Lyme Regis, uitwaaien aan de Engelse zuidkust

Zaterdag 12 oktober 2019, de heenreis

Het wil maar niet licht worden, op weg naar de triestigheid van het noord Franse Duinkerken. Ook hier passeren wij meer dan manshoog prikkeldraad, de strenge scheidslijn tussen vlucht en een gedroomd beter leven aan de overkant van Het Kanaal. Engeland zo dichtbij, maar voor menigeen tevens zo onbereikbaar, omdat hier voor hen de lange reis naar de vrijheid zal eindigen in een overvol opvangkamp. Ik ben in gezelschap van het gezin van onze jongste dochter op weg naar Lyme Regis, een plaatsje aan de zuidkust van Engeland. Na wat vluchtige douanecontroles zijn we beland in de sfeerloze wachtruimte van de ferrymaatschappij, samen met opvallend veel Duitse vakantiegangers die ook de overtocht gaan wagen in deze pre-Brexitdagen. De enige kleurtjes in deze ongezelligheid komen van een flipperkast waarop de kleindochters zich, zonder ook maar een cent te hoeven betalen, kunnen uitleven. Bijna onzichtbaar komt de veerboot aanschuiven en al snel kan het boarden beginnen. Met ruim een half uur vertraging verlaten wij de haven en trekt de ferry witte strepen in het grijs, richting Engeland. Net op het moment dat de overtocht eindeloos lijkt te gaan duren doemen zij plotseling op uit de regen: de White Cliffs of Dover. We zijn aan de overkant. Een zware rit in de regen volgt, links rijden in deze omstandigheden is geen pretje. De verantwoordelijkheid voor mijn medepassagiers drukt zwaar op mij, als ik invoeg in het opstuivend regengordijn van de motorway. We “nemen” Stonehenge al rijdend vanuit auto, wanneer de afremmende file langs het mythische monument trekt. Fotoserie vanuit het neergedraaide raampje. Het mysterie vastgelegd op een mobieltje. Na het verlaten van de motorway wordt het landschap heuvelachtiger en begint het draaien en keren. De wielen snijden door diepe plassen, regenslierten vallen van de hellingen omlaag en belemmeren ons bijna het zicht. Dan voelen wij dat wij klimmen en klimmen en plotseling valt het landschap open: een eerste blik op de zee met een van regen zwangere lucht erboven. Lyme Regis, bestemming bereikt. Wij nestelen ons in Stones Throw, een Edwardiaans rood-bakstenen huis uit 1908. De straat waaraan het ligt is steil en daalt af naar het centrum. Het riviertje de Lym zal ons verder de weg wijzen naar zee…
Het was een lange dag, we gaan allemaal vroeg slapen. Ik lig aan de stille achterkant. Het geluid van de gestaag vallende regen wiegt mij snel in slaap…

