De reis van mijn leven

Als je in je vroege jeugdjaren een glimp mag opvangen van het magische van de grotemensenwereld en dat zonder angst met gretigheid ondergaat, dan ben je voor het leven besmet en is dat bepalend voor je verdere levensreis. Toen later die beelden verdrongen dreigde te worden door een meer rationele voorstelling van het wereldgebeuren, kon ik althans gelukkig het tij keren door me te realiseren dat je niet zo maar straffeloos die eerste indrukken uit het verleden kunt laten wegnemen.

Nog altijd koester ik het feit dat ik van mijn vader plaats moest nemen onderaan de voet van de toren van onze parochiekerk en mijn blik omhoog moest richten naar waar het kruis schitterde in het zonlicht. Het was echter niet dit symbool van eeuwig leven dat fascineerde, nee het waren de voorbijzeilende wolken die achter de torenspits vandaan kwamen die het perspectief vervolmaakten en mij een gevoel van eerbied, zeg nederigheid bijbrachten. Zonder dat er een woord over gesproken werd. Alleen maar kijken en ondergaan.

Het was ook mijn vader die mijn fantasie wist te prikkelen en mij, bewust of onbewust, bij de hand nam in mijn ontwikkeling van kind tot volwassene door mij Fredrik van Eedens ‘Kleine Johannes’ te laten lezen, dat wonderlijke sprookje over goed en kwaad en de zoektocht naar geluk. Een reis door levensfasen die mij tot op de dag van vandaag is bijgebleven wanneer de lucht boven de horizon rood en purper kleurt en de weinige wolken zich een grot vormen van waaruit de zon haar laatste gouden stralen naar mijn wereld stuurt. ’n Beeld mij zo vertrouwd, zo gekoesterd, als deelde ik mijn plek op deze aarde met Windekind zelf. ‘De Kleine Johannes’ als bewaker van mijn kinderlijke fantasie en het sociale gevoel in mijn grote mensenleven.

Onderscheid maken, structuur en vormen leerde ik van de natuur, lyrische ervaringen die van essentieel belang zijn geweest om te worden tot wie ik nu ben. Belevenissen met hoofd, handen en hart, met elk zintuig op scherp. Een blik naar de verre horizon waar het land via steeds diffusere lagen blauw opgaat in de hemelboog gaf betekenis aan de begrippen voor en achter, dichtbij en veraf. Basiselementen aarde, water en lucht, waaruit ook ik ben opgebouwd verbinden mij met de natuur, maar in de totale vrijheid er een eigen interpretatie aan te mogen geven. Zelfs als die natuur vijandig is, de verlatenheid van een landschap te indrukwekkend en het weer te onberekenbaar, ja zelfs wanneer het licht te onvoorspelbaar is. Dan maakt de sluiter van mijn fototoestel overuren op zoek naar dat ene beeld, het vastklampen aan alles wat ik geleerd heb. Dan keren mijn vervlogen beelden terug in de scherpte; zon en wolken verdringen zich voor de zoeker. Dan word Ik languit liggend in het gras en in te tijd gedwongen. Natte knieën… Langzaam geeft de natuur zich dan gewonnen. En voel ik mij onverbrekelijk verbonden.

Op mijn levensreis ben ik ook altijd gefascineerd door de kunst van het versieren. Niet van het andere geslacht, want met ons mensen is het op dat vlak treurig gesteld. Zeker wij mannen zijn van nature niet voorzien van allerlei uiterlijke pracht en praal die bij rituelen rond het voortbestaan op commando te voorschijn komen. Nee, het sinds mensenheugenis versieren van alles wat er door onze handen gaat. De kunst van het versieren kent zijn flamboyante hoogtepunten en zijn perioden van verstilling, maar in alle gevallen opent het de ogen voor de schoonheid in de kunst. Even sta ik weer voor die ontroerende Madonna met Kind in dat eenzame kerkje naast die morsige boerenhoeve, ergens in de Eifel. Met vaardige hand uit eerlijk hout gesneden en met vage kleurresten van wat eens een prachtmantel moet zijn geweest. Pure, volkse kunst. Versiering in al zijn eenvoud. Aan haar voeten liggen honderden verzoeken om hulp: “ Heilige Moeder Maria, spreidt uw alles beschermende mantel over ons uit…” Ik wil niet achterblijven en voor ik het kerkje verlaat steek ik een kaarsje aan bij het Mariabeeld. Zolang het brandt blijf ik nog even, hoewel ik allang weer onderweg moet. Verder op mijn levensreis…

…waar ik nu ben aangekomen in mijn herfst, het jaargetijde van zachte weemoed en zoete najaarsmin. Van eeuwig zingende bossen met bladeren die, vallend van tak naar tak, zich bewegen als muzieknoten op een notenbalk. Muziek heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in mijn leven en doet dat nog tot op de dag van vandaag. Genres verbonden met alle levensfasen omhullen mij als een warme deken en zijn direct oproepbaar als de nostalgische noodzaak daar is. Pop, new age, Keltisch, ambiënt, jazz, met klassieke muziek als finale bestemming. Muziek die stond voor betere momenten, zoete herinneringen aan tijden die niet meer komen. Aan momenten van vlinders in je buik. Droommomenten. Beelden door de mist. Muziek luisteren is misschien nog een hoger goed dan muziek maken, al zou ik…
Mijn levensreis is vooral ook een muzikale reis en evenzeer een ontdekkingstocht. Het wisselen van muzieksmaak was als het ronden van de kaap, zeilend van het ene avontuur in het andere.

