakkert het vuurtje nog eens extra aan en in dit schilderij zoek ik mijn weg naar Pension Margarethe in Biedenkopf, mijn uitvalsbasis voor een bezoek aan het middeleeuwse stadje Marburg dat ik morgen ga bezoeken. Ik ga op pelgrimstocht en zal op zoek gaan naar de schrijn van de heilige Elisabeth.

Heilige Elisabeth von Thüringen

Wie was deze gravin Elisabeth von Thüringen, geboren in 1207 en die reeds op 4-jarige leeftijd werd uitgehuwelijkt en in 1221 gelukkig trouwde met Lodewijk IV van Thüringen? En die haar korte leven -zij werd slechts 24 jaar oud- geheel toegewijd was aan de behoeftigen? 

In Marburg ga ik haar spoor volgen, van het landgravenslot op het hoogste punt van de stad tot haar laatste rustplaats in de gotische Elisabethkirche, die vrijwel ongeschonden de eeuwen heeft doorstaan. Elisabeth werd vrijwel gelijk naar haar dood heilig verklaard en verrichtte talloze wonderen. Ik zal mij slechts verwonderen over hoe broden voor de armen in rode en witte rozen konden veranderen en mee lijden met hoe jong geluk een einde kreeg door de pest. 

Marburg en het in het achterland gelegen Biedekopf, twee stadjes aan elkaar verbonden door de landgraven van Thüringen en de prachtige rivier de Lahn.

In Pension Margarethe, hoog boven het dal van de Lahn, beleef ik mijn LuscoFusco-moment: het moment van de dag dat het licht het verliest van de duisternis en deze strijd de hemel kleurt. De heuvels aan de overkant van het dal liggen besprenkeld met lichtjes, ambient music klinkt uit mijn telefoon. Een perfecte match om deze reisdag mee af te sluiten. Met dank aan de automonteur die mij geruststelde na een onwillig lampje in mijn dashboard en de overvriendelijke dame bij de Chinees waarvan ik het aangeboden aperitiefje niet kon weigeren…

Zaterdag 30 oktober 2021, Marburg
Laat de linkerhand niet weten wat de rechter doet

Marburg vanaf de burcht

Om 8 uur gaan de luiken open en kondigt de zaterdag zich aan. Van de heuvels aan de overkant van het Lahntal worden de contouren voorzichtig zichtbaar, de details -door de nacht uitgewist- zijn nog niet terug en tegen dit donkergrijs kringelt witte rook omhoog uit tientallen schoorstenen.

Loodrecht, want het is windstil. In een kleine serre die het gevoel geeft boven het dal te hangen geniet ik van mijn ontbijt. Er zijn nauwelijks andere gasten, maar de mondkapjes-dicipline blijft gehandhaafd, tenminste van mijn kant. Mijn aardige gastvrouw neemt het niet zo nauw, maar wil voor mij niet onderdoen. Ze hangt haar kapje ergens tussen nek en onderlip en begint een verhaal over haar doorgemaakte Corona-besmetting, lage immuniteit ten gevolge van kanker en vraagt tussen neus en lippen door hoe ik mijn eitje wil hebben. Business as usual. Bij vertrek geeft ze mij een schouderklopje en wenst mij succes met mijn bezigheden in Marburg.

De rit daarnaartoe is van een intense schoonheid ondanks het ontbreken van de ochtendzon. Mistflarden hangen als spoken aan de loodgrijze heuvels en de lucht trekt snel dicht. Het zou zomaar kunnen gaan regenen.
Mijn auto laat ik achter in een enorme parkeerkolos, ergens in de Altstad, maar al snel zoek ik mij een weg omhoog naar de burcht door nauwe steegjes, over eindeloze trappen en langs al dan niet gerestaureerde vakwerkhuizen. Hier heeft de tijd echt stil gestaan. En voor ik het weet ben ik de weg kwijt. Een vriendelijke meneer zet mij weer op het goede spoor en na het passeren van 2 eerbiedwaardige kerken krijg ik de residentie van de Hessische landgraven weer in zicht. Slingerende trappen brengen mij van niveau naar niveau en doen de stad steeds verder onder mij wegzinken. Langzaam en vechtend tegen de verzuring in mijn bovenbenen klim ik naar boven waar ik beloond word met een prachtig uitzicht over Marburg en omgeving. Elisabeth van Thüringen zal in 1228 ongetwijfeld vanuit deze burcht met gemengde gevoelens hebben neergekeken op de stad, afwegende hoe pracht en praal te rijmen viel met de noden van de armen. Haar plichten lagen hier boven, haar hart in de stad beneden. Elisabeth geeft niet thuis, de sloebers zijn echter wel gebleven. Zelfs hier, waar nog maar een handjevol toeristen naar boven komt geklauterd, hangen zij ineengedoken in een vieze slaapzak tegen de burchtmuren. Bierfles binnen handbereik en met mondkapje op, dat wel…

