De grenzen opgezocht

Sint Pancratius, Heerlen

Cuba is dichterbij dan je denkt… donderdag 5 augustus 2021

Sint-Pancratius, St. Martinus, Sint-Vincentius, Peter Joseph Savelberg, eerbiedwaardig dienaar Gods, ik ben duidelijk in Limburg waar ik in Vijlen eindelijk na anderhalf jaar de scherpe randjes van de Coronacrisis probeer weg te slijpen. Een beetje cultureel zwerven in het uiterste zuiden van ons land met misschien een uitstapje naar de Voerstreek in Belgisch Limburg. Voorzichtig wat stapjes de grens over, voorzien van alle noodzakelijke inentingsbewijzen en goed bedoelde adviezen voor het nieuwe normaal. En toch heb ik het gevoel iets illegaals te gaan doen.
Mijn tripje begint in Heerlen waar ik in de schaduw van de Sint-Pancratiuskerk op het terras van ‘de Kromme Toeter’ van mijn cappuccino geniet. Het terras loopt langzaam vol. Voorzichtig geschuifel tussen de tafeltjes. Ook hier blijkt de anderhalve meter zeer rekbaar. Veel jeugd, aankomende studenten die spreken over een wereld uit een ver verleden en die ze dan moeiteloos projecteren op de toekomst. De Sint-Pancratius heeft er vrede mee, heeft in zijn lange geschiedenis ergere stormen doorstaan, getuige de vele zichtbare reparaties aan de buitenzijde van het gebouw. Het interieur laat zich lezen als een geschiedenisboek. De constructie, beelden en schilderijen vertellen immers elk hun verhaal. Het gebouw herbergt als het ware het collectieve geheugen van de ‘Herlese’ gemeenschap door de eeuwen heen.
Dan op weg naar mijn logeeradres, Hotel Restaurant ‘Cuba Libre’, een stukje Caribbean in het Limburgse heuvelland. Weerzien na 27 jaar met een oud-collega die daar nu de uitbater is. Bijpraten onder het genot van een kopje koffie. Over collectief geheugen gesproken…
Ik voel mij gelijk thuis op dit plekje aan het kruispunt tussen de terrassen die bevolkt worden door ouderen, passanten en wereldburgers. Vooral deze laatste categorie weet de weg te vinden naar ‘Cuba Libre’ in het hoogste bergdorpje van Nederland. Het zijn de contrasten die ook mij aanspreken: golvend heuvelland, maar ook palmen en flamingo’s. Vakwerkhuizen die niet op de horizon staan, maar tegen de glooiingen aangeplakt liggen. Afbeeldingen van sigaren rokende vrouwen, lastdieren die manden met rijke oogst dragen en natuurlijk vette Amerikaanse sleeën in de meest bizarre pasteltinten sieren de wanden. Het getuigt van grote moed hier een Cubaans Hotel Restaurant te runnen, maar het gezegd: het lukt wonderwel en zelfs de alom aanwezige Che Guevara ziet dat het goed is…
Langzaam schuift de zon achter de glooiende Limburgse heuvels. Een zon, maar ook het ambacht en de liefde die ik proef in mijn glas rode wijn van wijndomein St. Martinus. Fonkelend rood dat mijn Caribbean stoofpot begeleidt en dat de schemer kleurt die nu snel over het landschap valt. Ik trek de gordijnen dicht en vertrouw dit bericht toe aan het internet.
Letters, woorden, zinnen kruipen onder mijn toetsen vandaan, en verdwijnen in cyberspace.
Ik laat los, ik begin morgen weer met een schone lei. Hopelijk met een zon die weer tevoorschijn klimt van achter heuvels en palmbomen…

De grenzen opgezocht vrijdag 6 augustus 2021

De nieuwe dag begint met een tropische hoosbui die de hotelgasten langer dan gebruikelijk aan hun ontbijt gekluisterd houdt. Nog een extra kopje koffie of thee, voor mij de gelegenheid om met mijn gastheer nog wat herinneringen op te halen uit ons gezamenlijk omroepverleden. Maar om een uur of tien stopt het met regenen en gaat iedereen zijns weegs.
Ik steek gelijk de grens over naar het Duits klinkende Gemmenich om via de Belgische zijde naar de Voerstreek te rijden. Ook dit is Limburg, Belgisch weliswaar, maar toch zo anders. Bovengrondse elektriciteitsleidingen begeleiden mij door het frisgroene landschap, afgewisseld door flarden nevel die tegen de heuvels aanhangen. Deze kant van de grens, op dit uur van de dag is pure poëzie:

‘Alles nat
nu de hemel breekt
Alles stil
wanneer plassen blijven liggen
op de laaggelegen plekken
en het wankel evenwicht
van verandering spreekt
Zoals na elke regen.

