“Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?”

Hazenvenster – Dom, Paderborn

Over bieten, hazen en een oud klooster…
Donderdag 13 december 2018

Onaangekondigd en vast een beetje onverwacht is hier een reisverslag van een kleine zwerftocht door het Duitse Weserbergland. Tussen theater en kasteel kon ik nog 4 aaneengesloten dagen bij elkaar vegen om zo de donkere dagen voor kerstmis misschien wel in hun puurste vorm te kunnen beleven. Daarvoor ben ik naar het gebied ten zuidoosten van de Porta Westfalica getrokken, het heuvelland dat mij altijd al fascineerde wanneer ik dit punt met de trein passeerde. Vanaf de top van de Wittekindsberg kijkt de beeltenis van Kaiser Wilhelm neer op alle drukte onder zijn keizerlijke voeten waar autobahn, spoorlijn en het riviertje de Weser samenkomen om zich daarna onbelemmerd in de Noord-Duitse laagvlakte te verliezen. Ik heb de landelijke rust van dorpje Möllenbeck opgezocht, een verscholen plek tussen de bietenvelden met het reliëf van het bergland rondom. Ik logeer in een tot hotel verbouwde boerderij, pal gelegen naast een oud, middeleeuws klooster. De locatie is werkelijk inspirerend en voldoet helemaal aan het gestelde doel: grote kale bomen waarvan de glimmende takken druipen van de eerste natte sneeuw, de geur van rottend blad en de diepe stilte die slechts af en toe verbroken wordt door de klok van het klooster. Niet als verstoring, maar als accent om die stilte te benadrukken. Ik ben de enige gast hier en mocht de grootste en mooiste kamer uitzoeken. “Buiten het seizoen” zegt mijn gastvrouw, “U mag de familiekamer wel nemen, er zijn weinig families nu die een tussenstop willen maken op de Autobahn A2”. Zij verontschuldigt zich meer dan eens voor de triestigheid buiten en de volkomen rust in het hotel. Maar ik ben de koning te rijk met mijn mooie kamer en met mijn fijne schrijfplek. Alle hoge en lage ramen bieden uitzicht op het klooster dat nu, uitgelicht, zich aftekent tegen de zwarte avond. Het zal ongetwijfeld fluisteren rondom de zware stenen muren van het bouwwerk, over verhalen uit een ver verleden en terwijl ik de kamer helemaal donker maak, laat ik mij, staande voor het grote raam, door de binnenglurende schaduwen omarmen en meevoeren naar het wezen van de kersttijd.

Eerder deze dag breng ik een bezoek aan de Hoher Dom in Paderborn, een godshuis uit de 13e eeuw dat nadrukkelijk de contouren van de stad bepaalt. Ik tref het niet: de fraaie toren staat helemaal in z’n winterjas en met de kerstmarkt aan zijn voet voldoet hij helemaal aan het winterse plaatje. Ik bewonder het paradijsportaal met de patroonheiligen van de dom en de heilige martelares Katharine van Alexandrië die de heidense keizer Maxentius onder haar voeten vermorzelt als symbool van de overwinning van het geloof op het heidendom. We hebben het hier over de 4e eeuw. Sinds die tijd is er dus maar bitter weinig veranderd als het om het geloof gaat…
De kerststal is bijzonder: allemaal figuren die weglopen van de stal met gulle gaven in hun handen. De stal die geen stal is maar een kerkje. Ja, de schaapjes zijn gebleven, maar daartussen staan moeders met boodschappen, mannen met pakketten en kinderen met kleinigheidjes. Een soldaat ziet erop toe dat alles ordelijk verloopt. Als deze houten figuren echt zouden kunnen bewegen dan liepen zij naar de bezoekers toe om hen voor te doen hoe je spullen kunt inzamelen voor de daklozen van de stad: een pak koffie voor een warme dronk, een slaapzak voor enige beschutting in de koude winternacht en kaartje met daarop wat troostende woorden die de daklozen zelf zullen voorlezen op hun kerstviering. Mijn ogen gingen over de opgeprikte kaartjes: heel veel geloof, hoop en liefde. En goed bedoelde suggesties voor een beter leven. Een kaartje in het Nederlands zal waarschijnlijk niet voorgelezen worden: “Ik heb niets te wensen, ik heb alles al. En daar ben ik dankbaar voor!”…
In de kruisgang bewonder ik het fascinerende “Hasenfenster”, een kunstig ontworpen maasvenster waarin drie hazen ieder twee oren hebben, maar het totaal toch maar drie oren telt. De Heilige Drie-eenheid op kunstige wijze gesymboliseerd in een cirkel van hazen. De cirkel als symbool ook voor de kringloop van het leven: groeien, afnemen, onzichtbaar zijn en weer opkomen. Van het wordende en het vergankelijke, maar ook van nieuw leven. Ik maak een foto van de hazen in hun venster en besluit deze kerst geen wild te eten…
Voor ik de gordijnen sluit zie ik dat de lucht is opengetrokken en hoe de kale takken nevelflarden vangen. Ik vermoed een heldere sterrenhemel. Misschien komt in deze koude winternacht het klooster wel tot leven, verschijnt er licht achter de hoge ramen. En wordt er door een zwanger stel met een ezeltje aangeklopt voor onderdak. En worden zij doorverwezen naar dit hotel. Plaats genoeg in deze herberg… En langzaam zal ik wegzinken in een diepe slaap en er geen weet van hebben…