Als de ochtend overgaat in de middag, wanneer alle klokken van de stad 12 slaan, daal ik af aan de andere kant van de heuvel en richt ik mijn blik op de dubbele torens van de Elisabethkirche, nu nog ver onder mij. Van deze kant komen ook klimmers omhoog, hijgend en puffend en snakkend naar wat te drinken. Ik kan hen melden dat boven de horeca open is, maar heb meer aandacht voor mijn eigen kuitspieren die zich hevig verzetten tegen het afremmen op de hobbelige keien. Het is inmiddels inderdaad gaan regenen, maar de gotische kerk gewijd aan de heilige Elisabeth biedt onderdak. Hier is zij alom aanwezig, ondanks het verder sobere interieur van deze nu protestantse kerk. Ik onderga de highlights die ondanks een grote renovatie zichtbaar zijn, van anderen die verborgen zijn achter schotten en bouwstellingen koop ik een ansichtkaart. Zo houdt de heilige Elisabeth toch nog haar geheimen. Haar graf en schrijn mocht ik niet aanschouwen, haar wonderen des te meer. Beelden, altaarstukken en gloedvolle, kleurige Vensters getuigen van haar goede daden en wonderen die zij verrichtte.
De suppoost achter de balie loopt met mij mee naar buiten als ik hem de weg terug naar de Altstad vraag. Hij wijst mij het begin van de terugweg die ik even later op mijn telefoon controleer. En ja hoor, het kaartje toont keurig de positie van mijn auto. Wonderlijk…
Met spierpijn in boven- en onderbenen schrijf ik dit verhaal terwijl mijn oog valt op het flesje mineraalwater achter mijn laptop: ‘Elisabeth Quelle’ staat er op het etiket… Zou het…? Misschien…?

Zondag 31 oktober 2021, Saarburg
Cnaeus Cornelius

Roman Kastell Saalburg

Als ik wakker word is het wintertijd, een krom bedenksel van de mens met een ontregeld bioritme tot gevolg. Evenals zich zelf sluitende rolgordijnen en atoomklokken, een bonus-uur vakantie is dan wel het minste wat er tegenover mag staan. Dat extraatje gebruik ik om het dal beneden mij te zien ontwaken op deze stille zondagmorgen. Er is nauwelijks een beneden of een boven, dikke mist heeft het dal in bezit genomen. Alles druipt en het geluid van de vallende druppels accentueert nog maar eens de stilte van dit uur. Ik trotseer de vochtigheid en maak een vroege wandeling in herfstige sferen. De bomen houden zich behoedzaam stil al kunnen zij het vallen van de laatste bladeren niet verhinderen. Bladeren die alle narigheid van de afgelopen jaren zullen bedekken, in het bos en op de straten en waar ‘het gedwongen normaal’ in een dik bladerdek zijn rust zal vinden.

Later, in het ontbijtzaaltje, vang ik een gesprek op tussen 2 mannen met Aziatisch uiterlijk, waarschijnlijk medici of farmaceuten, die diep wetenschappelijke gegevens uitwisselen over bijwerkingen van Coronaprikken bij kinderen. De voertaal is Engels en de feiten zijn niet om vrolijk van te worden. 
En dan ineens een lichtpuntje: een streepje zon en een vlekje blauw te midden van het grijs. ‘Elisabeth’ denk ik! De druk converserende mannen verdwijnen en ik kan mij klaarmaken voor een reis naar het zuiden van slechts 80 kilometer, maar meer nog een reis in de tijd…