Zondag 13 oktober 2019, een zondag aan zee in Lyme Regis

De zondagmorgen brengt nog altijd regen. Een fijne, alles doordringende motregen die alle contouren doet vervagen. Een hele kustlijn in waternevels gehuld. We zijn aan de Jurassic Coast, een waar paradijs voor de fossielenzoeker. Langzaam maar zeker schuift hier het land langs de tijdlijn van haar ontstaansgeschiedenis terug in zee. Die geschiedenis laat zich lezen in miljoenen jaren oude afdrukken van schelp- en schaaldieren die hier voor het oprapen liggen. Fossil hunting is hier dan ook de favoriete sport en overal klinkt het getik van de hamertjes die ammonieten en belemnieten moeten blootleggen. Mijn aandacht gaat vooral uit naar de afbrekende stukken rots die met de modderstromen mee naar beneden komen. In de wanorde onder aan de voet van de rotsen heeft alles zich verzameld wat het land schatplichtig terug moet geven aan de zee. Boomstronken, bakstenen, roestige blikken liggen her en der verspreid tussen grote en kleine keien in allerlei kleuren en stadia van verwering. De afkalving van de kust heeft een mogelijke Victoriaanse afvalplaats bereikt die nu haar inhoud heeft uitgekotst over de rand. De plek heeft dan ook de bijzondere aandacht van een professional die in hoge lieslaarzen en met modder tot in het gezicht de omgeving inspecteert. Ik stel mij een begraafplaats voor die langzaam in zee zal zakken. Grafstenen, beenderen, de zee neemt als een brullend, nietsontziend monster. Het houdt zich rustig nu, maar zal snel terugkomen bij opkomend tij. Als het water hoog staat, is het gevaarlijk bij de rotsen. Voor je het weet kun je niet meer wegkomen en word je opgeslokt.
Er hangen zware buien boven zee, maar er komt voorzichtig tekening in de lucht. De kustlijn tekent zich nu bijna zwart maar wel scherp af tegen het donkergrijs van de regenlucht. In een voorzichtig zonnetje lopen we terug naar Lyme Regis aan Zee. De zuurstokkleurige huisjes tonen zowaar wat van hun vrolijkheid en met het opklaren van de lucht staan wij snel midden in een ansichtkaart. Het wordt druk met wandelaars, de sfeer is geanimeerd. Op het strand bij de waterlijn groepen mensen samen. Met dichtgeknepen ogen zie ik een schaatstafereel van Hendrick Avercamp voor mij, inclusief koek en zopie tentje. Er zijn wel opvallend veel honden, Pugwel, oftewel mopshondjes. Ze zijn er in allerlei kleuren en uitdossingen: met jasjes aan, zondagse pakjes, en hier en daar een hoedje. Het deert de hondjes allemaal niet, zonder enige wanklank of opgetrokken lippen wordt er gerend en gespeeld, terwijl de eigenaren zich verzamelen rondom het wervingstentje. Ongetwijfeld om lid te worden van de betreffende hondenvereniging of om een nieuw soort hondenvoer uit te kunnen proberen.
Ik bekijk dit alles vanuit havenrestaurant “Swim” waar ik nip aan mijn lauwe sweet cider en mee-eet van een bord nacho’s overgoten met veelkleurige sausjes. Het leven is goed. Ik heb zicht op het drooggevallen haventje, zie de wandelaars op het havenhoofd, genietend van de najaarszon. De lucht is helemaal open getrokken, de temperatuur is meer dan aangenaam. Zondagmiddag aan zee. Het gezelschap met de hondjes wordt kleiner en kleiner, het tentje wordt opgebroken. Spoedig zal de zee die plek weer opeisen en alle voetsporen, van mens en dier, uitwissen. De zee geeft en neemt in het eeuwige ritme van eb en vloed. In de verte gloeit de Golden Cap, het hoogste punt aan Engeland’s zuidkust, in het namiddaglicht en doet zijn naam méér dan eer aan…

 Maandag 14 oktober 2019, Exeter Cathedral

Wij ontmoeten Allan, onze stadsgids, bij het standbeeld van Richard Hooker, een van de eerste bisschoppen van Exeter. Vanaf dit punt hebben wij een fraai perspectief over de open ruimte rond de kathedraal, de Cathedral Close. Alleen jammer dat het pijpenstelen zal regenen op onze anderhalf uur durende stadswandeling door middeleeuws Exeter. Allan, als vrijwilliger herkenbaar aan zijn rode kledij, is goed voorbereid: regenpak met capuchon en waterdichte schoenen, en een boek met keurig geplastificeerde plaatjes. Wij zijn de enige belangstellenden voor de tour en aan Allan’s gezicht te zien had hij eerder gehoopt dat er niemand op zou komen dagen, zodat hij linea recta naar de koffie kon vertrekken. Het duurt even voordat dingen zich gezet hebben, zoals het vertalen en belangstelling en aandacht binnen ons gezelschap. Maar Allan is een professional en voelt deze zaken goed aan. Hij neemt ons mee terug in de geschiedenis van deze oude bisschopsstad, groot en belangrijk geworden door de handel in textiel. Langs middeleeuwse panden, Romeinse bruggen en straatjes, het eerste verplaatsbare huis en, ook een record, het smalste steegje ter wereld, nog geen 65 centimeter. De kleinkinderen ondergaan het allemaal gelaten, hebben honger en zere voeten en vragen constant hoeveel minuten nog tot het einde van de 90 die Allan in het vooruitzicht heeft gesteld. De rondwandeling eindigt in het havenkwartier op de natte keitjes voor het 17e-eeuwse Quay House, waar we afscheid nemen van onze gids. ‘Goed gedaan Allan, je hebt je koffie méér dan verdiend, die krijg je van ons!’
Na de lunch scheiden onze wegen: ik kies voor de kathedraal van Saint Peter waar ik snel kan aansluiten bij een rondleiding door dit fascinerende godshuis. De les bouwkunde door de deskundige gids neem ik gretig in mij op, zeker ook omdat de voorbeelden alom aanwezig en te bewonderen zijn. Green Men, heidense bouwkundige ornamenten, versieren de dakconstructie die rust op machtige, marmeren steunpilaren, alles in perfecte symmetrie. Ooit was het kerkgebouw in tweeën gedeeld door een overdwarse muur die het religieuze gedeelte scheidde van de grote ontmoetingsruimte zonder stoelen, alleen maar met zitbanken langs de wanden. Dit was het domein van de ‘dog whipper’, een beambte van de kerk die als taak had om honden en schreeuwende kinderen tijdens de dienst uit het kerkgebouw te verwijderen (te slaan). De werking van de 15e-eeuwse astronomische klok wordt mij uitgelegd en de gids wijst mij de graftombe van Sint Bonifatius. Te Dokkum vermoord en in Fulda, Duitsland begraven. Begraven op twee plaatsen, dat kan alleen een heilige voor elkaar krijgen. Voor ik de kathedraal verlaat, sta ik oog in oog met de vlag die Robert Falcon Scott in 1912 meenam naar de Zuidpool, op die dramatisch verlopen expeditie die eindigde in een grote desillusie toen bleek dat er bij aankomst al een vlag geplant stond, namelijk die van Scotts Noorse concurrent Roald Amundsen.
Eenmaal weer buiten kijken vanaf de westgevel 50 beelden op mij neer: Engelen, koningen en heiligen. De engelen op de onderste rij hebben de beeldenstorm niet overleeft, getuige de verminkte gezichten op manshoogte. Ik stap de regen in en voeg mij bij mijn reisgenoten die mij -bepakt en gezakt van het winkelen- weer met beide benen in het heden plaatsen…