Klooster Möllenbeck

“Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?”
Vrijdag 14 december 2018

De ochtend is helder en koud, maar de paar wolkjes die voorbij zeilen laten toch wat vlokjes los. De ochtendzon zet het klooster van Möllenbeck in een oranjegouden gloed die mij uitnodigt voor een vroege ontdekkingstocht in de omgeving. Het grote boerderijcomplex, de hoge bomen, zij vormen slechts de omlijsting van het 1111 jaar oude klooster. Ik maak een omtrekkende beweging en leg het geweldige kloostergebouw van alle kanten vast met mijn camera. Van de hooggotische kloosterkerk tot de romaanse torens uit de 10e eeuw. Dit staat hier zomaar in de oorverdovende stilte van de morgen, geen mens te zien, alleen de vogels vliegen hun rondjes, van de met klimop overwoekerde bomen, hoog om de torens en dan weer terug.

Om klokslag 10 uur sta ik op het station van Rinteln te wachten op de trein naar Hameln, twee haltes verderop, een dieseltje van de NordWestBahn via enkelspoor. Heuvelrijen links en rechts en in het brede dal van de Weser zie ik overal de met zeilen bedekte bergen met bieten. Ook trekken duizenden ganzen in grote zwermen door dit dat dal naar het westen, op de vlucht voor de kou die ongetwijfeld komen zal.
Hameln is een prachtig stadje, economisch, cultureel en toeristisch centrum van het Weserbergland en wereldberoemd door de sage van de rattenvanger. Dankzij de gunstige ligging aan de Weser verwierf de stad grote rijkdom met de graanhandel en staat vol met prachtig versierde koopmanshuizen, juweeltjes van de Weserrenaissance. Ik maak in dit openluchtmuseum een stadswandeling langs al dit fraais, waarbij de kerstmarkt ook nog eens sfeerverhogend werkt. De hele dag door wordt er gegeten en gedronken, door jong en oud. Gesuikerde noren, champignons met knoflooksaus, halve meters (!) worst op een te klein broodje, met de uitpuilende delen als symbool van overvloed. Dat alles wordt weggespoeld met bier en glühwein. Leerkrachten loodsen als ware rattenvangers rijen met schoolkinderen behendig tussen de kramen door. Veel kramen met houtsnijwerk, sieraden en ratten, opvallend veel ratten, als snoep en als speeltje. Zelfs rattenpies en -bloed is verkrijgbaar… Ik hou het bij mijn Milchkaffee mit Käsetorte, de koffie feestelijk versierd met een kerstboom in het schuim. Ik vervolg mijn route en mijn blik speurt langs de fraaie gevels hoog boven het kerstgedruis. In de Bungelosenstraße word ik met mijn neus op de feiten gedrukt: een inscriptie aan de muur vertelt iets over de ontvoering van de kinderen, 130 in getal trokken zij door deze straat. Sindsdien zwijgt die Bunge, de trom die niet meer geslagen wordt. De straat blijft Bungeloos. Slechts twee kinderen keerden terug. Het ene was blind, waardoor het de plaats waar de kinderen waren verdwenen niet kon aanwijzen, het andere was stom, zodat het niet kon vertellen wat er was gebeurd. Eén jongetje ontsnapte de dans, omdat hij zijn jasje nog moest ophalen…
En liep ik de rattenvanger nog tegen het lijf? Ja inderdaad, op elke straathoek wel één! De mooiste echter vond ik in de Marktkirche, in een gebrandschilderd raam. Als jager met de vreemde, rode hoed. En terwijl hij de fluit beroert, begint het orgel te spelen ter begeleiding van een saxofoonspeler die de karakteristieke klanken van zijn instrument de kerkruimte in blaast. Wat een machtige combinatie is dit! Het rollende laag van het orgel dat omspeelt wordt door de enigszins weemoedige geluid van de saxofoon. Zie ik het goed, die wat verbaasde blik van de rattenvanger van onder zijn rode hoed? Zou hij misschien willen ruilen van instrument? En heel even maar…
In de trein terug zie ik de grijze contouren van de heuvels aan de horizon. Hoge wolken vangen nog het laatste zonlicht. De eerste lichtjes prikken in mijn blikveld wanneer ik weer uitstap in Rinteln. “Ausstieg links” met een grote stap op het perron. Ik voel mijn zere voeten en mijn volle hoofd. Gelukkig nog de hele avond te gaan om te herstellen…


