Ode aan de wind

img_1132

O noordenwind, die grijze regenluchten brengt
en koud, de luidruchtige ganzen zuidwaarts drijft,
het staartje zomer achterna,
herinner mij aan warme zonnedagen en zwoele avondbries.

Wanneer regen overgaat in sneeuw
en de vijver langzaam in ijs haar rust zal vinden,
wanneer de laatste ganzen vertrekken voor hun lange reis,
voorspel mij dan een nieuwe lente, een nieuw begin.

O zuidenwind, breng snel de moegevlogen ganzen terug,
laat sneeuw en ijs smelten voor nieuw leven.
Laat het weer voorjaar zijn met bloemen en dik gezwollen knoppen
en fluister mij zacht van hoop en dromen…

 
Cees Sleven © januari 2017

Advertisements

Geld alleen maakt niet gelukkig

“Werken, werken, werken… heel hard werken. En geld verdienen, heel veel geld verdienen. Om de vrouw thuis gelukkig te maken… met geld. Om de kinderen thuis gelukkig te maken… met geld. Om de hond gelukkig te maken… met geld. Om de keuken gelukkig te maken… met geld. Weet je, hoe harder je werkt, hoe meer geld je verdient! Leuk is dat hè?”
Aan het woord is meneer Delg (leuke woordomzetting van “Geld”), een van de merkwaardigste karakters uit het jeugdstuk “Mezelven” van theatermaker Jimmy Deegens. Een rol die mij is toebedeeld in de wetenschap dat Jimmy zijn karakters graag dicht bij zijn spelers wil houden. Wat onmiddellijk bij mij de vraag oproept of ik iets van die meneer Delg zou kunnen hebben. Vooropgesteld: ik heb in ieder geval niet zijn geld! Toen niet, nu niet, nooit niet. En kon ik daarmee dan niet vrouw en kinderen thuis gelukkig maken? En als de geluksmaker dan iets anders zou zijn dan geld alleen? In gedachten ga ik terug langs de tijdlijn van mijn loopbaan, naar dat eerste begin toen wij als jong getrouwd stel een spiksplinternieuwe 4-kamerflat in het midden van het land betrokken. De huur was de helft van mijn salaris, maar ach wat gaf dat, je had alleen oog voor elkaar en dat eigen plekje vormde het middelpunt van de aarde. Een enkele keer was het geld echt op en dan werd er slecht gegeten. Gehaktballen uit blik. Ik zie ze nog staan op dat glimmende metalen aanrechtblad van onze nieuwe projectkeuken.
Ik werkte, mijn vrouw toverde het huis om tot een thuis. Een thuis van groen en oranje, van keramiek en jutebehang, met een Dief van Bachia in de hoek voor het raam. Een heerlijke plek om thuis te komen. Ik werkte best wel hard eigenlijk, ook al ging dat ten koste van vele uren vroeg en laat, uren die niet aan vrouw en kinderen besteed konden worden. Een “Delgje” in de notendop? Ik werkte omdat ik het leuk vond; wat minder voor de centen en daardoor moest het thuisfront mijn aandacht nogal eens ontberen.
Meneer Delg kent geen schuldgevoel en heeft het beste met iedereen voor. Denkt dat alles in de wereld met geld te koop is. En vooral dat geld gelukkig maakt. Ik doe er een schepje bovenop bij meneer Delg. Door een beetje overacting neem ik afstand van de man. Breng eigen ervaring in en speel zodoende mijn eigen schuldgevoel weg. Acteren werkt louterend, heerlijk kunnen doen alsof. Alsof geld WEL gelukkig maakt…
In het stuk nu even rust voor meneer Delg. Gelegenheid om te mijmeren over wanneer het geldschip binnenkomt of over een tuin die vol geldboompjes staat. Hoe anders zou de wereld er dan uit zien! Bewonderende blikken, respectvolle bejegening, iedereen wil vrienden zijn. Maar achter de geveinsde behulpzaamheid zie ik afgunst, voel ik afstand die er vroeger niet was. Belagers, graaiers, bedweters omringen je, willen allemaal wat van je. En je hebt niet door dat het ze om je geld gaat, omdat je denkt dat het alleen om jou draait. Meneer Delg als stralend middelpunt. Meneer Delg kan zijn geluk niet op…
Meneer Delg zijn rol is uitgespeeld, landt weer met beide benen op aarde. Zijn geld is verdwenen als sneeuw voor de zon. Een zon die schijnt op een glimmend metalen aanrechtblad en een blik met gehaktballen prachtig in het licht zet.
“Wat zullen we eten vanavond?” hoor ik uit de keuken roepen. Voor ik de mond kan openen wordt het antwoord al voor mij ingevuld: “witte bonen, puree en een gehaktballetje. We doen maar makkelijk vanavond. Het werk liep weer eens uit”
Tijd is ook geld, denkt het Delgje in mij. En als geld niet gelukkig maakt, dan maakt tijd dat zeker ook niet. En bij die gedachte val ik helemaal stil…

