#Birdbox challenge

Belevingstheater, opdracht:

Ga op klaarlichte dag ergens in de/het stad/dorp zitten op een trap, bankje of rand. Kijk hoe lang je het durft om je ogen te sluiten. Maar let op de geluiden die je hoort. Val niet in slaap, maar stop als je aangesproken wordt. Hoe is dit om te doen en wat gaat er door je heen? Wat hoor je eigenlijk allemaal? Probeer jezelf uit te dagen door een plek te zoeken waar redelijk wat andere mensen langs komen. #Birdbox challenge

Doesburg, zaterdag 19 januari 2019.

“#Birdbox challenge” staat er als samenvatting onder mijn opdracht geschreven. Dat belooft niet veel goeds. Iets met een blinddoek of zo? Het zou toch een onvergetelijke ervaring in POSITIEVE zin worden? Op het ergste voorbereid en goed ingepakt zoek ik het bankje op dat staat op de kruising van de Markt en de Kerkstraat in Doesburg. Als ik ga zitten, geeft het bankje mij een koude begroeting. Op mijn beurt begroet ik de Vietnamese meneer in het loempia tentje, want die staat in mijn zichtlijn richting kerk. Gehoorzaam aan de opdracht sluit ik de ogen, maar niet voor lang uit angst aangesproken te worden in de trant van “is alles wel goed met u meneer, kan ik iets voor u doen?” Mijn leeftijd, de plek en de situatie zouden daartoe te veel uitnodigen, dus ik besluit om mij met open vizier te richten op mijn omgeving en mijn overige zintuigen het werk te laten doen. Als een godsgeschenk slaat de Martinitoren 12 slagen en wanneer het 12e uur langzaam versterft tussen de oude geveltjes, rest mij als bonus orgelspel dat uit de kerk tot mij komt en zich vermengd met de geur van vers gebakken loempia’s. Mijn blik glijdt naar het glazen vredesmonument van Jan Wolkers dat prachtig uitgelicht wordt door zonlicht dat tussen de huizen door valt. “Toen de klok zweeg verschenen de vogels van de vrijheid” luidt de tekst, doelend op de nadering van geallieerde vliegtuigen toen de Duitsers in 1945 op het laatste moment nog even de toren opbliezen. Achter de silhouet van de herbouwde toren trekt een grote V-formatie ganzen richting zuiden. Hun gegak is duidelijk hoorbaar in de ijle winterlucht. Je kunt de naderende kou maar beter voor zijn.
Ik heb de ogen open, dus ik word NIET aangesproken. Gewoon een oudere man op een bankje, genietend van het moment. Op weg terug naar huis zie ik wat oudere mannen druk converserend in een bushokje zitten. Ik ken dat hokje, die mannen zitten er altijd. Oude mannen in een bushokje met altijd weer dezelfde verhalen. Laat mij mijn geluksmomenten nog maar even alleen beleven. Ook al is het met de ogen open…

Cees Sleven © januari 2019

Advertisements

Goede voornemens

Boven de altijd wat rommelige boekenkasten bij de kringloopwinkel hangt in een scheef lijstje een opmerkelijke spreuk van de dichter Goethe:

“Het moet een goed voornemen zijn om iedere dag naar een mooi muziekstuk te luisteren, een goed gedicht te lezen of een fraai schilderij te bekijken. En… een paar ware woorden te spreken!”

Als ik dit voornemen tot het mijne zou maken, dan zou ik nu, in de eerste dagen van het nieuwe jaar, al een eind op streek zijn. Zo ontdek via het prachtige orkestwerk ‘Grace’ de muziek van de Nederlandse componist Joep Franssens. Mystiek, spiritueel, klassiek, maar balancerend op de rand van de popmuziek. Ik dompel mij onder in het universele, in de op toon gezette wereld van schrijvers en filosofen. Zware, maar nieuwsgierig makende kost voor de nu nog lange avonden. Deze muziek vormt een passende omlijsting voor de dromerige, melancholische gedichten van Rainer Maria Rilke. Ik lees en herlees zijn prachtige gedicht ‘Herfstdag’ als ode aan het zinnen strelende jaargetijde waar ikzelf ook zo van hou:

Heer, het is tijd. Het was een grootse zomer.
Leg nu uw schaduw op de zonnewijzers
en laat de wind over de velden komen.

Gebied de vruchten vol te zijn,
verleen hun nog twee zuidelijke dagen,
stuw ze naar de voldragenheid
en jaag de laatste zoetheid in de zware wijn.

Wie nu geen huis heeft, bouwt het ook niet meer,
wie nu alleen is, zal het nog lang blijven,
zal waken, lezen, lange brieven schrijven
en rusteloos de lanen op en neer gaan
als de wind de blaren voort zal drijven.

(vertaling: Peter Verstegen)

Een muziekstuk geluisterd, een gedicht gelezen, rest mij nog een schilderij en wat ware woorden…

In het 1e decennium van de 20e eeuw was Rilke een welgeziene gast bij de ‘Familie’, de schildersgroep in het kunstenaarsdorp Worpswede bij Bremen. In dat landschap van bruin moeras met zijn littekens van de turfwinning, zwart-spiegelende kanalen, fluwelen wolkenluchten en de altijd aanwezige berkenbomen vonden zij hun hemel van machtige stapelwolken en onderdanig, drassig moerasland. Een landschap dat alleen nog een linnen doek zocht. “Weites Land” van Hans am Ende is zo’n schilderij dat op mijn netvlies gebrand staat en altijd weer direct oproepbaar is. Ik zit weer in bus 670 van Bremen terug naar Worpswede. Het landschap trekt aan mij voorbij. Het veenland met zijn witte berkenbosjes en zijn lage horizon En daarboven schildert zich een prachtige wolkenlucht. En weer word ik onweerstaanbaar in am Ende’s schilderij getrokken…

Dit goede voornemen is wel vol te houden denk ik, Goethe is immers niet de eerste de beste. En zo’n kringloopwinkel kan een ware goudmijn zijn. Ik duik dan ook wekelijks tussen de boeken of zoek tussen de platen en cd’s om mijn goede voornemen gestand te doen. Als ik mijn buit binnen heb en voor ik weer huiswaarts keer, hang ik uit dankbaarheid het lijstje met Goethe’s boodschap nog even recht aan de muur…

Cees Sleven © januari 2019