NOOIT

Het zal u niet ontgaan zijn: Paus Franciscus heeft deze dagen een bezoek gebracht aan Portugal en aan het plaatsje Fatima in het bijzonder om daar een tweetal herdersjongens heilig te verklaren die in 1917 een aantal verschijningen van Maria hebben beleefd. Een niet alledaags jongensavontuur toch? Twee herdersjongens toegevoegd aan de grote schare heiligen die inmiddels de hemel bevolken. En die heiligen fascineren mij. Vanaf het moment dat ik als kleine misdienaar samen met hun aardse afbeelding vanaf het altaar over de kerkgangers uitkeek, tot op heden wanneer ik mij op mijn culture zwerftochten laat imponeren door hun gestrenge blik, altijd iets van bovenaf en zodanig dat ik mijn hoofd wel omhoog MOET richten. Sommige ontmoetingen zijn geheel toevallig, andere het resultaat van een intensieve speurtocht, maar altijd eindigend met een gevoel van ontzag voor het veel betere leven dat zij geleid hebben en de imposante kennissenkring waartoe zij nu behoren.
Zo was er die ontmoeting met de heilige Sint Edern, ergens op een typisch Bretonse begraafplaats, waar zijn blik vanonder het Calvaire-kruis op mij rustte. Sint Edern, eens een krijger in het gezelschap van koning Arthur, overgekomen uit Groot-Brittannië leefde daar in het land Argoat, het bosland, als kluizenaar. Hij stond daar inderdaad wat teruggetrokken in het gezelschap van het hert, symbool van hoop en wederopstanding, zinnebeeld voor Christus… Het hert Cernunnos… Heidense en christelijke symboliek gingen daar in het warme oktoberlicht hand in hand. Zoals dood en leven.
In het Franse Amiens ben ik op zoek. Op zoek naar de schedel van de heilige Johannes de Doper, althans een gedeelte ervan. Voor deze bijzondere relikwie, in 1206 meegenomen van een kruistocht, was het uiteraard nodig om een met niets te vergelijken relikwieschrijn te bouwen, waaraan in de eeuwen daarna vele pelgrims voorbij zouden trekken ter bedevaart. In spitsboogvormige nissen wordt, als voorloper van ons huidig stripverhaal, door veelkleurige beeldengroepen het leven van
Johannes de Doper verteld, tot aan het in ontvangst nemen van zijn hoofd in Amiens.
Ik zit volop in het drama: Het geweld is zo realistisch dat Salomé, de dochter van Herodes, flauw valt in de armen van een dienaar…
Laatst nog liep ik in het Duitse Fulda de barokke kerk van de heilige Sint Blasius binnen. Want voor die heilige was een bedankje wel op zijn plaats. Als jongetje ontving ik meermalen de Blasiuszegen middels twee gekruiste kaarsen rond mijn keel plus een onverstaanbaar prevelement, maar wel met de garantie dat je een leven lang gevrijwaard zou zijn van visgraatjes in je keel. En toch… altijd weer dat wantrouwen als er zo’n prachtige, goudgele makreel op het menu stond. Maar ik maakte het goed met Sint Blasius, ik brandde een kaarsje. Voor meer dan 60 jaar ongeloof…
Zo is de ene heilige toegankelijker dan de andere, de heilige Maria is daarbij misschien wel het meest geliefd, zelfs zo dat zij in de meeste kerken een eigen altaar verdient. In een niet nader te noemen kerk, het valt me namelijk zwaar om hierover te beginnen, ben ik de enige bezoeker. Alleen de koster rommelt wat met de overgebleven kaarsstompjes voor het Maria-altaar. De Madonna op de maansikkel uit het begin van de 15e eeuw kijkt wat meewarig op hem neer. Altijd maar die kaarsjes, die vragen, die smeekbeden aan haar adres. Wat zou zij toch graag eens haar maansikkel verlaten en zich mengen tussen de bezoekers en met hen mee naar buiten gaan, de markt op. Maar nee, zij heeft nu eenmaal de zorg voor het Kind op haar arm. En die geniet duidelijk van al die lichtjes beneden Hem. Waren alle heiligen maar zo gewoon, zo benaderbaar. Sommigen zijn zelfs, ook na een gedegen speurtocht, niet te ontdekken. Zelfs helemaal niet te vinden. Ik raap al mijn moed bij elkaar en spreek de koster aan. Waar ik de heilige Sint Juttemis misschien zou kunnen vinden? Zijn blik verandert van eerst ongeloof naar ernstig doordringend. “Sint Juttemis?” Ik voel dat ik een flater sla, want de koster kent zijn pappenheimers. “U bedoelt de heilige Sint-Judith, de sint-juttemis? “Ja. Ja” beaam ik misschien iets te vlug in het vooruitzicht een aanknopingspunt aangereikt te krijgen naar Sint Juttemis. “Op 17 augustus wordt er ter ere van haar een kerkdienst, een mis, gehouden, de sint-juttemis”. Ik knik instemmend, allang blij dat de aandacht verschoven is van de niet bestaande Sint-Juttemis naar de heilige Sint-Judith van 17 augustus. “17 augustus, met sint-juttemis als de kalveren op het ijs dansen” wrijft de koster mij nog even fijntjes in. Kalveren die op het ijs dansen? Op 17 augustus? Ik wil hier weg en wel zo snel mogelijk. Ik bedank de koster onhandig en vlucht langs het Maria-altaar snel de kerk uit. In het voorbijgaan maak ik even oogcontact met haar en zie een lieve glimlach om haar mond. Om haar zal ik terugkomen, voor de koster misschien ook. Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen…

Cees Sleven © mei 2017

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s