Dinsdag, 15 oktober 2019, een avondwandeling langs het strand

Vandaag goeddeels doorgebracht met schrijven. Thuis gebleven in ons vakantiehuis. Niet vanwege het weer, dat ziet er eindelijk beter uit, al zit de wind nog steeds in de verkeerde hoek. Nee, een zieke kleindochter en haar solidaire zus hielden mij hier gezelschap, zodat vader en moeder er even zonder kinderen op uit konden trekken. De solidariteit van de oudste werd beloond met een strandwandeling bij zonsondergang. En die wandeling vat ik als volgt samen met het beeld voor ogen van mijn kleindochter, ineengedoken zittend, in haar veel te grote jas, aan de waterlijn.

Voor Ilse

Lyme Regis, onder aan de heuvel geplakt aan zee,
ik wil bij je zijn in het schemerlicht.
Laat de zon met okergele strepen nog getuigen
van aanwezigheid, ver weg achter de horizon.

Je warme kleuren van overdag, geschilderd in pastellen,
verbleken met de tijd, als het eeuwig tij dat gaat,
bij het vallen van de kille avond,
als de eerste lichtjes worden aangestoken.

Het is het tussenuur, niet langer dag,
en de nacht laat nog op zich wachten.
Het schemerland zal weldra komen
en je zachtjes wiegen bij het ruisen van de zee.

Kom maar zitten kind, en hoor het fluisteren
tussen de keien op het strand
laat je omarmen door de branding,
golven die zich naast je te rusten  leggen.

Het wordt stil nu, de wind die is gaan liggen.
Mensen zijn verdwenen, het zijn alleen nog wij.
De zee, het strand en de verhalen van verlangen
om te mogen dromen als een kind…

