Culturele zwerftocht Eifel en Moezel, juni 2016

Moezel_panorama_2

Proloog
Een paar dagen cultureel zwerven bij onze oosterburen, in een gebied zo dichtbij, maar wel al zo buitenland! Met de eenvoudige schoonheid van de vakwerkhuizen die de steden en dorpen daar sieren. Naar het groene heuvelland met zijn romantische kastelen en kasteelruïnes en volgens strakke lijnen aangeplante wijngaarden. Met de vele dorpskerkjes met daarin te ontdekken kunstschatten. Met een deur die altijd openstaat, gastvrijheid voor de toevallige bezoeker.
Ik trek door het oude vulkaanland met zijn kratermeren en grillige rotsformaties naar de open panorama’s hoog boven het Moezeldal om af te dalen naar de Middeleeuwen van het Cusanusstift in Kues.
En ik zal jullie er verslag van doen, met het mooie weer en een koel glas witte wijn ter inspiratie! Jullie horen van mij!

Maandag 20 juni, de Eifel revisited…
De komende paar dagen leef ik uit mijn weekendtas, een overzichtelijk hoopje kleren en wat toiletspullen zonder overbodige opsmuk of ruis. Die tas en een meer zakelijk uitziend exemplaar met daarin mijn tablet vergezellen mij op mijn zwerftocht dwars door de Eifel naar de rivier de Moezel die ik graag wat nader wil leren kennen. Vanaf het moment dat ik vanochtend ben vertrokken lever ik een schijngevecht met een regenfront dat ik steeds probeer voor te blijven. Het front met langdurige regen trekt van west naar oost over ons land en trekt daarna Duitsland in. Ik rij van noordwest naar zuidoost, dus het zal een kwestie van tijd zijn wanneer ik zal worden ingehaald. Ik krijg de indruk dat de regen mijn uitdaging heeft aangenomen, want slechts hier en daar worden er wat speldenprikjes uitgedeeld en is het gebruik van de ruitenwissers maar af en toe nodig. Ook de zon en stukken blauw in de lucht mengen zich in de strijd en doen mij geloven dat ik het pleit gewonnen heb, maar bij aankomst op mijn eerste logeeradres gaat het gelijk mis: zon en blauwe lucht verlaten verveeld het speelveld en geven de regen alle kans. Grijze regenslierten trekken langs de beboste heuvels waarop ik uitkijk vanuit mijn openstaande kamerraam. Het dorpje Dohm-Lammersdorf is grijs, vaalgroen en nat. En heel stil. Het kletteren van de gestaag vallende regen harmonieert wonderwel met de ambient music uit mijn mobiel, en met een glaasje Gerolsteiner Sprudel erbij is de juiste sfeer geschapen om de belevenissen van vandaag nog eens door te nemen. Zo bezocht ik in Zuelpich-Hoven het voormalige Marienborn klooster om nogmaals de “Hovener Madonna” te ontmoeten, iets wat mij bij een vorige gelegenheid niet lukte omdat het beeldje toen op tournee was naar een tentoonstelling in Keulen. Dit klooster, dat tegenwoordig de psychiatrische inrichting Marienborn is, bezit een prachtige kapel en de altijd vriendelijke portier stond mij toe deze te bezoeken. Ik mocht hiervoor dwars door de gebouwen heen lopen, waarbij zowel patiënten als personeel mij vriendelijk toeknikte. En toch hing er veel leed in die gangen. De typisch schuifelende gang van de patiënten, hun uitdrukkingsloze gezicht. De holle geluiden van de granieten vloeren… In een vitrine maakte ik kennis met de heilige St. Dymphna, de patrones van de geesteszieken en bezetenen. Ze is van de 7e eeuw, het psychiatrisch lijden is dus van alle tijden…
In de kapel was ik helemaal alleen. Alleen met moeder en kind. Wat een aandoenlijk beeld is dit. Uit de 12e eeuw, met vaardige hand uit hout gesneden en liefdevol geschilderd. En hoewel het achter glas staat, is het tastbaar levend. Maria dat haar kind vertrouwd maakt met de wereld van nu, zo staat ze daar. En ik mocht er even getuige van zijn.
Later in de middag doe ik Blankenheim aan, aan de oorsprong van de Ahr. Waar de 4 bronnen van deze rivier zich verenigen ontmoet ik de brugheilige Nepomuk en ik kan het niet nalaten om even onder de brug te kijken naar wegschietende heksen en boze geesten.
Dan klim ik naar de burcht vanwaar ik een prachtig uitzicht heb over dit vakwerkplaatsje ingeklemd tussen beboste heuvels. Er zijn nauwelijks mensen op straat, de terrassen zijn leeg. De parochiekerk van de heilige Maria Hemelvaart is helemaal voor mij alleen. Zelfs de apostelen, de verkondigers van het Woord, doen er het zwijgen toe. Dan slaat de klok 3 uur. Wanneer de laatste echo is uitgestorven staat ook de tijd even stil. Als een fotomoment in een album. Maar intussen schrijdt de absolute tijd onverbiddelijk voort, verslindt de toekomst en vergroot alles uit wat vooraf ging. Ik lees de vele verzoeken om hulp aan de voeten van het Mariabeeld: “Heilige Moeder Maria, spreidt uw alles beschermende mantel over ons uit…” Ik wil niet achterblijven en voor ik de kerk verlaat steek ik een kaarsje aan. Zolang het nog brandt blijf ik nog even, hoewel ik allang weer onderweg moet. Verder met mijn zwerftocht…