In de verte hoor ik zingen,
het is gedaan, de pandemie is over!
Gooi de luiken open,
het virus is verdronken!
Door de aarde opgezogen.
Laat nu je donkerste gedachten verlichten
door duizend regenbogen’

Spoorviaduct Sint-Martens-Voeren (België)

De lucht trekt stukken blauw, de vogels bevolken de elektriciteitsdraden als muzieknoten op een notenbalk, glinsterend in de eerste vlekken zon van deze ochtend. Het landschap aan deze zijde biedt fraaie uitzichten en er moet veel en scherp gestuurd worden. Ik ben in mijn element want mijn inspanningen worden keer op keer beloond met de mooiste panorama’s onder de meest fantastische wolkenluchten. Honderden kleuren groen en grijs verdringen zich aan de horizon tot mijn beeld doorsneden wordt door het spoorviaduct van Sint-Martens_Voeren, een indrukwekkende overspanning van 250 meter over het dal van riviertje de Voer. Met z’n 11 bogen is deze gebouwd vanaf 1917 tijdens de Duitse bezetting van België in de Eerste Wereldoorlog. Omdat Nederland zijn neutraliteit behield en Duits spoorwegverkeer over haar grondgebied weigerde, werd door de Duitsers flink geïnvesteerd in deze ‘Voerlijn’ die zo min mogelijk op gelijk niveau gekruist mocht worden. Een flinke ingreep in het glooiende landschap, waarmee op het hoogtepunt 12.000 arbeiders, vaak onder dwang, zich bezighielden. Vandaag de dag behoren deze goederensporen, van Tongeren naar Aken, tot de drukste van België. De stilte hier wordt dan ook met regelmaat doorbroken door passerende goederentreinen. Geen verstoring van die stilte, eerder een accentuering ervan.
Na alle ‘Voer-dorpen’ verlaat ik de Voerstreek en daar waar het landschap openvalt steek ik weer de grens over. Het is aan Nederlandse zijde duidelijk meer toeristisch van sfeer met zijn vele hotels en restaurants en volle parkeerplaatsen.
De kerk van Sint Geertruid is gesloten en ik wandel wat over het keurig onderhouden kerkhof. In een apart hoekje liggen de kindergraven waarbij mijn aandacht, overigens zonder enige moeite, getroffen wordt door het graf van de kleine Thomas, 2009 – 2013. Zijn naam staat geschreven in Lego-steentjes en zijn graf wordt bevolkt door tientallen dinosaurussen, groot en klein. Daar weer bovenuit torent een wijze uil die toezicht houdt over het spul daar beneden. Tegen de grafsteen aan staat een serviesbordje met op de rand geschreven: ‘Voor mijn lieve vriendje’. Hier wordt het verhaal vertelt van een tragedie, van een nog pril mensenleven dat werd afgebroken zonder dat er nog sprake was van enig begrip van tijd. Waar dino’s en knuffelberen nog met elkaar konden spelen en Lego mee bouwde aan je toekomst.
De lucht is inmiddels dichtgetrokken en in Noorbeek, tijdens de lunch op het terras van eetcafé ‘D’r Pley’ barst het opnieuw los. Met z’n allen schuilen onder de enige aanwezige parasol. Ook dat schept een band. Ik vlucht de Sint Brigida binnen waar ik kan schuilen in de Mariakapel. Ik tel 40 eurocenten voor een kaars die ik opsteek voor kleine Thomas…
Voor het avondeten maak ik nog een wandeling rondom het wijndomein St. Martinus waar mijn rode ‘Bergdorpje’ vandaan komt. De heuvelroute (en dat zal beslist niet de enige zijn in deze omgeving) die prachtige uitzichten biedt op het dal van de Lombergerbeek en op de trotse kerktoren van Vijlen.
Ik daal en ik stijg langs goudgeel graan en sappig groen waaraan vlekkeloos bruin vee zich tegoed doet.
Eens werd hier mergel uit de grond gehaald en stond hier Nederlands eerste cementfabriek. Wat bakstenen ruïnes markeren de plek van wat eens een bloeiende industrie was en waar nu de koeien loom tegenaan liggen. Op het hoogste punt, tegen de bosrand aan, ligt het wijndomein St. Martinus. Aan de wijnranken hangen heel veel kleine, nog groene druiventrossen. Kunnen nog wel wat zon gebruiken voor er in oktober geoogst gaat worden. Zoals deze zomer, hebben ook de druiven het moeilijk. De kwaliteit zal zich later moeten bewijzen als de flessen van deze jaargang ontkurkt gaan worden…
Voor het slapen gaan schenk ik mij een laatste glaasje rood in en proost op St. Martinus. Dat de ranken rijke vrucht mogen dragen en dat de wijnen vreugde en troost moge brengen. Mij brengt het slaap. En terwijl ik geeuw klap ik mond en laptop dicht…