Ooit diende ik, in een ander leven en in een andere tijd, als infanterist in het leger van Keizer Hadrianus en was samen met zo’n 600 andere soldaten gelegerd in een castellum aan de noordgrens van het Rijk met de provincie Germania Inferior. Dat was omstreeks het jaar 160 AD en Cn(aeus) Cornelius was mijn naam. Ver van mijn geboorteland verdedigde ik daar de wankele grens tegen de Germanen die zich meer en meer begonnen op te roeren. Menigmaal moest ik de veiligheid van het castellum achter mij laten om over de ommuring het onveilige gebied binnen te trekken naar een van onze voorposten. Hoewel de vijandige elementen zich niet vaak lieten zien, was alles aan dat gebied vijandig: de indrukwekkende verlatenheid van het landschap, de geheimzinnige bossen en de onberekenbaarheid van het weer. Ja zelfs het licht was er onvoorspelbaar…
In het anno nu sta ik in Kastell Saalburg op de overblijfselen van wat eens mijn barak moet zijn geweest. Opnieuw wordt mijn blik gevangen door dat licht uit het noorden dat strijkt langs de heuvelrug van de Hoge Taunus en zet de limes in een mysterieuze gloed. Er gaat een schok van herkenning door mij heen, want hier ligt een deel van mijn bestaan. En de gedachten terug aan die tijd komen met kracht: het strenge kampleven tussen de huurlingen van het legioen op die godvergeten plek daar aan de grens, de voorzichtige contacten met de burgers buiten de zuidpoort en de troost die ik vond in het schrijven (…). En dan was er altijd dat brandend verlangen naar de warme zon van mijn geboorteland…
Ik huiver in de najaarskou, maar ik wil mij vastklampen aan deze herinneringen. Dit is het moment. De sluiter van mijn camera maakt overuren op zoek naar dat ene beeld. Mijn vervlogen beelden keren terug in de scherpte, Kastell Saalburg komt weer tot leven. Ik voel een drang dit vast te leggen en voor altijd te bewaren. Al kost het me een paar natte knieën, langzaam versmelten heden en verleden zich en voel ik mij onverbrekelijk verbonden…
Vanuit Saalburg stuur ik jullie dit bericht via internet. Langzaam vervaagt de limes weer en zakt het castellum terug in de tijd. Cnaeus Cornelius wordt weer Cees en die kijkt nog eenmaal in dat prachtige licht, de zon tegemoet. Het is ongetwijfeld ook jullie zon. Geniet er maar van…

Maandag 1 november 2021, Großer Feldberg
Hochtaunusstraße

Zendstation op de Großer Feldberg

Er is voor vandaag spectaculair weer voorspeld. Stevige buien, maar ook zonnige momenten, zelfs een klap onweer wordt niet uitgesloten. Een autorit zal dus de beste optie zijn, zodat ik zelf mijn momenten kan kiezen om droog van stad en land te kunnen genieten.

Uit het rijtje Duitse middelgebergten heb ik dit keer voor de Taunus gekozen, reden om vandaag de Hochtaunusstraße te rijden, want die belooft mooie vergezichten, idylische stadjes en in dit jaargetijde adembenemende herfstkleuren. Vandaag hang ik de toerist uit die constant een rij auto’s achter zich aan heeft, veel te veel op zijn rem staat en daardoor nauwelijks tijd heeft om van de omgeving te genieten. Hoewel de vergezichten het voorlopig nog laten afweten door zware, laaghangende wolken, zien de bossen er schitterend uit. Dan weer rij Ik door tunnels van oranje-geel, dan weer rij ik de loodgrijze lucht tegemoet, waartegen de kleurende beuken en berken prachtig afsteken. Ik laat een spoor van plakkende bladeren achter, die opwaaien en zich daarna in een oneindige dans te ruste leggen. Draaien en keren, klimmen en dalen, ik snij met de wielen door diepe plassen.

En dan wordt het lichter. De nevelflarden trekken langzaam op langs de hellingen en de eerste zonnestralen kondigen zich aan. Blauw mengt zich in het kleurenpallet, hoogste tijd om de benen te strekken. Dat doe ik in Bad Camberg met zijn stadspoorten en aardige vakwerkhuizen in het centrum. Op de Marktplatz hangt een landerige maandagmorgensfeer. Er zijn weinig mensen op straat, wat jongelui hangen rond bij de ijssalon. Er wordt uitbundig gelachen wanneer een van de meisjes een bolletje ijs verliest. Het klinkt hol op dit pleintje met zijn vakwerkgevels en hobbelkeitjes, waartussen het bolletje aardbeienijs langzaam ligt weg te smelten. De mooiste gevels gaan op de foto. Waarom eigenlijk? Ik heb dit al honderd keer gedaan. En wat doe ik ermee? Alleen om te bewijzen dat ik er geweest ben? Misschien… 

Wanneer ik voor de etalage van een grote speelgoedwinkel sta, weet ik het: het zijn nostalgische herinneringen aan mijn spoorbaan thuis met zijn bergen en zijn plakhuisjes. Een baantje van amper 1 bij 2 meter dat mijn vader in de ombouw van een opklapbed had gemaakt. Bij ons thuis, boven op de overloop was dat mijn wereld: bergen van zachtboord, huisjes met vakwerk en sporen met veel te krappe bochten… Vertrekpunt voor mijn gedroomde reizen was steevast het stationnetje ‘Zindelstein’, Gleis 1 oder 2. Misschien verwezenlijk ik nu wel die jongensdromen, wanneer ik reis in dit land van Märklin treintjes en Faller huisjes…