Ineens heb ik heimwee naar het stof van de karavaansporen, naar de tinteling van de nieuwe morgen over Mount Kailas. Momenten die ik koester, die altijd blijven glanzen. Zou ik nog eens…? …in het echt? Zou ik het kunnen, je losmaken van huis en haard en alle conventies achterlaten? En ongemerkt kijk ik naar de vrouw daar op de bank, ik kan haar zo uittekenen, in die gebogen houding. Meer dan 40 jaar zit zij daar al, toonbeeld van trouw en van alles wat een man gelukkig kan maken. Voor ik de eerste oase bereikt zou hebben, zou ik smachten van heimwee naar haar. Mount Kailas wordt dan weer de uitkijktoren in Egmond a/d Hoef waar wij ons verloofden, de Zijderoute weer de straat waarin wij wonen, met beide benen op de grond. Hier ben ik neergezet, hier ben ik gelukkig…
Dit alles, de hoogte- en dieptepunten in een mensenleven, laat ik mij niet meer afnemen. Ik draag ze bij mij als een blauwdruk van een reis, vol geluksmomenten die mij naar de keel grepen, maar ook met gedoofde zonnedagen als markeringspunten in de vorming van mijn ik. Inmiddels heb ik het huppelen allang verleerd en schrijf ik steeds vaker in de verleden tijd, maar gelukkig is “tijd” een subjectief begrip. Tijd is waar je uit kunt stappen, tijd die eeuwig kan duren, de tijd kan op een bepaald moment zelfs tot stilstand komen als fotomomenten in een album. Maar intussen schrijdt de absolute tijd onverbiddelijk voort, verslindt de toekomst en vergroot alles uit wat vooraf ging. Wanneer straks alles in duizend stukken valt en ik zal verdrinken in de ziltheid van mijn tranen is mijn reis slechts herinnering. Aan alles wat geweest is, en gebeurd is. Aan al het licht en donker van een levensreis. Stille herinneringen zullen het zijn. Zonder woorden…