Cees Sleven © augustus 2021
De foto’s vind je hier…

Dal van de Lombergerbeek bij Vijlen (L.)


Zomertijd

Onherroepelijk, het wordt weer zomer!
Niet te stoppen na het wispelturig voorjaar
met korte schemers en kille avonden nog zo voelbaar.
Geef mij maar de dagen, eindeloos en lomer.

Waarop de tijd schijnt stil te staan
en de klok het genieten niet vermaalt
noch zich in afgepaste stukjes steeds herhaalt.
Hoe de strijd met een lege agenda om te gaan?

Zonder plan, heerlijk niets gedaan,
de zomer kon niet vroeg genoeg beginnen!
Misschien was er zelfs nog wat tijd te winnen:
de wijzers een uur vooruit, de winter eerder weggedaan.

Het jaar doormidden, de zon zal even niet meer ondergaan.
Laat ons lichtjes zweven door de nacht
en naadloos opgaan in de ochtendpracht.
Het is weer zomer, het najaar nog ver hiervandaan…



Cees Sleven © maart 2021

Vijver

De vijver ligt er nu verlaten bij,
na een lange dag van vallen en weer opstaan.
Een gekraste ziel zie ik in de laatste zonnebanen,
het was slechts één dag
dat hij onze zorgen dragen kon.
Een zware last, maar alles voor een kinderlach.
De vijver zal zich nu ter ruste leggen
en morgen tranen huilen
om vergane winterpret.


Cees Sleven © februari 2021

Nat land

Alles nat
nu de hemel breekt.
Alles stil
als plassen blijven liggen
op omgeploegde aarde
en het wankel evenwicht
van verandering spreekt.
Zoals na elke regen.

In de verte hoor ik zingen,
het is gedaan, de pandemie is over!
Gooi de luiken open,
het virus is verdronken!
Door de aarde opgezogen.
Laat nu je donkerste gedachten verlichten
door duizend regenbogen.



Cees Sleven © februari 2021

De engel van lijn 8













– Een toevallige ontmoeting, Berlijn (herfst 2018)

Ik zie je door dikke druppels op de ramen,
mijn engel van lijn 8.
Jouw profiel zo afgetekend en toch zo zacht,
slechts de spiegel en het donker brengt ons samen.

Ik staar naar natte stadse straten,
naar mijn buitenwereld, spiegelend vervormd.
Een regenspoor dat mijn beeld misvormt
laat ongemoeid het gezicht dat ik niet los kan laten.

Neonlichten vloeien uit zonder enige regelmaat,
trekken gekleurde sporen in de nacht,
steken over terwijl je naar mij lacht
en omkransen jouw lief gelaat.

Het gangpad laat geen ruimte en slaat geen brug.
Geen kruising van twee wegen, onze richting is tegengesteld.
Te plotseling, te onvoorbereid elkaar voorbijgesneld.
Heb ik de moed of keer ik op mijn schreden terug?

Dan stap je uit, veel eerder dan verwacht,
het natte donker in, mijn engel van lijn 8.