Dinsdag 21 juni, Oud worden in Craach a/d Mosel
De nieuwe dag in het vergeten Eifel dorpje Dohm-Lamersdorf is voor iedereen onopgemerkt begonnen. Nevels hangen nog steeds aan de beboste heuvels, de grijze lucht vertoont geen enkele tekening. Wachten dus maar, het moet in de loop van de dag beter worden. Na het ontbijt (met een perfect gekookt eitje) verken ik nog even de twee straten van het dorp om de absolute stilte van deze plek op mij te laten inwerken. Na het hartelijke afscheid van mijn gastheer vertrek ik richting Gerolstein, een levendig stadje gelegen tussen vulkanische bergen en voormalige koraalriffen die ooit heel lang onder water hebben gelegen. Ik overtref mijzelf wanneer ik de Munterley beklim, een rotsachtige “Dolomiet” van 482 meter hoog. Afgezien van een paar natte broekspijpen en doorweekte schoenen kom ik ongeschonden tot onderaan de rotswand en geniet van het prachtige uitzicht op Gerolstein. Het stadsrumoer van beneden dringt nauwelijks tot hier door, ik ben hier alleen met mijn vogels, wilde bloemen en geurende planten. Om mijn overwinning te vieren (als had ik solo de K2 beklommen) trakteer ik mijzelf op een selfie met mijn Dolomiet op de achtergrond.
Terug beneden bezoek ik de Verlosserskerk, een juweel uit het begin van de 20e eeuw, te danken aan Pruisische protestante ambtenaren die hier in de 19e eeuw kwamen wonen en de gemalin van keizer Wilhelm II die hen een warm hart toedroeg. De kerk is gebouwd in Byzantijnse stijl met prachtige mozaïeken, die uit miljoenen gouden en gekleurde steentjes bestaan. Ik tref het, want normaal is het gebouw op deze dag gesloten, maar door werkzaamheden staat de deur op een kier en glip ik naar binnen. En met mij tientallen andere belangstellenden. Geen houden meer aan.
Dan volgt de doorsteek vanuit de Eifel naar de Moezel door een werkelijk betoverend landschap. Eerst nog besloten door nauwe dalen en donkere bossen, maar al gauw valt het landschap open en ontvouwen zich de mooiste panorama’s, verkleurend van groen naar blauw en bestrooid met gouden zonneplekken. Want ja, de zon is terug! En speelt met de wolken het spel van licht en donker, niet wetend dat ik daar intens van geniet. Plotseling wordt er sterk afgedaald en rol ik het Moezeldal in. Andere heuvels, andere kleuren, ander licht. En een hevig meanderende rivier als een slang in het woestijnzand. Waar zij tevoorschijn komt is steeds weer een raadsel, waarnaar zij op weg is al helemaal. Sommige hoogten zijn zwaar bebost, andere tot op de onmogelijkste plekken beplant met wijnranken. En met het toenemen van het aantal wijndomeinen neemt ook de stroom toeristen toe. Ik start mijn panoramaroute in het vakwerkparadijsje Beilstein waarnaar ik mij laat overzetten op een wankel pontje. En met mij veel elektrische fietsen, opzichtige korte broeken en sokken in sandalen. Ik kies een terras met uitzicht op het pontje en lunch met een iets te zoute goulashsoep. Als eerbetoon aan mijn ouders die altijd hun laatste vakantiemuntjes aan dit scherpe goedje spendeerden op de weg terug uit Oostenrijk. En dan moesten ook wij daaraan geloven!