Regen ontneemt mij het zicht boven op de Großer Feldberg, met zijn 878 meter het hoogste punt van de Taunus. Drie spookachtige torens van het zendstation steken hun kop in de natte regenslierten. Met knappende oren ben ik hier naartoe gereden in de hoop iets van het omringende landschap te kunnen zien. Maar alles hierboven heeft zijn kleur verloren en is de wereld niet meer dan een 100 meter groot. Niets is magisch aan deze plek, waar ooit de sterke Siegfried zijn Brünnhilde wakker kuste, nadat hij moedig de gladde rotsen had beklommen en het verzengende vuur had getrotseerd, dat de grot waarin zij lag te slapen omringde. Geen roze gloed in het grijs, geen silhouetten van mannen op weg naar heldendom, geen magische liefdesgrot. Nattigheid is mijn deel en het fluitende geluid van de tuidraden van de zendmasten in de opstekende wind. De hemel boven mij komt in beweging, de aangekondigde buien zijn gearriveerd. Al snel klettert, gutst en stroomt alles op de weg terug van de top. En het bliksemt, kort maar krachtig: de toorn van Wodan omdat ik net even te dicht bij kwam? 

Dinsdag 2 november 2021, Obernhof a/d Lahn
Epiloog, een lach uit de hemel

De lachende engel van klooster Arnstein

Vandaag op Allerzielen verlaat ik het Taunusgebergte op weg naar huis.
De heilige Elisabeth in Marburg en Cnaeus Cornelius in Saalburg laat ik achter in de tijd, in de wetenschap dat zij mijn leven verrijkt hebben, niet in de laatste plaats door een ambiance van prachtige natuur en stedenschoon. Ik zoom uit. De grote en kleine Feldberg zijn nog slechts silhouetten waarvan het blauw langzaam oplost in de achtergrond. Ik wil de snelweg mijden, nog op zoek gaan naar een laatste, passende afsluiting. Naar iets dat een belofte kan inhouden voor de toekomst. En dan herinner ik mij ineens het lachende engeltje in het klooster Arnstein in Obernhof a/d Lahn. Zou zij daar nog altijd zijn en zo ja, zou zij genegen zijn mij een extra duwtje te geven de toekomst in, na deze onzekere tijden? Ik meander het fraaie Lahntal door en even buiten Obernhof zie ik het geelwitte klooster hoog boven de rivier liggen. Over de brug neem ik een steile weg omhoog door het herfstbos en draai al enige de parkeerplaats op. Als ik de kloosterkerk betreed door een voorportaal, genaamd het paradijs, lacht zij mij al toe, met een lach die rechtstreeks uit de hemel lijkt komen. Het is een ondeugende, maar ook een gelukzalige lach, die iets verraadt van het paradijs waar het engeltje vandaan komt. Van de onrust en het lawaai van de wereld beneden moet zij niets hebben. Kan mij op dit moment ook even gestolen worden. “Neem het leven niet te zwaar! Kom binnen en ervaar dat je hier verwacht wordt, dat je welkom bent op deze plek van vreugde vredige stilte.”
Ik geniet intens van de stilte op deze hooggelegen plek. Alleen het dwarrelend blad is de enige beweging hier, het vormt gestaag een deken die alles toedekt wat vermoeid mag gaan rusten. Ik banjer door de natte bladeren op het de kleine begraafplaats. Diverse kaarsjes, door glaasjes beschermd tergen de wind, branden bij de graven. Hier en daar liggen verse bloemen. Allerzielen, de dag waarop men de overledenen een extra duwtje naar de hemel kan geven. Rotsvast geloof in het vagevuur als tussenstation naar het hemelrijk…

Hier eindigt mijn zwerftocht, maar voor ik het opstuivend regengordijn van de snelweg naar huis opzoek, tilt mijn engeltje mij hemelhoog het dal uit en stuurt mij bovenover en onderlangs over een smal weggetje, op misschien wel de mooiste route van de afgelopen dagen. En met een geschenk aan boord: ik ben anders dan ik gekomen ben. Ik moet er zelf ’n beetje om glimlachen!

Iedereen weer hartelijk bedankt voor het lezen van mijn verslagen en de inspirerende reacties daarop!

Foto’s bij dit reisverslag kunt u hier vinden!

Cees Sleven © oktober / november 2021

One thought on “Een herfstreis door het Taunusgebergte”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s