Hamelen

“Christkind”
Zaterdag 15 december 2018

Vandaag maak ik een ritje door het Weserbergland in de warme beslotenheid van mijn auto, met mijn favoriete Spotify-playlist uit de speakers. Schubert’s “Winterreise” bepaalt mede de sfeer van het landschap rondom mij: somber en kleurloos tekenen de kale bomen zich af tegen de grijze heuvels, hun wortels bedekt door een vaalbruin bladerdek. De voorbije herfst wacht nog op de winter, de natuur staat stil in een ademloze pauze. Hier en daar liggen op de daken van de huizen langs de weg restjes sneeuw op de pannen en dringt de geur van kachelhout door tot in de auto. Kringelende rook uit schoorstenen verraadt warmte en gezelligheid binnenskamers. De weg volgt het riviertje in het dal, met beboste heuvels links en rechts. Dan weer hoog en dan weer laag, maar altijd bochtig, het vereist zeker wat stuurmanskunst. Best wel een mooi gebied dat Lipper Land met de vakwerkpareltjes Lemgo en Detmold. Omzoomd door de bossen van het Teutoburger Woud bepalen hun intieme kerstmarkten de juiste sfeer voor deze tijd van het jaar. De lichtjes zijn er, de geluiden en het gezang, alleen de sneeuw ontbreekt. Als ik uitzoom kijk ik recht in het kerstpanorama van Intratuin. Maar vandaag mijd ik de kerstmarkt en ben ik een beetje vakwerkmoe, zelfs de camera blijft in de tas.
In de Marktkirche kom ik bij de kerststal aan de praat met een vriendelijk dame over het “Christkind”, waarvan ik aannam dat zij de pasgeborene, het Jezuskind in de kribbe bedoelde. Maar niets is minder waar! Ja, het gaat wel om een hemels wezen waarmee Luther tijdens de reformatie St. Nicolaas bestreed, waarmee de nazi’s het misbruikte voor hun propaganda en het vandaag de dag juist in katholieke kring weer helemaal op handen gedragen wordt. St. Nicolaas werd door Luther afgedaan als “kinderlijk”, alleen Christus kon op 25 december goede gaven onder de, uiteraard protestante, kinderen uitdelen. En zo ontwikkelde zich het “Christkind”, een engelachtig wezentje dat nog wel heel veel gelijkenis vertoonde met het Jezuskind. Schattig ziet het meisje eruit met haar lange, blonde lokken, haar tere vleugels en haar witte gewaad. En toch heeft niemand haar ooit gezien. In de kerstnacht legt zij cadeautjes voor de ramen en deuren en slechts het geluid van belletjes verraadt haar aanwezigheid. Zij weet zich vergezeld door knecht Ruprecht, haar norse en angstaanjagende helper. Altijd in het zwart gekleed, draagt deze bebaarde figuur een roe aan zijn gordel en een korf met geschenken op zijn rug. Kinderen die hun cathachismus niet goed kenden konden een afstraffing met de roe verwachten of een enkele reis in de mand tegemoet zien…
Hier geen zwartepieten discussie, denk ik. Die Ruprecht daar valt niet mee te spotten! Ademloos luister ik naar het verhaal van de dame die in mij een gewillig oor vindt, waar anderen reeds zijn afgehaakt. In de 19e eeuw verbreidt Luthers idee van het “Christkind” zich ook in katholieke regionen en vandaag de dag bezoekt het engeltje nog bijna uitsluitend kinderen in katholieke streken. De protestanten hebben zich verbonden met de kerstman, vrolijk, gezet en een beetje oud. Als het mag kies ik voor het Christkind, al past het in de beschreven outfit, lang gewaad en en tere engelenvleugels, zeker niet in een kribbe. Ik dank de dame voor haar boeiende verhaal en werp een laatste blik in de kerststal. Daar ligt het Jezuskind, bijna naakt, tussen os en ezel…
Thuis gekomen doe ik een dutje, maar val ik in een diepe slaap waaruit ik ontwaak door het geluid van belletjes… Voor mijn deur zijn twee flesjes water neergezet… De klok van het klooster heeft zojuist 10 uur geslagen…

De aanbidding van het Kind –   Dom, Paderborn

Huiswaarts
Zondag 16 december 2018

Op de vroege zondagmorgen verlaat ik weer het Weserberland. Op de weg naar huis passeer ik het eerste sneeuwfront van deze winter. In korte tijd verandert het landschap in de zo gewenste kerstkaart. Helaas is het slechts van korte duur. Als de heuvels wijken en ik weer de vlakte inrij, laat ik dit sprookjesachtige stukje Duitsland in alle eenzaamheid achter. De magie is verbroken, De autobahn is weer kaarsrecht, Opstuivende regengordijnen reizen met mij mee huiswaarts…

Cees Sleven © december 2018

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s