Mijn route klimt omhoog naar het achterland van de Moezel, voert over de hoogvlakte van de Hunsrück om dan weer sterk af te dalen naar de rivier, die mij dan weer een heel ander gezicht toont. Klimmen en dalen, spectaculair autorijden, wat niet altijd in dank wordt afgenomen door de locals vanwege mijn (te lage) snelheid. Op weg naar een van de mooiste uitzichtpunten van de route, vanaf de ruïne van de Grevenburg, wordt ik bevangen door hoogtevrees en durf ik niet verder. Ik moet 20% dalen op een smalle weg die hoog boven de rivier tegen de berg geplakt ligt. Ik durf niet voor- of achteruit en zeker niet te keren. Een nog steiler zijweggetje brengt redding in mijn benarde situatie, want daar kan ik met veel gemier keren. Ik moet plassen, heb zin in een glas koele wijn en heb nog twee volle dagen…
In Craach, zo’n typisch wijnstadje aan de Moezel, vlei ik mij neer op het terras van mijn tweede logeeradres, Hotel Weinhaus zum Josefshof. Een korte cursus ‘welke witte wijn te bestellen’ van mijn gastheer resulteert in een glas heerlijk koele ‘halb trocken’. Op het pleintje waaraan mijn hotel gelegen is zitten drie oude dames op een bankje met elkaar te kletsen. De zitkussentjes hebben ze zelf meegenomen. Vast niet voor de eerste keer, want de bezoekers van het terras zullen ongetwijfeld een dankbaar onderwerp van gesprek zijn voor de vrouwtjes. Zij kijken naar ons, wij kijken naar hen. Verschillende werelden met alleen maar een pleintje ertussen. Als het begint te regenen staan de dames op, met de kussentjes onder de arm. De een achter een rollator, de andere twee onder een paraplu. Alle drie lopen ze moeilijk en ik denk onbewust aan het fitnessclubje in mijn wereld. Oud worden in Craach a/d Mosel is ook niet alles…
Op het terras maak ik contact met een vriendelijke, oude man achter een biertje. Zijn hond, waarvan ik niet weet wie er nu eigenlijk ouder is, staat bedaard kwispelend aan zijn voeten, reagerend op universele vriendelijkheid, wanneer ik het dier een blijk van genegenheid geef. “Ik blijf hier tot vanavond zitten en ga als laatste weg. Ik zal spaarzaam met mijn biertjes zijn, want het wordt een latertje”. Hij kijkt mij onderzoekend aan en vervolgt: “De langste dag, weet u! Dat doe ik al jaren zo op de langste avond van het jaar, sinds mijn vrouw is overleden”. Ik weet niet wat ik zeggen moet, hoeft ook niet, want met een glinstering in zijn pretoogjes gaat hij verder: “Ik maak een praatje met de mensen, dan kruipt de tijd niet zo langzaam voorbij. Ik zit hier wel vaker, hoor”. We heffen het glas, ik ongemakkelijk. We drinken op zijn eenzaamheid. Oud worden in Craach a/d Mosel is ook niet alles…

