Ik ben niet wat jij denkt dat ik ben

Misschien beter “Ik ben niet wat U denkt dat ik ben”, want deze dame spreek ik uit eerbied aan met “U”. Iedere maandagochtend klokslag 09.15 uur zit zij keurig opgedoft in de hal van het verzorgingshuis te wachten op het busje dat haar naar de dagbesteding zal brengen. In een verder helemaal lege hal, de receptie nog omgeven door een traliehekwerk, het winkeltje nog gesloten.
Een kwartier te vroeg zit zij daar helemaal alleen, leunend op haar rollator, wachtend op de dingen die komen gaan. Ze tovert een glimlach op haar gezicht als ik, ook een kwartier te vroeg, de hal binnen stap op weg naar mijn wekelijkse portie fitness in een achteraf zaaltje van dat zelfde verzorgingshuis. “Goedemorgen, hoe gaat het met u?” open ik traditiegetrouw het gesprek dat week na week minder oppervlakkig is geworden. Eerst was er alleen een beleefde begroeting, maar via een geanimeerd praatje kwam het al snel tot een serieus gesprek, een gebeurtenis waarnaar zij elke week lijkt uit te kijken. En ook ik ga erin mee, telkens weer onder de indruk van deze schrandere, gedistingeerde 80+ dame . De haren mooi gekapt-misschien iets te donker voor haar leeftijd- lichtjes opgemaakt en goed in de kleren, maakt zij haar opwachting en informeert bij mij naar de wereld buiten het verzorgingshuis. Over het weer, over het wereldnieuws, over mijn vorderingen op de fitness. In ruil gunt zij mij een kijkje in haar leven. Over haar veel te vroeg gestorven echtgenoot. Over alleen zijn en over haar kleinkinderen die ze veel te weinig ziet. Over het wekelijkse loopje van één hoog helemaal naar de hal beneden. En tenslotte over de eenzaamheid die haar in zijn greep heeft. Een spelletje bridge of bingo op de dagbesteding verdrijven deze niet, laten de eenzaamheid hoogstens voor een paar uurtjes achter in haar appartement, waarin zij straks voor de rest van de week zal terugkeren. Hoe schat zij dit wekelijks kwartiertje in de hal in? Hoe schat zij mij in, zijn er misschien verwachtingen die zij koestert? Er zijn veel vragen die niet gesteld worden. Laat staan dat er antwoorden komen op die vragen. Misschien zijn plaats en tijd niet de juiste of staan wij ieder aan een andere zijde van de muur die eenzaamheid heet.
Vanochtend miste ik haar op het vertrouwde plekje in de hal. Een lege hal gevolgd door een leeg kwartiertje. “Ze gaat vanmiddag naar een diavoorstelling over de dieren in de dierentuin”, wist de koffiejuffrouw mij te melden na de fitness. “En ze is helemaal in de war”, voegde zij er nog fijntjes aan toe. “Zij zal uw praatje gemist hebben vanochtend”.
Shit, Ik voel me betrapt! Ik doe me voor als een sociaal medemens, iemand met voldoende ruimte in de kofferbak voor een rollator. Maar in werkelijkheid heb ik allerlei zwakke excuses om niet in actie te hoeven komen. “Geen tijd, en wat zal men er wel van denken? Of is het gewoon angst om het haar rechtstreeks te vragen? Is het nou allemaal zo moeilijk? En wees nou eerlijk: met een dierentuin zo dichtbij is het toch veel leuker om beesten in het echt te gaan bekijken!” “Gun haar die laatste gang door de jungle, en die laatste blik over de savanne”, knaagt mijn geweten. “Jij bent de tijd en bij machte de klok terug te draaien naar de jaren van haar jeugd”.
En opnieuw vraag ik bedenktijd. Een kwartiertje. Volgende week…

Cees Sleven © maart 2017

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s