Cees Sleven © november 2020

Geploegd land

Diepe voren in het land, van mijn voeten uit tot waar de einder is,
in rechte lijnen, breeduit hier, naar daar alsmaar zwakker,
heeft de ploeg zomerkluit gekeerd tot winterakker,
klaar voor een vroege kou die nu snel aanstaande is.

Neergestreken meeuwen op een veld gegroefde aarde,
springende stippen van lijn naar lijn,
als muzieknoten die afhankelijk van een notenbalk zijn
en het azuren hemelblauw als klankbord aanvaarden.

Waarin hoog boven mij de gans zijn route trekt,
lawaaiig, maar geordend, in hoofdletter V-patronen,
richtinggevend aan de vlucht die met nieuw land zal belonen.
Een zwerm die, eenmaal neergestreken, het nieuwe groen ontdekt.

Lijnen in het landschap, die zich jaar na jaar, weer overschrijven,
aarde die straks opnieuw bedekt zal zijn met groene weelde
die dit land, gelijk een schilder, in duizend kleuren penseelde
tot alleen de sporen, naakt en koud, in oneindigheid weer overblijven…

Cees Sleven © november 2020

Landweg

 

Landweg

Het is stil langs de landweg,
het bos houdt de adem in.
De laatste vogels zijn allang vertrokken,
als door een klok gedreven.
Vraag mij niet het uit te leggen.

Een late haan kraait naar de nieuwe dag
en die komt als op goud gedragen.
Strooit uit zijn paarlen van geluk
over het nat gebladerte.
Brengt rust en vrede op deze plek.

Hulp ‘loos blad aan naakte takken
hangt nog even, vol angst te vallen.
Dan, een zuchtje herfstwind neemt het mee,
dwarrelt, draait en keert en vleit zich neer
op het tapijt dat vergane zomer toe zal dekken.

Cees Sleven © september 2020

Geïnspireerd op William Alwyn’s ‘Autumn Legend’
voor althobo en strijkorkest (1954) 

Halve maan

 

Halve maan

Halve maan, een helft uitgezet en weggestuurd
om kil onzichtbaar haar rondjes te moeten draaien
in het diepzwart, godvergeten niets.

 Vanaf de horizon door een late zon helder aangegluurd, 
weten wolkenflarden jouw bleek aangezicht te aaien.
Verhaal me van je trieste idealen, onthul mij tenminste iets

van schepping en bruisende dynamiek.
Schijn je licht op hen die weten te creëren
en al je uitdagingen vertalen in pure dramatiek.

Speel de fluit in ‘n heelal omvattende akoestiek
om de Koningin der Nacht mee te bezweren,
en weet van je wederhelft, doorzichtig maar identiek.

Onafscheidelijk, samen één,
als dochters van dezelfde moeder
varen jullie naar diezelfde einder heen.



Cees Sleven © juli 2020
Foto: rgbstock.nl

Er waaien klanken over de dijk…





Er waaien klanken over de dijk…

Er waaien klanken over de dijk,
de jasmijn stuurt haar zoete geuren.
Het lage land ligt er in duizend kleuren,
nederig, onder ‘t azuren hemelrijk.

Ganzen boven, en een schip beneden, een spiegel gelijk,
trekken V’s, die lucht en water openscheuren.
Tot de stilte valt en de schilder het laat gebeuren:
het in lijst gevangen rivierenland, van binnen- tot buitendijk.

Het roept beelden op van Roelofs koeien in de avondzon,
daar waar het riet zich aan de oever hecht
en zijn vee al wadend haar avontuur begon.

En eeuwig stroomt zij, tot aan de horizon
waar de rivier zich vermoeid te rusten legt
in het grote water voor de kust van Albion.



Cees Sleven © juni 2020
Afbeelding: Willem Roelofs (1822 – 1897) – Koeien aan het water 

Theekransje




Theekransje

Zij vormen een gezellig kransje,
de dametjes Brigit, Jolien en natuurlijk Fransje.

Theedrinken aan zee, achter in de middag om 4 uur,
niet te uitgebreid, want dat wordt te duur.

Pas op, de thee is nog heet,
even blazen of wat moeder deed:

Thee in een kopje, thee in een glas…
Overgieten maar, ik geloof dat dat het was!



Cees Sleven © juni 2020
Afbeelding: ‘Theekransje’ – Leo van Gestel (Singer Museum, Laren)
Fotografie: Gooiseroos