Woensdag 22 juni, Van Cusamus en de wens “Heimat” weer te zien!
“Camper, kachel, Matterhorn, beschadigd gehoor, gevonden ID-kaart, punkhaar, dakdekker, hondentrainer, 78 jaar…”
De oude man op het terras (ja, hij zit weer in zijn hoekje) loopt leeg wanneer ik noodgedwongen bij hem aanschuif omdat een zojuist gearriveerde motorclub uit Engeland met de overige vrije stoelen het hele terras verbouwt. Hij laat een alcoholvrij biertje komen, maar laat het lange tijd onaangeroerd, want hij is druk. Druk met praten tegen mij. En ik luister, doe moeite hem te verstaan. Maar het zijn slechts flarden die ik opvang uit een levensverhaal dat in een stroom van woorden en klanken verteld wordt. Daar waar ik hem kan volgen knik ik begrijpend en kom zelfs af en toe tot een instemmend “Ja”. Ik ben duidelijk het klankbord van zijn eenzaamheid en met zijn scherpe blik houdt hij mijn aandacht gevangen en verzuim ik aan mijn steeds lauwere “halb trocken” te nippen. Het gedwongen op moeten geven van zijn werk door een noodlottig ongeval, het overlijden van zijn vrouw nog maar kort geleden en het leven dat hij nu leidt in een camper als huis, alles passeert in de korte tijd die mij rest tot het avondeten. “Onderneem alles als je jong bent, voordat je het weet ben je oud en gebrekkig. En vaak ook arm”, voegde hij er fijntjes aan toe. Voor het eerst zie ik zijn blik wegdraaien naar de glimmende motoren die voor het terras geparkeerd staan. Ooit had ik een BSA, het beste van het beste. Maar mijn vrouw vond het motorrijden te gevaarlijk en moest ik hem weer verkopen”. Het moment dat ik afscheid van hem nam zal wat onbeholpen zijn overgekomen, maar ik moet dit kruispunt van levenswegen verlaten en weer mijn eigen richting gaan. De vrouwtjes op het bankje op het plein (het zijn er inmiddels 5) smoezen de koppen bij elkaar en knikken mij begrijpend aan. Zij kennen hun pappenheimers…
De ochtend gaat veelbelovend van start met plekken blauw in de lucht en zonnige momenten die het reliëf en de dynamiek terugbrengen in het landschap. Achter Kinheim klim ik (in de auto) omhoog en rij ik te midden van de wijngaarden die frisgroen afsteken tegen de donkere, beboste heuvels aan de overzijde van het dal. Het fascinerend spel van groen dat oplicht en langzaam weer uitdooft bereikt voor mij een hoogtepunt wanneer ik de auto parkeer aan de zijkant van de weg ter hoogte van een bankje vanwaar zich een schitterend panorama ontvouwt. Ik “hang” boven de rivier en de stadjes onder mij. Met 1 arm om de leuning van het bankje geklemd, fotografeer ik met de vrije hand in panorama en 3D, in de verwachting dat dit nooit goed in beeld te vangen is.
In Bernkastel-Kues maak ik kennis met de beroemste inwoner van deze dubbelstad, geleerde, kardinaal en bisschop Nikolaus von Kues, kortweg Cusanus genoemd. In zijn geboortestad stichtte hij in het begin van de 13e eeuw een armenhospitaal voor 33 mannen uit alle standen. Dit getal was niet toevallig gekozen, want het is de leeftijd waarop Christus werd gekruisigd. De kapel vormt het middelpunt van het door de eeuwen ongeschonden complex en heeft een bijzonder vorm. Een slanke, achthoekige middenzuil die bovenin uitwaaiert in 12 gotische ribben draagt het gewelf, uitdrukking gevend aan de Cusanische gedachte van de “allesomvattende eenheid”. Gewapend met deze kennis bewonder ik de kunstschatten van deze bijzondere kapel waar -onder een messing plaat- het hart van de stichter begraven ligt. Een fresco met het Laatste Oordeel, een 15e-eeuws drieluik waarop Christus staat afgebeeld, die de doornenkroon krijgt opgezet (met Cusanus knielend voor het kruis) en schitterende koorbanken uit de 18e eeuw. Ik onderga deze kunst in de absolute stilte van het moment. Zonlicht valt door de ramen en omfloerst de contouren. Met techniek uit de 21e eeuw probeer ik dat moment vast te houden…
Een groter contrast met het drukke Bernkastel is welhaast niet mogelijk. Een niet-aflatende stroom stroom toeristen perst zich door het dal en de smalle straatjes van het centrum, klaar voor een overdosis vakwerkhuisjes. Ik wil hier weg, even niet klimmen en dalen. Op zoek naar openheid en ruimte. En die vind ik op het uitgestrekte hoogland van de Hunsrück, een gebied van glooiende weilanden en bossen. Een verlaten streek met een geruststellende, lage horizon. Hier geen wijnbouw meer, maar vee en golvend graan. En kilometers bos, een streek met nauwelijks bewoners en verkeersborden. Langzaam keert de rust in mij terug en herken ik de sfeer die zo eigen was aan het Duitse epos “Heimat” dat zich afspeelt in deze streek. De serie toch maar weer eens bekijken als ik terug ben!