© Cees Sleven / januari 2016

Advertisements

Nachttrein naar Toscane

De trein

citynightlinetrain

Zijn opdracht was duidelijk: “haal twee koppen sterke koffie en neem wat lekkers mee. Zullen ze vast wel hebben”. Met enige tegenzin stond hij op van zijn plek aan het raam en manoeuvreerde zich naar het middenpad van de hevig schuddende trein. De exacte plaats van het restauratierijtuig was hem onbekend, maar gevoelsmatig koos hij de weg naar voren, richting locomotief. Dit had hij afgemeten naar de positie van zijn eigen rijtuig in de trein en zijn drang om eerder op de eindbestemming aan te komen dan ieder ander. Na de eerste scheidingsdeur met het volgende rijtuig, die met een simpele druk op een geelverlichte knop te openen was, veranderde het looppad van richting en liep langs compartimenten waarvan van velen de wat smoezelige gordijntjes reeds gesloten waren. Wat zich daarachter afspeelde kon hij slechts raden. Het volgende rijtuig was moeilijker te betreden. Met flinke kracht moest hij twee deurhendels uit elkaar drukken om een open ruimte te kunnen betreden waarin zich in het midden een donkerhouten tafel bevond die door artdeco-lampen flauw verlicht werd. Terwijl hij zich nog zorgen maakte over hoe hij straks op de terugweg, met in beide handen dampende koffie, deze hendels uit elkaar zou krijgen, viel zijn oog op een viertal zwaar bebaarde mannen die onder het gedempte licht op fluisterende toon met elkaar spraken. Bij zijn binnenkomst viel onmiddellijk het gesprek stil alsof zij iets kwaads in de zin hadden en op heterdaad betrapt werden. Wie waren zij en wat deden zij hier? Hij gunde zich geen tijd voor de antwoorden op deze vragen en zich tegen de zijwand van het rijtuig drukkend passeerde hij voorzichtig dit tafereel, nagestaard door de baardmannen die hun gesprek pas voortzette toen hij achter de volgende scheidingsdeur was verdwenen. Hij stond nu tussen twee rijtuigen in op ijzeren platen waaronder de rails ratelend werd voorbij getrokken. Met enige tegenzin opende hij de volgende deur die in tegenstelling tot alle andere geblindeerd was. Na de druk op de knop opende deze zich langzaam en enigszins plechtig. Ook deze nieuwe ruimte was schaars verlicht, maar rijkelijk versierd met barokke ornamenten en vazen met de prachtigste bloemboeketten. Ook schitterde er overal kaarslichtjes die een dans tussen licht en schaduw op de wanden projecteerden. Tegen de achterwand van de wagon stond een beeld van een Madonna op de maansikkel. In al zijn eenvoud was dit misschien wel het meest imponerende dat hij tot nu toe was tegengekomen. De Madonna keek meewarig op hem neer. Altijd maar die kaarsjes, de vragen en smeekbeden aan haar adres. Wat zou zij toch graag haar maansikkel eens verlaten en zich mengen tussen de reizigers of plaatsnemen achter de ramen om in alle rust te bekijken wat wij van de wereld gemaakt hebben. Maar dat Kind. Nee, ze heeft nu eenmaal de zorg voor dat Kind op haar arm. En dat geniet van de vele kaarsjes om Hem heen. Terwijl hij zich met moeite op de been kon houden omdat de trein schuddend en bonkend over een spooremplacement denderde, maakte hij oogcontact met het Kind en meende dat het zachtjes naar hem lachte. Hij had hier graag nog even gebleven, maar wilde ook zijn opdracht -twee koffie met wat lekkers- niet verzaken, dus ging hij verder op zoek naar de restauratie. Het volgende rijtuig had twee gangpaden aan weerszijde van compartimenten in het midden van de ruimte. Hij koos het linker pad en kon zijn nieuwsgierigheid niet onderdrukken door een blik naar binnen te werpen. Het waren de kijkdozen uit zijn jeugd: zijn oude schoolklas met de vertrouwde platen aan de muur. Het uitzicht over de daken van de stad vanuit zijn jongenskamer. Het park waar hij zijn eerste meisje kuste, gadegeslagen door de eendjes in de vijver. Hij schuifelde van compartiment naar compartiment tot de beelden zich vervormden tot caleidoscopische proporties. Draaiend glas in honderdduizend kleuren, die in de laatste vitrine langzaam maar zeker uitdoofden tot slechts diep zwarte donkerte overbleef. Wat had dit te betekenen? Waarom moest hij dit zien? Bevatte het misschien een voorspellende boodschap? Nieuwsgierig naar antwoorden betrad hij de volgende wagon, een helemaal lege ruimte zonder ramen, met alleen in het midden op een sokkel geplaatst, een helder verlichte wereldbol. Voorzichtig liet hij deze ter oriëntatie om zijn as draaien, toen hij een rode stip met de tekst “U bevindt zich HIER” ontdekte, ergens middenin het water van de oceaan. Met een lichte aarzeling plantte hij zijn wijsvinger op de stip en vanaf dat moment kroop een onaangename vochtigheid vanaf zijn voeten naar omhoog. Eerst nog een dun laagje, maar al snel klotste het water van wand naar wand op het ritme van de schokkende wagon. Nu nam angst volledig bezit van hem en als in een paniekreactie probeerde hij half wadend de overliggende deur te bereiken. Toen het water hem tot borsthoogte was gestegen, kwam de wereldbol -waarvan het licht inmiddels gedoofd was- los van de sokkel en kwam hem al rollend over het water achterna. De deur was met geen mogelijkheid te openen en na het ondoorzichtige folie op de ruit eraf getrokken te hebben was daar… niets, geen locomotief, het einde… Slechts twee sporen die over oneindig water naar de horizon liepen. Op het moment dat de druk van de wereldbol op zijn rug het hevigst was, riep een stem: “Wat ben jij nou aan het doen?” Hij ontwaakte als uit een droom, maar de vochtigheid bleef. “Kijk nou wat je gedaan hebt! Je hele broek is nat!” Terug in de werkelijkheid realiseerde hij zich dat zijn waterflesje zich langzaam maar zeker, schuivend en schokkend, los had gemaakt van zijn raamtafeltje en op zijn schoot was gevallen. Vol schaamte keek hij naar zijn natte kruis en kon in zijn hulpeloosheid geen woord uitbrengen. “Zal ik dan maar even koffie halen? En dat lekkers kun je wat mij betreft wel vergeten!”…..

© Cees Sleven / oktober 2015

Platenhoes


Platenhoes

12187963_842038959246530_853831323154685197_o

Ik vond vijf engeltjes vandaag
op een platenhoes bij de kringloopwinkel.
Bolle buikjes, volle dijtjes
met vleugeltjes zo zijdezacht.
Ingeklemd tussen BZN en Alle 13 goed
keken zij mij meewarig aan
daar in die doos, afgedankt
en van God en iedereen verlaten.

Ik heb ze mee naar huis genomen
hopend op een tweede, beter leven.
En ze strategisch neergezet.
Op mijn schouder om mij altijd te beschermen.
Op de werkbank om mijn twee linker handen.
Eén heeft bij hoge uitzondering
over mijn tong mogen piesen
want in dit het leven, mijn eerste leven
valt nog heel wat te genieten.

Ze dansen en springen weer
Spelen tikkertje, deze cherubijntjes van omhoog.
En maken de hele dag muziek
als stond de hemelpoort altijd open.
Ik heb hun namen even opgeschreven,
wees welkom Torelli, Manfredini,
Corelli, Albinoni en Locatelli
Vijf engeltjes voor vijftig eurocent
Wat je noemt een Hemels geschenk…

Cees Sleven © december 2015