Woensdag 16 oktober 2019,
Sidmouth, van oude chique en levensgenieters

Het verhaal van Sidmouth, aan de westelijke punt van de Jurassic Coast is dat van oude mensen en de zee. Je proeft hier nog de oude glorie van weleer, net niet helemaal verdwenen, gezien het nog altijd bloeiende hotelleven dat ten dienste staat van de senioren, die nu op deze fraaie herfstdag de vele bankjes aan de boulevard bevolken. Ook wij genieten van de ochtendzon wanneer wij met eerbied tussen de oudere echtparen door laveren, terwijl wij onze blikken nauwelijks af kunnen houden van de constant aanrollende golven, die zich in schuimende cirkels verliezen in de onmetelijke hoeveel kiezels aan het strand. Dit geliefde kustplaatsje, ingeklemd tussen roodbruine rotsen, heeft nog veel van wat het leven veraangenaamd. Maar niet alles, getuige de altijd aanwezige file bij de parkeerautomaat. Het apparaat belooft veel, maar geeft weinig: papiergeld wordt niet geaccepteerd, contactloos betalen werkt niet, sowieso het betalen met een kaart kan men vergeten, zodat het uiteindelijk aankomt op muntgeld, dat op zijn beurt weer onvoldoende in de portemonnee aanwezig is. Het gevolg: een levendige wisselhandel bij de automaat, waarbij de overzeese bezoeker zelfs geheel vrijgehouden wordt. ‘Wie goed doet, wie goed ontmoet’ is hierbij het motto en overstijgt alle negatieve Brexit-gevoelens. Met een handjevol ingezamelde muntjes is het ons uiteindelijk toch gelukt de auto kwijt te raken.
De waaghalzen verblijven buitengaats. Surfers met hun techniek om op een aanrollende golf te klimmen en dat steeds maar weer blijven proberen omdat de golf sterker blijkt. Zwemmers die zo laat in het seizoen het koude water trotseren en jongelui die rennend van strandopgang naar strandafgang de zee uitdagen, terwijl de golven zich gevaarlijk uitrollen over het laatste stukje strand voor de boulevard.
De sfeer in de winkelstraatjes is van een geheel andere orde. Op het pleintje waarop alle straatjes uitkomen is de sfeer gemoedelijk. Veel schuifelende senioren, keurig in de kleren op weg naar hun afternoon tea. Geduldig wachtende mannen in het middagzonnetje bevolken de bankjes tot vrouwlief uiteindelijk klaar is met winkelen. Ik neem plaats naast een heer die mij ruimte gunt op zijn bankje. Ik raak aan de praat met hem, ook zijn vrouw is shoppen, maar hij ondergaat zijn lot gelaten. Ziet bovendien de zonnige kant van het leven, zijn verblijf aan zee, de mooie herfstkleuren en het feit dat hij daar samen met zijn vrouw nog van mag genieten. Het moeten wachten op het bankje neemt hij dan ook maar op de koop toe.
Wij slenteren door het stadje, bezoeken de oude kerk van St. Giles en St. Nicholas met zijn prachtige glas-in-lood ramen om de eindigen in de tearoom ‘Someday – Something’ waar wij de verleiding van echte scones op dit tijdstip van de dag niet kunnen weerstaan. De jam en cream zijn overvloedig, de scones verser dan vers en overheerlijk. De tearoom zit vol ouderen die meegenieten met het plezier dat wij aan deze lekkernij beleven. Minzaam knikkend achter hun kopje soep en gezonde salade. Het vasthouden van de mooie theekopjes met de pink omhoog door de kinderen veroorzaakt dan ook enige hilariteit. De jonge meiden van de bediening zijn misschien iets te bloot voor de gelegenheid en het aanwezige publiek in de tearoom, maar iedereen is uiterst voorkomend en vriendelijk. Met het schuldige gevoel toch weer in de fout te zijn gegaan staan wij even later weer buiten op de stoep en verlaten wij het aardige Sidmouth, dat traditie hoog in het vaandel heeft staan. Op weg naar de ezels-opvang, over de relatie tussen mens en dier. Ook daar weten de Engelsen alles van, dus doe ik er maar het zwijgen toe…

Vrijdag 18 oktober 2019, Golden Cap

Ik maak een sprong naar de vrijdag waarop gepoogd zal worden de Golden Cap te beklimmen, met zijn 191 meter het hoogste punt aan de Engelse zuidkust. Het voltallige expeditieteam gaat proberen de top te bereiken, want gezien de tijd en de weersomstandigheden is dit de laatste mogelijkheid voordat najaarsstormen en de invallende winter een beklimming onmogelijk maken. Maar eerst wat gegevens over deze heuvel/rotsklif die al tientallen kilometers langs de kustlijn zichtbaar is.

Geografie:
Hoogte 191 meter boven zeeniveau, gelegen tussen Bridport en Charmouth aan de Jurassic Coast. Kijkt uit van het Engelse kanaal.

Geologie:
Gevormd in de Jura- en Krijtperiode. Top van goudgekleurd zandsteen, genaamd ‘Upper Greensand’.

Weersomstandigheden:
Onstabiel met buien. 13 graden. Vlagerige wind uit het zuidwesten, windkracht 5 – 7.