Donderdag 23 juni, huiswaarts
De ochtend kraakt van helderheid wanneer ik van mijn laatste ontbijt geniet en daarna afscheid moet nemen van mijn gastheer. Ik ga zoals ik gekomen ben: omhoog klimmend uit het Moezeldal in de richting van mijn geliefde Eifelland met nog slechts één bezoek op het programma, de Eifeler Glockengiesserei in het plaatsje Brockscheid, ongeveer 11 kilometer ten zuiden van Daun. Ik heb namelijk wat met klokken sinds ik als kleine misdienaar onder het wakend oog van de koster de klokken van onze Amsterdamse parochiekerk mocht luiden. Dat was niet helemaal zonder gevaar, want je moest het touw door je handen heen laten vieren, anders bestond de kans mee omhoog getrokken te worden en verbrijzeld tegen het plafond te eindigen. Met daarna nog eens hel en verdoemenis gewenst door de koster. Nog voel ik het brandende touw in mijn handpalmen bij het laten vieren, maar bij het neerhalen was er de euforie van de macht over de klokken die aan jouw kracht moest gehoorzamen. Jouw neerwaartse beweging omgezet in luid gebeier dat tot in de verste omtrek opgemerkt zou worden.
De klokkengieterij van Brockscheid is een bekende bezienswaardigheid in de (Vulkaan) Eifel en wordt door veel toeristen bezocht. De Eifeler Glockengiesserei is een familiebedrijf dat al sinds 1620 in de “klokkengieterij” zit. In de begindagen hadden ze geen vaste werkplaats maar trokken ze van plaats tot plaats waar de klokken gemaakt moesten worden. Vroeger in oorlogstijden waren ze ook gewilde vakmensen want een klokkengieterij kon immers ook prima kanonnen maken. Onvermijdelijk schiet mij de radiodocumentaire “Klokken in Europa” uit 1972 van Peter Leonhard Braun in gedachten, waarin het geluid van het omsmelten van de bronzen klokken in oorlogstuig een onuitwisbare indruk op mij heeft gemaakt. Deze van oorsprong Duitse documentaire uit 1972 won in 1974 de Prix Italia en kent ook een Nederlandse versie, ingesproken door Jaap Brand (VARA), maar deze versie is naar mijn weten niet meer in het NOS-bandenarchief aanwezig. In 1996 heb ik een oproep gedaan of iemand deze documentaire in privébezit had en dat leverde een cassettebandopname op die ik geschikt gemaakt heb voor (her)uitzending bij Omroep Gelderland. Ik ben nog altijd in bezit van het .wav-bestand dat ik koester als een kostbaar kleinood. Ik meld mij om 10.00 uur voor de eerste rondleiding waarbij wordt uitgelegd hoe alles werkt in een klokkengieterij en hoe de mooie grote bronzen klokken tot stand komen. Ik sta daadwerkelijk op de  werkvloer en zie van nabij hoe de werkzaamheden worden verricht. Behalve het maken van grote bronzen klokken worden er ook kleinere klokken gemaakt. Na een klein uur sta ik weer buiten en  koop ik een klein exemplaar in de souvenirshop als blijvend verbond met de klokken uit mijn jeugd.
Op het heetst van de dag bezoek ik de Maaren van Daun, ronde meren die hun ontstaan te danken hebben aan recente gasexplosies in dit oude vulkaanland. In dit gebied vol van vulkanische activiteit hoopten zich op verschillende plaatsen onder het aardoppervlak.grote hoeveelheden gas op. Toen de druk te hoog werd, zocht het gas een uitweg, sloeg een gat in de aardkorst en ontsnapte in de atmosfeer. De zo ontstane gaten liepen in de loop van de tijd vol water. De lucht trilt boven het zwarte water van het Totenmaar. Ik rond het meer naar het witte kerkje aan de overzijde, het restant van het dorpje Weinfeld dat hier heeft gelegen voordat de bewoners wegtrokken ten gevolge van de pest. Zwarte dood, zwart water… Het witte kerkje ligt eenzaam aan de bosrand en kijkt uit over de bijna perfecte cirkel van het Weinfelder Maar. In de hal getuigen de vele dankbetuigingen aan de Moeder Gods van grote godvruchtigheid. Dit plekje nodigt ook uit tot dankbaarheid, dankbaarheid voor weer een geslaagde culturele zwerftocht. Van Eifel naar Moezel, van Moezel terug naar de Eifel. En van hier, onder een staalblauwe lucht, in één streep naar huis…

Maar_panorama_2

Foto’s bij dit verslag op: http://cees.geldersnetwerk.nl > Foto-albums > Eifel en Moezel, een hernieuwde kennismaking.

Cees Sleven © juni 2016

Advertisements