Harry meets Andrea

Harry meets Andrea

De inrichting van het grand café aan de boulevard was enigszins gedateerd. Van vóór de crisis en waar het nieuwe elan van de vooruitgang nog niet was door gedrongen. Andrea liet op zich wachten, want hier hadden zij afgesproken, om 17.00 uur, het tijdstip dat nu –op de kop af- een kwartier was verstreken.
Buiten een ouder stel dat zwijgend tegenover elkaar zat, was hij de enige gast. Hij had bewust een tafeltje achterin bij het raam gekozen. Voor het beste overzicht. De muren waren tot halfhoog beplakt met een soort Flintstone-achtige brokken steen, de vensterbanken waren voorzien van flinterdunne vitrages in de kleuren geel en zachtgroen, gedrapeerd met plastic tulpen die ongetwijfeld het naderend voorjaar moesten voorstellen.
Wat had hem bewogen hier met haar af te spreken? Was het misschien het uitzicht over zee dat haar aan Zeeland moest doen denken, want dat had zij hem verteld tijdens hun eerste ontmoeting ruim een week geleden. Dat ze uit Zeeland kwam, dat haar vader boer was en dat ze van het buitenleven hield. Ook had ze gestudeerd, tropische landbouw en dat het haar grootste droom was deze kennis ooit in Afrika in de praktijk te kunnen brengen.
Ondanks zijn groene vingers zou hij dat nooit kunnen bereiken, want daarvoor moest je gestudeerd hebben en studeren was nooit zijn sterkste kant gebleken, bovendien zou een leven in Afrika zijn geordende leven teveel overhoop gooien.
17.30 uur. Andrea is er nog steeds niet. Veel te vroeg sprongen de elektrische kaarsjes aan door middel van een tijdschakelaar. De felgele servetjes met knaloranje tulpen erop wedijverden met de roodbruine tegels op de vloer om wie het lelijkst was. Zelfs een immense afbeelding van een bloemenlandschap op de grof gepleisterde wand kon de zaak niet opfleuren of de vergane glorie verhullen.
Gelaten keek hij door het beregende raam naar buiten. Dikke druppels zochten hun willekeurig spoor langs de ruit naar beneden en vervormden de buitenwereld. De horizon een ritssluiting, de lantaarnpaal aan de overzijde een wankel geheel.
Ook zijn situatie was verre van stabiel: zomaar uit zijn gestructureerde bestaan gestapt voor een serieuze date met een veel jongere vrouw die allerlei verwarrende gevoelens bij hem had losgemaakt. Moest hij hieraan toegeven en uiteindelijk toch in een relatie stappen? Het idee alleen al om zijn eigen veilige wereldje te moeten delen beangstigde hem, maar maakte hem toch ook wel nieuwsgierig.
Zijn blik keerde terug naar binnen. De klok boven de ingang ging onverbiddelijk richting 17.45 uur. Nog altijd geen Andrea, terwijl hem zijn 3e kop cappuccino werd voorgezet. Zwoele, melancholische saxofoonklanken vulden de ruimte en onwillekeurig dwaalden zijn gedachten naar een week terug…
Hij danste weer met Andrea op het slotfeestje van de tuinderscursus. De zachtheid van haar lichaam en de honger in zijn ziel, geheimen die borrelend naar de oppervlakte kwamen. Haar schoonheid was onaards, hij danste met een engel. Ze spraken geen woord, slechts beweging was hun taal. Daar in dat kleine houten lokaal kruisten twee levenswegen elkaar, zij amper op weg, hij vermoeid op de terugweg. Hun richting was tegengesteld, maar wat bleef was een te haastig gemaakte vervolgafspraak voor vandaag en saxofoonklanken die vast verankerd zaten in zijn hoofd.
Het was ruim na zessen en terwijl zijn telefoon nog altijd zweeg besloot hij op te stappen, terug te gaan naar zijn eigen, vertrouwde wereld. De wereld van de stad, van zijn plekje aan de straat. Dag Andrea, dag Zeeuws meisje van de oneindige horizon… Jammer, maar leuk geprobeerd…
Hij stapte de schaars verlichte boulevard op. Het was gestopt met regenen en de lucht was opengetrokken. Een immense sterrenhemel werd zichtbaar. Plotseling overviel hem een sterk gevoel van eenzaamheid. Eenzaamheid die de romantiek van sterren doet verdwijnen en bars en nachtclubs doet vollopen. Zijn avond duurde opeens tweemaal zo lang, hij vluchtte naar bed en verborg het litteken van zijn eigen eenzaamheid.
Twee maanden later ontving hij een ansichtkaart van Andrea. Het centraal station in vogelvlucht. “Groeten uit IJburg – Hoe is het met jou?” Liefs, Andrea en Justine.

Epiloog

Hij: “Mag ik vragen hoe het met je gaat? Zo’n tijd niet gezien”
– stilte –
Zij: “Sorry nog van toen, maar het was echt een drempel voor me om het je te vertellen”
– stilte –
Hij: “Je kaartje uit IJburg was anders duidelijk genoeg”
– stilte –
Hij: “En Justine?”
Zij: “Het hield geen stand”
– stilte –
Hij: “En nu dan?”
Zij: “Terug naar Zeeland, mijn vader ligt slecht”
– stilte –
Hij: “Niet best, Nog altijd plannen om naar Centraal Afrika te gaan?”
Zij: “Ik zou wel willen, maar alleen? Ik weet het niet”
– stilte –
– stilte –
Hij: “Zal ik?”
– stilte –
Hij: “Mag ik?”

Op het perron te Bergen op Zoom staan twee mensen. Verloren. Besluiteloos. Voor de zoveelste keer…

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s