Basiskamp:
Langdon Hill Carpark

Bij het basiskamp het gebruikelijke gedoe met de parkeerautomaat. Bij gebrek aan voldoende muntgeld is de tijd om de top te bereiken en ook nog veilig terug te keren beperkt, maar vol goede moed gaan wij op weg. Het eerste stuk is redelijk vlak en voert ons door zeiknat herfstbos tot aan de boomgrens. Onze paraplu’s doen hierbij goede dienst, maar krijgen het bij de eerste traverse, van schapenhek tot schapenhek, op de open klim heel erg moeilijk. In een zware regenbui die als een watergordijn over ons heen trekt, bereiken wij het tussenkamp. De regen ontneemt ons het zicht op de omgeving en schuilend onder een appelboom die van armoe al haar vruchten heeft laten vallen wordt overlegd, en hoor ik de eerste geluiden van teruggaan en opgeven. Met de jongste uit het team ontloop ik de discussie en begin ik aan een steil gedeelte wanneer de regen iets minder wordt. Om de bocht waait de wind mij volop in het gezicht en kan ik voor het eerst de kale top zien. Op dit punt keert mijn klimgenote om en daalt af naar de betrekkelijke veiligheid van het appelbomenbosje. Nu sta ik er alleen voor. Terwijl mijn paraplu klappert in de wind en ik mij nauwelijks staande kan houden, overleg ik een moment met mijzelf: wachten op mijn teamgenoten of gaan voor een egoïstische toppoging? Ik kies voor het laatste en vecht mij tegen de wind en regen in naar boven. Het laatste stuk naar de top is met touwen gezekerd en plotseling vlakt de helling af en sta ik op de top! Als eerste tik ik daar de steen aan die het hoogste punt markeert. Na een overwinningroes van 5 minuten komen ook de anderen naar boven en genieten wij gezamenlijk van het uitzicht naar alle kanten. Overal om ons heen hangen loodgrijze regenbuien, slecht hier en daar een streepje licht van de zon dat door het wolkendek probeert te prikken. In het westen ligt Lyme Regis in de zon en spant zich achter mij een prachtige regenboog. Een kwartier blijven wij op de top voor wij aan de afdaling beginnen. En die, zo weten wij, is minstens zo gevaarlijk als de beklimming…

Zondag 20 oktober 2019, de epiloog

Zondagavond, alweer bij 24 uur terug van mijn bezoek aan de zuidkust van Engeland, buig ik mij over de epiloog van dit reisverhaal. Dat het verre van compleet is, besef ik mij terdege. Het verhaal laat genoeg open om die vergeten beelden en situaties, elders en op een ander tijdstip op te halen en nader te beschrijven. Vluchtig waren zij soms en moeilijk in woorden te vangen. Zoals toen ik mij liet overvallen door de avondzon die na een regenachtige dag roze-oranje op het dak van ‘Stones Throw’, onze Edwardiaanse vakantiewoning, scheen. Een huivering van onbestemdheid die lekker aanvoelde, maar ook een beetje schuurde. Dat toch te kunnen benoemen, ook al is dat later, zal troost geven als het gevangen wordt in woorden.
Of het even zonder woorden kunnen genieten van de ruige, kale rotsen die uitkijken naar oneindige horizonten, terwijl de golven tegen hun voeten beuken. En bespot worden door krijsende meeuwen om hun onbeweeglijkheid.
Eind oktober in een Engels havenplaatsje, winderig, regenachtig, waar de zomergasten al lang zijn vertrokken, en alleen de ijssalon nog open is. Een verblijf van hooguit een paar dagen, ingeklemd tussen dingen die moeten. Waar het het lawaai van de aanrollende golven oorverdovend is en mij aangeeft dat ik hier niet thuis hoor. Het land dat mij niet wil hebben, maar mij telkens weer lokt met het mooiste licht over de mooiste landschappen. Waar mijn paraplu de strijd met de wind verliest en in de haven wordt geblazen…
Vaarwel mijn Engeland, met of zonder Brexit, ik vergeef je jouw lichtloze, kille dagen, jouw klapperende vlaggen in de natte stormwind. Je hebt bewezen je te kunnen harnassen als je door de buitenwereld wordt beoordeeld. Ik ben de buitenstaander. Ik verleg mijn blik, herschik mijn kaarten en schuif een stukje op. Maar toch stap ik vanavond met een onbestemd verlangen in bed…

Cees Sleven © oktober 2019

* Alle foto’s bij dit reisverslag zijn te vinden onder deze link.
De foto’s zijn gemaakt met een Samsung L100 digitale camera.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s