Cees Sleven ©  september 2016

Harry meets Andrea

Harry meets Andrea

De inrichting van het grand café aan de boulevard was enigszins gedateerd. Van vóór de crisis en waar het nieuwe elan van de vooruitgang nog niet was door gedrongen. Andrea liet op zich wachten, want hier hadden zij afgesproken, om 17.00 uur, het tijdstip dat nu –op de kop af- een kwartier was verstreken.
Buiten een ouder stel dat zwijgend tegenover elkaar zat, was hij de enige gast. Hij had bewust een tafeltje achterin bij het raam gekozen. Voor het beste overzicht. De muren waren tot halfhoog beplakt met een soort Flintstone-achtige brokken steen, de vensterbanken waren voorzien van flinterdunne vitrages in de kleuren geel en zachtgroen, gedrapeerd met plastic tulpen die ongetwijfeld het naderend voorjaar moesten voorstellen.
Wat had hem bewogen hier met haar af te spreken? Was het misschien het uitzicht over zee dat haar aan Zeeland moest doen denken, want dat had zij hem verteld tijdens hun eerste ontmoeting ruim een week geleden. Dat ze uit Zeeland kwam, dat haar vader boer was en dat ze van het buitenleven hield. Ook had ze gestudeerd, tropische landbouw en dat het haar grootste droom was deze kennis ooit in Afrika in de praktijk te kunnen brengen.
Ondanks zijn groene vingers zou hij dat nooit kunnen bereiken, want daarvoor moest je gestudeerd hebben en studeren was nooit zijn sterkste kant gebleken, bovendien zou een leven in Afrika zijn geordende leven teveel overhoop gooien.
17.30 uur. Andrea is er nog steeds niet. Veel te vroeg sprongen de elektrische kaarsjes aan door middel van een tijdschakelaar. De felgele servetjes met knaloranje tulpen erop wedijverden met de roodbruine tegels op de vloer om wie het lelijkst was. Zelfs een immense afbeelding van een bloemenlandschap op de grof gepleisterde wand kon de zaak niet opfleuren of de vergane glorie verhullen.
Gelaten keek hij door het beregende raam naar buiten. Dikke druppels zochten hun willekeurig spoor langs de ruit naar beneden en vervormden de buitenwereld. De horizon een ritssluiting, de lantaarnpaal aan de overzijde een wankel geheel.
Ook zijn situatie was verre van stabiel: zomaar uit zijn gestructureerde bestaan gestapt voor een serieuze date met een veel jongere vrouw die allerlei verwarrende gevoelens bij hem had losgemaakt. Moest hij hieraan toegeven en uiteindelijk toch in een relatie stappen? Het idee alleen al om zijn eigen veilige wereldje te moeten delen beangstigde hem, maar maakte hem toch ook wel nieuwsgierig.
Zijn blik keerde terug naar binnen. De klok boven de ingang ging onverbiddelijk richting 17.45 uur. Nog altijd geen Andrea, terwijl hem zijn 3e kop cappuccino werd voorgezet. Zwoele, melancholische saxofoonklanken vulden de ruimte en onwillekeurig dwaalden zijn gedachten naar een week terug…
Hij danste weer met Andrea op het slotfeestje van de tuinderscursus. De zachtheid van haar lichaam en de honger in zijn ziel, geheimen die borrelend naar de oppervlakte kwamen. Haar schoonheid was onaards, hij danste met een engel. Ze spraken geen woord, slechts beweging was hun taal. Daar in dat kleine houten lokaal kruisten twee levenswegen elkaar, zij amper op weg, hij vermoeid op de terugweg. Hun richting was tegengesteld, maar wat bleef was een te haastig gemaakte vervolgafspraak voor vandaag en saxofoonklanken die vast verankerd zaten in zijn hoofd.
Het was ruim na zessen en terwijl zijn telefoon nog altijd zweeg besloot hij op te stappen, terug te gaan naar zijn eigen, vertrouwde wereld. De wereld van de stad, van zijn plekje aan de straat. Dag Andrea, dag Zeeuws meisje van de oneindige horizon… Jammer, maar leuk geprobeerd…
Hij stapte de schaars verlichte boulevard op. Het was gestopt met regenen en de lucht was opengetrokken. Een immense sterrenhemel werd zichtbaar. Plotseling overviel hem een sterk gevoel van eenzaamheid. Eenzaamheid die de romantiek van sterren doet verdwijnen en bars en nachtclubs doet vollopen. Zijn avond duurde opeens tweemaal zo lang, hij vluchtte naar bed en verborg het litteken van zijn eigen eenzaamheid.
Twee maanden later ontving hij een ansichtkaart van Andrea. Het centraal station in vogelvlucht. “Groeten uit IJburg – Hoe is het met jou?” Liefs, Andrea en Justine.

Epiloog

Hij: “Mag ik vragen hoe het met je gaat? Zo’n tijd niet gezien”
– stilte –
Zij: “Sorry nog van toen, maar het was echt een drempel voor me om het je te vertellen”
– stilte –
Hij: “Je kaartje uit IJburg was anders duidelijk genoeg”
– stilte –
Hij: “En Justine?”
Zij: “Het hield geen stand”
– stilte –
Hij: “En nu dan?”
Zij: “Terug naar Zeeland, mijn vader ligt slecht”
– stilte –
Hij: “Niet best, Nog altijd plannen om naar Centraal Afrika te gaan?”
Zij: “Ik zou wel willen, maar alleen? Ik weet het niet”
– stilte –
– stilte –
Hij: “Zal ik?”
– stilte –
Hij: “Mag ik?”

Op het perron te Bergen op Zoom staan twee mensen. Verloren. Besluiteloos. Voor de zoveelste keer…